donderdag 30 oktober 2003
Brilsmurfje
Na negen jaar opnieuw een bril op mijn neus zorgt voor ...

... desoriëntatie
(hé mijn scherpe blik stopt voorbij de rand van het glas)
... weg dieptegevoel
(twee glazen fruitsap tegen de grond)
... duizeligheid
(alles lijkt te schudden en te beven)
... geen inschattingsvermogen meer
(mijn voeten lijken wel twee meter ver, zo klein opeens)
... instant paardjesmolen als ik mijn hoofd beweeg
(draai, wieber, zwaai, ... )

En toch bleef die dokter maar over een bril doorhameren omdat het beter zou zijn voor mijn ogen. Gelukkig is het maar voor af en toe!
 
Vrij
Wat zou je doen als je vandaag onverwacht een vrije dag kreeg? Een hele dag voor jezelf.
 
woensdag 29 oktober 2003
Echt
Bloedserieus blikt ze in de camera. Haar mond is een rechte lijn, maar haar ogen twinkelen ongemerkt. Eventjes fladderen haar handen zenuwachtig op, tot ze ze op haar bureau dwingt.
Ik ga recht in de zetel zitten en krijg een kamerbrede glimlach. Vriendin Anemoon vertelt de journalist over de praktische gids die ze mee hielp schrijven. De woorden lijken moeiteloos uit haar mond te rollen terwijl de camera rondzwenkt in haar kleine bureautje. Ze gebruikt grote woorden en blijft nergens vastzitten tussen haar eigen zinnen. Ik verwonder me erover hoe echt dit lijkt. Vriendin Anemoon is op dit scherm niet vriendin Anemoon. Ze is provinciaal coördinatrice. Ze is volwassen, groot en serieus.
Als het volgende nieuwsitem aangekondigd wordt bel ik haar op.
"Het was heel heel goed", lach ik voor ze iets kan zeggen.
"Echt waar? Dank je", lacht ze terug en begint te vertellen. Over het interview, over haar zenuwen, over de journalist.
Ik grijns naar de hoorn. Dit is de echte.
 
Gemis
"En?", vraag ik voorzichtig, hoopvol.
"Neen, nog steeds niet."
Ik vloek binnensmond. "Het zou maar een week duren en we zijn al twee maanden verder. Hoe lang kan zoiets duren?"
"De stukken zijn nog steeds niet binnen."
"Twééééééé maanden voor zo'n petieterig stukje. Moeten ze het te voet gaan halen misschien?"
Nijdig knal ik de telefoon op de haak.
"Het wordt tijd dat je het afbolt", bijt ik het beeldscherm op mijn bureau toe. "Of afvalt, want je neemt zowat de helft van mijn bureau in."
Na twee maanden zonder mijn vertrouwde laptopje, begin ik hem toch wat te missen. Zeker nu ik opgescheept zit met een voorhistorisch gevaarte dat heel de dag staat te zoemen met de intensiteit van een opstijgende helicopter.
 
dinsdag 28 oktober 2003
Stress
Ik was tien en neusde in één van mama's magazines. Eén woord intrigeerde me: stress. Ik liet het woord over mijn tong rollen, proefde de klanken. sssssssstreessssssssssss. Het klonk zacht, lief, rustig, maar ik kon me niet voorstellen wat het was. Misschien een nieuwe sport, dacht ik. Tientallen mensen die zich in honderden bochten wrongen en bogen. Of een oude stad in een ver exotisch land. Of een nieuw spelprogramma. Ik las verder, maar kon de uitleg niet achterhalen.

"Mammie, wat is stress", vroeg ik 's avonds vanuit de zetel.
Mama keek me aan, zuchtte diep en wees naar een overvolle wasmand, haar strijkplank, het aanrecht met de vuile vaat en de stapel rekeningen op het bureau.
"Dat allemaal. Dat is stress."

Misschien komt het door haar dat ik mijn werk nooit als stresserend ervaar. Op mijn werk vind ik geen overvolle wasmanden en een keuken volgestouwd met vuile vaat. Geen stress dus voor mij. Wel ellelange to-do-lijstjes, mensen die op het laatste nippertje afbellen, werk dat blijft slabakken, computers met koppige neigingen, ... die zorgen voor hartverlammende paniekaanvallen. Maar stress? Neen, geen last van.
 
maandag 27 oktober 2003
Winteruur
Ik piep voorzichtig vanonder mijn warme dekbed als de wekker voor de derde keer zijn deuntje begint te spelen. Ik rek me uit en geniet van het zonnetje dat door de gordijnen schijnt. Midden in mijn tweede geeuw merk ik dat er iets niet klopt. Het is zeven uur. Het zonnetje kan nog niet vrolijk mijn kamer binnen schijnen. Het moet nog donker zijn. En dan daagt het. Mijn hart slaat één slag over.
"Ik heb me overslapen", denk ik paniekerig terwijl ik mijn voeten in mijn pantoffels wurm en de trap afstorm.
Beneden zit manlief rustig aan het ontbijt. Hij kijkt geamuseerd terwijl ik haastig de douchekraan opendraai en probeer mijn lenzen in te steken terwijl ik mijn tanden poets. Pas dan steekt ie zijn hoofd de badkamer binnen en zegt: "Voor ik het vergeet, ik heb je wekker verzet naar het winteruur."
 
zondag 26 oktober 2003
Inschatting
Het eerste wat ik zag waren acht harige pootjes. Voorzichtig klom hij ermee omhoog in een haarstreng. Manlief zat nietsvermoedend aan de computer. Ik keek vol afgrijzen hoe een spin zo groot als mijn duim boven op zijn hoofd aan sightseeing deed.
"Euhhmm, niet voor het een of ander, maar er zit een grote spin op je hoofd', zei ik voorzichtig, terwijl ik uit voorzorg een stapje naar achter deed.
Manlief sprong als een razende op, trappelde als een gek rondjes door de kamer ondertussen wild met zijn hoofd schuddend. Zijn handen wapperden alle kanten op. Ik zag de spin van zijn hoofd zeilen en eventjes verder op de printer landen.
"Is ie weg, is ie weg, is ie weg?" riep manlief een heel klein beetje paniekerig.
"Jaja", zei ik lichtjes geamuseerd. "Hij zit daar op de printer."
Manlief bekeek het kleine monstertje, trok even zijn schouders naar achter, kuchte en zei: "Als ik geweten had dat die spin zo klein was had hij gerust mogen blijven zitten."
 
woensdag 22 oktober 2003
Zou ik ... ?
Haar knotje stak net boven de rand van de stoel uit. De hele treinreis lang zat ik er gefascineerd naar te staren. Naar dat soortement van een breinaald die de constructie netjes bijeen hield. De hele treinreis lang kriebelden mijn vingers om het stokje er uit te trekken. Nieuwsgierig naar het effect dat dat zou hebben.
 
dinsdag 21 oktober 2003
Verborgen schat
Ooit wil ik
... een authentieke message-in-a-bottle op het strand vinden
... op een begraven schat stoten
... op zolder een dagboek / doos oude liefdesbrieven van een bet-overgroot-nog-iets aantreffen
... vinden wat Aangespoeld aantrof toen hij nietsvermoedend een leuk kistje op de rommelmarkt kocht.

Aangespoeld kocht op een rommelmarkt een leuk kistje en wat bleek. Het hele kistje zit vol oude fotorolletjes die het verhaal van een Amsterdamse familie vertellen. Zeg nu zelf, de roman schrijft zichzelf, niet?
 
Neen
Een maand lang pronkt en prijkt hij al. Kijk eens naar mijn kleurschakeringen, naar het mooie geel, bruin en rood. Kijk eens hoe prachtig ik ze in elkaar laat overvloeiien?
De boom in de binnentuin strekt zijn takken naar alle richtingen uit. Laag naar de grond zodat hij je schouder streelt als je voorbijfietst. Hoog naar de zon, reikend naar de hemel. Hij draait zijn takken in de laatste zonnestralen, laat het licht spelen over zijn honderden kleine blaadjes. Hij is prachtig.
Maar vandaag staat ie er een beetje bang bij, trekt zijn takken in en wacht angstvallig af. Een paar meter verder is de tuinman aan het werk. Snoeien. Zometeen zet hij de zaag in zijn takken tot er niets meer overblijft dan een stompje boom.
Zou ik het durven vragen? "Tuinman, laat me nog even genieten van zijn herfsttooi?!"
 
Tien kleine negertjes
Een luik rolt langzaam toe. De man staat er angstig naar te kijken, neemt blijkbaar een beslissing en duikt terug het brandende compartiment in. Hij kan nog net een schriftje naar zijn vrienden schuiven en schreeuwen "Go, go, go!" voor het luik dichtdendert en hem opsluit in de verstikkende ruimte. Langzaam zie je de held in elkaar zakken.
"En daar gaat nummer twee", lacht manlief.
Ik gooi mijn kussen naar het scherm. "Kijk, als ie nu terugkeerde om een sleutel of belangrijke codes te redden, dat zou ik nog snappen, maar het is een schriftje, met tekeningen van zijn kinderen. Daar offer je jezelf toch niet voor op", vraag ik ongelovig.

Even later strompelt een derde in een ruimte waar het 5000° is om een stang los te draaien. Zijn pak kan maar 2500° graden tegenhouden. Na een overduidelijke onmenselijke krachtinspanning is het ding eindelijk los en zakt hij zwaar ademend op de grond.
"Kom terug, we hebben nog tijd", roepen zijn makkers.
"Neen, laat mij maar hier", hijgt hij en even later verandert ie in een satéstokje. We zuchten vol verwondering voor het totale gebrek van originaliteit.
"Het is net of we naar tien kleine negertjes kijken", lach ik als nummer vier zichzelf opofferd om bij de bom te blijven en in miljoenen kleine stukjes uiteen geblazen wordt.
Sinds wanneer krijgen Amerikaanse scenarioschrijvers de mathematische regel opgedrongen dat twee derden van de crew die de aarde moeten redden onderweg het loodje erbij moeten neerleggen?
 
maandag 20 oktober 2003
*zucht*
Geen enkele avond. Geen enkele. Wel een vorming, twee vergaderingen en een lezing, maar deze week ben ik geen enkele avond thuis. Pfffffffff, je zou op voorhand al moe worden.
 
Prehistorie
Op het moment dat ik me met mijn boek in de zetel nestel klinkt de begintune van de Prehistorie. Ik zie nieuwsbeelden voorbijflitsen van het jaar 1994. Ondertussen bijna 10 jaar geleden. Clinton wordt president, in Rwanda woedt de genocide, ... . Het is alsof ik naar het nieuws zelf kijk want weinig doet bij mij een belletje rinkelen.
'94 .... toen was ik 14 jaar en blijkbaar geen fervente nieuwskijker want wat de Prehistorie me voorschotelde was één soepje feiten en belangrijke namen noemen. Ik had geen AHA-moment. Dacht nooit: "Juist ja!". Nieuwswaardig '94 moet dat jaar aan mij voorbijgeglipt zijn.
De muziek, die kende ik wel. Ace of Bace, Crash Test Dummies, Siltskin, Nirvana Unplugged, ... . 14 ... toen zat ik op mijn kamer dagboeken vol te krabbelen, die ene cd, dat ene nummertje op repeat, toen zat ik helemaal weggekropen in mijn boeken, .... . De wereld was nog te groot voor me. Ik was op zoek naar andere antwoorden. Het nieuws van de wereld aan me voorbij. Ik heb het later ingehaald.
 
vrijdag 17 oktober 2003
Stuiterbal
Plots begint er binnenin mij iets te stuiteren. Een blij, hoppend en vrolijk gevoel. Een zinnetje, mailtje en glimlach vloeien samen en laten mijn maag rondjes draaien. Blije rondjes. Op mijn schouder voel ik plots een lichte druk. Ik draai mijn hoofd naar links en kijk in de grote ogen van Stuiterbal.
"Hoi", glimlacht hij hemelsbreed.
"Hoi", grijns ik terug. "Lang geleden."
Zijn ogen lijken net kleine schoteltjes. Ze geven me het gevoel dat er een enthousiaste kleuter die niet kan stilzitten in mijn binnenste rondhuppelt. Op de maat van de muziek trommel ik op mijn toetsenbord. Op het scherm verschijnt een enorme warboel, maar ik ratel breed glimlachend verder. Ik neurie verzin-liedjes en trek me niets aan van de vreemde blikken die om de deur komen kijken. Ondertussen is Stuiterbal van mijn schouder op mijn bureau gesprongen en danst ie een wervelende rock-en-roll met het plastieken smurfje dat naast mijn pennenhouder stond.
"Weet je wat we nu moeten doen?", zegt Stuiterbal terwijl hij op mijn Pritt-lijmstift klimt om ietsje hoger te staan.
"We moeten dit gevoel vieren. Met verse soep en een frisse wandeling."
Ik knik, help Stuiterbal in mijn binnenzak en samen wandelen we een vrolijke middagpauze tegemoet.
 
Liefde is ...
... samen na school gezellig naar huis rijden.
... zijn hand de hele rit lang vasthouden
... diep in zijn ogen kijken en niet naar de verkeerslichten
... tergend langzaam over de hele breedte van het fietspad rijden
... je niets aantrekken van de file die zich achter je vormt
... nog wat verder naar links uitwijken als iemand je dreigt in te halen
... midden op het fietspad stoppen voor een passionele afscheidskus
 
donderdag 16 oktober 2003
Acrobaat
Lensloos zie ik niet veel, maar nog net genoeg te zien dat er iets wit en zwart gevlekt op de hoogste keukenkast zat dat er niet hoorde te zitten. Een klein lijfje wurmde zich over het hindernissenparcours van flessen olijfolie, boterhamdozen, dozen met ontbijtgranen en voorraaddozen vol muesli. Lensloos en half wakker sprak ik haar boos toe: "Wiebe, het is 7 uur. Je hebt de hele nacht toertjes om het bed gelopen, denkbeeldige vliegen uit het gordijn geplukt, luid spinnend kopjes komen geven. Neem eens een voorbeeld aan Hobbes. Die ligt nu lekker te slapen in de zetel. Het is daar zachter dan bovenop halflege dozen ontbijtgranen."

Wiebe liet een klaagelijke "mieuw" horen, sloop verder over haar hoge schuilplaats en wierp in één moeite drie cornflakedozen tegen de vlakte. Nieuwsgierig tuurde ze over de rand naar beneden en besloot dat dat een leuk spelletje was. De flessen olijfolie gingen gevaarlijk aan het wiebelen, zelfs lensloos kon ik dat zien. In één seconde stond ik op de stoel, hield met mijn ene hand de wankelende flessen tegen en greep met de andere de kleine ontdekkingsreiziger bij haar nekvel en trok haar van de kast. Dom want ze klemde zich met haar achterpooten vast aan de resterende dozen. Die boden echter niet veel houvast en kletterden met veel geruis naar beneden. Zelfs lensloos was de ravage teveel om aan te zien om 7u in de morgen.

Met Wiebe onder mijn arm ging ik in de zetel zitten, plantte haar op mijn schoot, gaf een tik op haar neus en stak een opvoedkundige preek af. Over hoe kleine katjes niet over mueslidozen moeten gaan lopen, zeker niet als die twee meter van de begane grond staan. Dat poezen niet de hele verzameling dozen naar beneden mogen smijten en dat als ze duimen had gehad ze de boel zelf kon opruimen. Ik voegde eraan toe dat ze beter een voorbeeld nam aan Hobbes, die braaf wegbleef van alles dat er enigszins wankel uitziet en slaapt als ze moet slapen.
Ze heeft er niet veel van begrepen, maar viel spinnend in slaap op mijn schoot. Ogen stijf dichtgeknepen en ik zweer dat ik haar achter haar pootjes zag glimlachen.
 
dinsdag 14 oktober 2003
???
Laten tandartsen zich omkopen? En zo ja, wat zou het me kosten om de heerlijke uitspraak "Geen gaatjes, tot binnen zes maanden" te horen?

Update
Alle pogingen ten spijt kreeg ik de mededeling "Eén gaatje, tot volgende week op mijn bord". Aaargh!
 
Vertrouwd
Ik snuif een vertrouwde geur als ik de trap afloop. Warm, kruidig en zoet. Het ruikt naar noten die op de haard drogen, naar mandarijntjes en marsepein. Naar melk en een verwarming die op volle toeren draait. Het is een hartverwarmende geur die me terugvoert naar heel lang geleden toen broertje om 5u 's morgens bij me in bed kroop en we samen fantaseerden en de uren aftelden tot we onze ouders uit hun bed konden jagen. Het is de geur van acht voeten in pantoffels gestoken die voorzichtig de trap afslopen. Het is de geur van mama die met gespeelde verbazing de deur liet openzwaaien. Het is de geur van een tafel vol mandarijntjes, niknakjes, chocolade en marsepein en speelgoed. De geur van Sinterklaas-ochtend. Het is de geur van een heel klein beetje heimwee naar vroeger.
 
maandag 13 oktober 2003
Sauna
"Hij is uitgegleden op een trapje en op de grond gesmakt", fluistert mijn broertje
"Was het erg?", vraag ik terwijl ik hard mijn best doe om het niet voor me te zien.
"Een hele diepe snee in zijn voet. Een dokter heeft het moeten naaien. Zes draadjes", zegt hij.
"Maar hij had toch zijn .... ", pols ik voorzichtig.
"Dat was ook het eerste wat ik vroeg", grijnst broertje.
"Neen, ik ben in mijn blootje naar de dokter gegaan. Zo goed?", bitst papa vanuit de zetel, zijn voet dik omzwachteld.

Is het nu zo gek dat we hopen dat ie een badhanddoek, badjas of wat dan ook aanhad op het moment dat hij besloot de grond te kussen en in één moeite ook zijn voet open te halen?
 
zaterdag 11 oktober 2003
Dwarrelen
"Zet je voor je toetsenbord en typ een stukje. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn voor jou? Heel de week schrijf je interviews, artikels, opiniestukken, ... de één na de ander rammel je op je klavier samen. Zo moeilijk kan het dus niet zijn om hier, nu, onmiddellijk een stukje voor je weblog bijeen te schrijven", zegt de rationele hersenhelft tegen de creatieve.
"Neen, zo simpel is het niet", zucht de creatieve helft zachtjes. Die interviews, artikels zijn ons werk. Ik krijg een onderwerp, aantal tekens en een deadline voorgeschoteld en ga ervoor. Dit is iets anders. De stukjes die ik hier schrijf zijn plots komen aanwaaien. Als een veelkeurig herfstblad dat dwarrelt en danst op de wind, dat vlak voor mijn voeten valt. Als ik het opraap ben ik verwonderd over de mooie schakering kleuren. Zo is het ook met mijn stukjes . Ze dwarrelen me tegemoet, borrelen onverwacht in me op en wachten tot ik ze uit de lucht grijp en ze omvorm tot rijtjes letters en spaties."
 
donderdag 9 oktober 2003
Trekvogel
Hij bungelde al enkele maanden in de hoek van de slaapkamer. Mijn trek-vogel met zijn houten lijfje, lange zwiepende vleugels en doorzichtige koordjes. Onderaan zat een buik zat een touwtje met een bolletje aan. Door één snokje kon mijn trek-vogel urenlang klapwieken, maar nooit kwam hij een centimeter verder in de kamer.
Misschien was mijn trek-vogel wat verdrietig. Was hij triest dat hij nooit uit het raam kon wegvliegen. Dat hij maar een trek-vogel was en geen trekvogel. Misschien zat hij al weken te broeden op zijn ontsnappingsplan. Hoe hij zich kon loswringen uit het haakje waar hij aan hing en de wijde wereld tegemoet kon vliegen.
Misschien was het dat wat hij 's nachts probeerde. Wurmde hij zich los uit het haakje en wapperde verwoed met zijn lange vleugels. Ver is hij in ieder geval niet geraakt. Zijn ontsnappingsplan kende een dramatische afloop. Met een grote *KABENG* is hij deze nacht vlak naast mijn bed neergestort. In vliegende vaart recht op de planken vloer afgestoven en de grond gekust. Zijn vleugel kwam twee meter verder onder de stoel terecht. Een nieuwsgierige Hobbes en Wiebe amuseerden zich met zijn koordjes. Deze morgen was hij niet meer dan een kapotte trek-vogel. Of dat zijn bedoeling was?
 
woensdag 8 oktober 2003
Nog eventjes
Hij slaat zijn zachte armen stevig rond me heen. "Nog niet opstaan, blijf nog even liggen. Ik zie je al zo weinig."
Hij overweldigd me met zijn zachte kussen.
Uit mijn ooghoeken zie ik de cijfertjes van mijn wekkerradio steeds bozer op lichten. 7u15 pinken ze beschuldigend.
"Maar ik moet zo meteen door", murmel ik in zwak protest.
"Nog eventjes", vleidt hij en trekt zicht steviger tegen me aan.
"Mmmm", ik voel me weer wegdoezelen in zijn warmte.

"KIHIIIIIIIIIIIM!!!!!!!!!", brult manlief onderaan de trap. "Als je nu niet opstaat ben je hopeloos te laat."
Met de grootst mogelijke tegenzin ruk ik me los uit de warmte van mijn dekbed. Mijn bed lijkt me verwijtend aan te kijken. Ik zie hem inderdaad veel te weinig.
 
dinsdag 7 oktober 2003
Voorlezen
Mijn stem struikelt over punten, komma's en aanhalingstekens. Mijn intonatie blijft zo vlak als het tafelblad. Ik hoor mezelf denken: "Dit gaat niet goed, dit wordt niets." Ik hobbel en struikel verder over lijnen en paragrafen. Het wit van het einde lijkt niet dichter te komen. De stilte na het laatste woord gaat me nog het beste af.
 
Hallo? Helpdesk?
Ik had me er niet mee moeten bemoeien. Niet proberen te helpen. Gewoon mijn rug toedraaien en heel het boeltje in zijn sop laten gaarkoken. Maar dat heb ik dus niet gedaan. Het begon gewoon zo klein, zo simpel. En dat kon ik wel aan. Een mailbox die weigerde nog langer mail op te halen. In twee minuutjes was het opgelost. En toen was het hek van de dam. Plots was ik de helpdesk van dienst. Koppige printers, luie computers, verwarde internetverbindingen. Iedereen wist me te vinden. Helpdesk Kim, het kwam zelf officieel in mijn functieomschrijving. Netwerkbeheerder.

Fijn, maar ik snap er dus niet meer van dan mijn collega's. Ik ben geen helpdesk. Ik weet waar de aan- en uitknop zit, hoe je een nieuwe emailaccount aanmaakt, hoe je programma's moet installeren of van de pc wippen. Ik kan nog net uitknobbelen waarom een printer blokkeert of hoe ik een virus moet verwijderen. Maar daar stopt het ook mee. Ik ben geen netwerkbeheerder, ik vind mijn weg niet in de warboel van snoeren en verbindingen van onze server. Mijn hele informatica-opleiding bestond uit Word, Exell, Acces en Powerpoint. Ik modderde gewoon wat aan. Prutste hier en daar wat om me bereidwillig te tonen. Dom!

"Jij speelt met die dingen", was het antwoord op mijn paniekerige vraag "Waarom bombarderen jullie mij tot netwerkbeheerder?"
Ha, ik speelde met die dingen. Ik had gewoon het (on)geluk om aan de juiste knopjes geprutst te hebben. En nu zit ik
met netwerkproblemen op mijn kap waar ik echt geen snars van snap.
 
maandag 6 oktober 2003
Meeneemjas
"Een dikke zwarte winterjas, graag! Met een warme fleecekraag en mouwen waar ik mijn handen in kan verstoppen. Met zachte gladde stof aan de binnenkant die zonder problemen over elke pull heen glijdt. Een kap mag, maar moet niet. Wel graag een binnenzak als het even kan. Je hoeft hem niet in te pakken. Ik zal mezelf er mee inpakken. Alleen zou ik graag een zakje hebben voor dit doorweekte jeansjasje. Bedankt!"
 
zaterdag 4 oktober 2003
Dringend gezocht!
Zoveel mogelijk originele associaties op het woord onzichtbaar
 
vrijdag 3 oktober 2003
Aan de heer Kim ...
Dat heb je dus met ouders die je met een leuke unisex naam bedenken. Het was zo handig voor hen. Niet meer het hoofd te hoeven breken over een jongensnaam en meisjesnaam. Die klus was geklaard in één moeite. Mijn geboortekaartje lag al klaar terwijl ik nog fijn rondjes zwom in mama's buik. Ik zou hoe dan ook Kim heten.

Maar het nadeel van die unisex naam dringt meer en meer tot me door. Telkens als ik een envelop open scheur gericht aan de heer Kim .... . Of als er iemand vraagt of meneer Kim ... op kantoor is. Tijdens een van mijn eerste sollicitatiegesprekken werd ik zelfs onmiddellijk wandelen gestuurd omdat ze een jongen verwacht hadden. Geen meisje in een nette rok.
Waarschijnlijk moet ik gewoon aanvaarden dat ik in meer dan de helft van de adressenbestanden waar mijn naam prijkt door het leven ga als de heer Kim en ondertussen mezelf blijven overtuigen dat ik echt wel een vrouwelijk kantje hebt.
 
Poes
De oude man zat zoals gewoonlijk voor zijn raam. Met zijn verschoten pet op en een pijp bij de hand. Zo zit hij daar de hele dag. Bekijkt hij de wereld die voorbij zijn huisje stuift. Op zijn schoot lag een grijze tijgerkat te soezen. Zijn kopje lag op zijn pootjes en hij strekte zich behaaglijk uit terwijl de oude man achter zijn oor krauwde.

Twee oude dametjes slenterden voorbij het raam. Met hun armen in elkaar gemaakte schommelde ze gezapig over het voetpad. Hun stemmen galmden over de straatstenen. Een strook van hun typische oude-vrouwtjes bloemenkleedjes piepten vanonder hun regenjas. Het blauw en groen stak fel af tegen de grijze gevel. Opeens hield het groene bloemtjeskleed plots halt.
"Ooh", riep ze uit en wees naar het raam, waar de oude man zat.
"Ochgodochgod", viel de andere bij.
Samen schommelden ze naar het raam bogen zich naar hun ontdekking.
"Kijk hoe lief. Een poes"
Ze tikten op de ruit en brabbelden in een babytaaltje tegen de poes.
"Dag mooie meid, is het lekker daar in het zonnetje?", kirde de blauwe bloemetjesjurk
"Ewel, ewel, ewel, ewel, ewel, poeziepoes", lachte de andere in het plat Brugs.
"Die doet me denken aan Minzo. Herinner je je Minzo nog? Die zwarte met witte pootjes", ging ze verder.
"Ooh Minzo. Jajajajajaja"
Ze rechtten hun rug, streken hun kleed glad en schommelden weer verder de straat in. De oude man in zijn rolstoel keurden ze geen blik waardig.
 
woensdag 1 oktober 2003
Gejaagd
Ik werd wakker van dof gebonk naast mijn bed. Ritmische dreunen op de plankenvloer, de kadertjes op de vensterbank trilden zacht mee. Ik loerde vanonder mijn deken en zuchtte luid toen ik hem zag. Het was Gejaagd die naast mijn bed stond te springen. Opgelaten, onrustig. Zijn zwarte haren in de war, bloeddoorlopen ogen en zijn pull binnenstebuiten aan. Hij stuiterde door de kamer, joeg de katten van het bed en zwierde in de gordijnen.
"Kom, kom!", schreeuwde hij zoals hij altijd doet. "Geen tijd te verliezen, uit je bed, onder de douche, ontbijten, op de fiets, naar je werk, werken, werken, werken, deadlines, deadlines, .... ." Gejaagd kan niet op een normaal tempo praten. De woorden vlammen als vuurwerk uit zijn mond.
Slaperig kroop ik uit mijn bed. Ik graaide hem vast bij zijn schoudertjes en probeerde hem op één plaats te houden. "Luister", zei ik zo rustig mogelijk. "Vandaag word een leuke dag. Ik moet nog enkele teksten afwerken, wat mensen opbellen. Er is geen reden om zo door de kamer te stuiteren. Ontspan je wat."
Maar Gejaagd was al aan mijn greep ontsnapt voor ik uitgesproken was en rende de trap op en af terwijl ik de doucheregen over me liet ruisen. "Je komt te laat, je komt te laat", klonk gedempt door de deur.

Ik balde mijn handen tot een vuist en keek streng in de spiegel. "Je trekt je er niets van aan. Je laat je niet opjagen!" Maar diep binnenin weet ik dat ik bloednerveus wordt van dat kleine springende ventje, en dat is juist wat hij wilt.