dinsdag 30 maart 2004

Smul?
"Wat is dit?". Ik prik met mijn vork in het onherkenbare goedje en trek een vies gezicht. Bovenop mijn salade ligt een hoopje ondefinieerbaar bruin iets.
"Gewoon vlees", antwoordt hij tussen twee happen door.
Ik draai een brokje om en bestudeer wat er op mijn bord ligt. Het is paarsbruin. Een ovaaltje in twee gesneden en aan de onderkant lopen witte sliertjes uit het brokje.
"Niets gewoon. Gewoon vlees ziet er lekker uit. Dit is ranzig."
Naast me steekt lief aarzelend een hap in zijn mond.
Mijn vader kijkt op van zijn bord. "Hij eet het toch ook?"
"Dat is geen referentie. Ik steek dit niet in mijn mond voor ik weet wat het is en hoe raadselachtiger je er over doet, hoe zekerder ik ben dat ik niet wil eten."
Lief kijkt me aan. "Met wat mosterd is het niet zo slecht."
"Het is gewoon vlees, zus", maant mijn vader me aan. "Proef nu eens."
Ik schuif het bordje voor me uit. "Neen, dit eet ik niet." Ik vis de partjes tomaat uit de sla en laat de rest staan.

"Wat was het nu", vraag ik terwijl de ober zonder verpinken mijn bord wegneemt.
"Een salade met confijte kippemaagjes."
"Ik wist het", murmel ik. "Gewoon vlees is nooit gewoon vlees, bij jou. Je wilde me slachtafval laten eten."
Naast me wordt lief een tikje witter.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen