donderdag 10 april 2003

Jeugdsentiment
We hadden de kamer omgebouwd tot onze eigen turnzaal. Mijn broertje en ik. Hij was vijf, ik acht en we waanden ons circusartiesten. Onhandige handenstands, haasje-over en als absolute hoogtepunt de koprolsprong.
Vanop de salontafel nam ik een snoekduik naar de zetel en forceerde ondertussen iets wat moest doorgaan als een koprol. "Nu jij", lachte ik, terwijl ik uit de kussens van de zetel klauterde. Mijn broertje ging een beetje onzeker op het tafeltje staan. "Ik ga me geen pijn doen, hé?", vroeg hij. "Tuurlijk niet", verzekerde ik hem. "Spring gewoon zoals ik gedaan heb."
Hij trappelde nog even, veerde op en neer door zijn knieën om zijn sprong extra vaart te geven en zette af. Met zijn ogen dichtgeknepen nam hij een duikvlucht naar de zetel, maar die koprol kwam niet. Hij vloog over de zetel en knalde toen met zijn voorhoofd recht tegen de marmeren vensterbank.
Toen hij in tranen uit de zetel opkrabbelde zat de rechterkant van zijn gezicht onder het bloed. Zijn wenkbrauw lag helemaal open en het bloed stroomde in beekjes naar beneden. Met een pleister van Donald Duck op de wonde is mama met hem naar de spoedgevallen gereden waar ze de boel weer netjes naaiden. Het resultaat van zijn onfortuinelijke sprong is nog steeds te bewonderen in de vorm van een litteken.

Tja, het is misschien wat laat, maar broertje, het was toch niet zo makkelijk als ik zei. Misschien was je beter niet gesprongen. Sorry.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten