donderdag 22 april 2004

Aangenaam
Zijn das kleurde prachtig bij het kleur van zijn partij. Hij was groot en toonde nog groter door zijn streepjespak en dito streepjeshemd. Breed glimlachend stak hij een hand naar me uit.
"Goeieavond, ik ben Peter."
"Kim, aangenaam", schudde ik zijn hand. Halverwege de schudbeweging dwaalden zijn ogen de rest van de omgeving rond. Hij liet mijn hand los en prikte naar me met zijn wijsvinger in de lucht.
"Wij praten nog, maar ik moet eerst even die mensen begroeten."

Ik draaide me om en liep het terras op. Koos een stoel uit en diepte mijn notablok op. Af en toe liepen mensen voorbij, schudden even mijn hand om kennis te maken en opeens stond hij opnieuw voor mijn stoel, brede glimlach, met uitgestoken hand.
"Goeieavond, ik ben Peter. Wij hebben nog geen kennis gemaakt?"
"Toch wel, daarnet."
Hij trok zijn hand snel terug en schoot in een bulderende lach die door de omgeving rolde.
"Juist ja, Lies is het niet?"
"Neen, Kim."
"Kim, ik weet het nog hoor." Hij draaide zich om en beende naar de andere kant van het terras.

Ik grinnikte even en concentreerde me opnieuw op mijn aantekeningen. Het was nog lekker weer, een klein zonnetje wreef mijn rug warm, de wind ruiste door de bomen. Geamuseerd bestudeerde ik hoe even verder twee mensen bloedserieus in de lens van de camera keken.
Mijn collega kwam naast me zitten.
"De helft staat er al op. Nu nog de andere helft en de groepsfoto's."
We schoven allebei onderuit
"Dat duurt nog wel even. Ik haal nog iets om te drinken."
Ik liep het café binnen en bestelde twee cola's, nam het plateautje aan en liep terug het terras op. Aan ons tafeltje was mijn collega met hem in gesprek.
"Aah", lachte Peter. "Stel me even voor aan je collega."
"Ik ben Kim", grinnikte ik. "We hebben daarnet al twee maal kennis gemaakt."
"O juist ja", hij tikte met zijn hand op zijn grijze warrige krullen. "Vergeten."
"Duidelijk, mompelde ik binnensmonds.

De avond kroop verder en de zon verdween achter donkere grijze wolken en langzaam liep het terras leeg. Toen zelfs mijn jas de kilte niet meer kon tegenhouden pakte ik mijn tas op en liep het café binnen. Ik zocht een stoel uit, diepte mijn notablok opnieuw op en pende verder. De stoel naast me werd opzij getrokken en een grote hand zweefde even later voor mijn neus.
"Wij hebben nog geen kennis gemaakt, is het niet?", lachte hij zijn ondertussen bekende glimlach bloot.
Ik schudde zijn hand. "Neen, inderdaad. Aangenaam ik ben Kim."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen