donderdag 14 augustus 2003

Supergroen
Hij keek vertwijfeld naar mijn twee nieuwe aanwinsten.
"Zou je dat wel doen?", vroeg hij voorzichtig. "Ik bedoel, we kennen allemaal je reputatie op dit vlak."
Ik liet mijn vingers langs de stelen van mijn nieuwe bamboeplantjes roetsjen.
"Welke reputatie?"
"Wel, je hebt niet bepaald groene vingers. Je bent er zelfs al in geslaagd om een cactus kapot te krijgen. Hoe wil je twee bamboeplantjes langer dan één week op je bureau in leven houden als je er niet in slaagt om een cactus - een plant die in de woestijn kan overleven notabene - gezond te houden? Die plantjes hebben heel veel verzorging nodig."
Ik pootte de potten neer op mijn vensterbank.
"Ik geef ze gewoon regelmatig water, ze staan lekker in de zon en als het je een plezier doet wil ik er elke morgen nog een praatje mee slaan. En die cactus heb ik niet laten uitdrogen, die heb ik per ongeluk verdronken."
Zijn ogen blonken spottend. "Bel maar als je weer naar de bloemenwinkel wil om twee vervangertjes te halen."

Zou ik nu bellen om te zeggen dat mijn twee - ten dode opgeschreven - plantjes in het afgelopen jaar zijn opgeschoten tot twee stevige bossen groen? En zou ik er dan bij zeggen dat het vooral dankzij de hulp van M. is die uit medelijden hun kurkdroge worteltjes op water en meststoffen trakteerde?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten