woensdag 1 oktober 2003

Gejaagd
Ik werd wakker van dof gebonk naast mijn bed. Ritmische dreunen op de plankenvloer, de kadertjes op de vensterbank trilden zacht mee. Ik loerde vanonder mijn deken en zuchtte luid toen ik hem zag. Het was Gejaagd die naast mijn bed stond te springen. Opgelaten, onrustig. Zijn zwarte haren in de war, bloeddoorlopen ogen en zijn pull binnenstebuiten aan. Hij stuiterde door de kamer, joeg de katten van het bed en zwierde in de gordijnen.
"Kom, kom!", schreeuwde hij zoals hij altijd doet. "Geen tijd te verliezen, uit je bed, onder de douche, ontbijten, op de fiets, naar je werk, werken, werken, werken, deadlines, deadlines, .... ." Gejaagd kan niet op een normaal tempo praten. De woorden vlammen als vuurwerk uit zijn mond.
Slaperig kroop ik uit mijn bed. Ik graaide hem vast bij zijn schoudertjes en probeerde hem op één plaats te houden. "Luister", zei ik zo rustig mogelijk. "Vandaag word een leuke dag. Ik moet nog enkele teksten afwerken, wat mensen opbellen. Er is geen reden om zo door de kamer te stuiteren. Ontspan je wat."
Maar Gejaagd was al aan mijn greep ontsnapt voor ik uitgesproken was en rende de trap op en af terwijl ik de doucheregen over me liet ruisen. "Je komt te laat, je komt te laat", klonk gedempt door de deur.

Ik balde mijn handen tot een vuist en keek streng in de spiegel. "Je trekt je er niets van aan. Je laat je niet opjagen!" Maar diep binnenin weet ik dat ik bloednerveus wordt van dat kleine springende ventje, en dat is juist wat hij wilt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten