maandag 26 april 2004

Nog niet
Morrend trok ik de deken over mijn hoofd.
"Toe dan?", suste hij. "Zo erg is het toch niet."
"Toch wel", beet ik hem toe. "Je wilt weer veel te snel zijn. Het was net zo leuk en jij komt weer de boel verpesten."
Hij stond op en trok de gordijnen open.
"Willen of niet. Je kan er toch niets aan veranderen." Hij hield de punt van mijn deken op en trok het warme omhulsel naar zich toe.
Ik klauwde in de rand, rolde mezelf in een bolletje. "Neen, ik wil nog niet. Ik ben nog niet uitgerust."
"Jammer, maar helaas", grijnsde hij terwijl hij op het bed sprong. "Nu is het tijd voor mij." Speels tikte hij op mijn wekkerradio die onmiddellijk oorverdovend begon te spelen. Ik loste mijn greep op het deken en reikte naar de radio. Vliegensvlug greep hij de deken en trok ze tot aan het voeteind.
"Ik verwacht je binnen een kwartier gedoucht en aangekleed op de fiets", riep hij vanaf de trap.
"Stomme werkweek. Stomme, stomme werkweek", gromde ik.
"En je mag vloeken al wat je wilt", riep werkweek terug. "Elke maandag is het opnieuw aan mij. Niets aan te doen."
Een klein gniffelend lachje galmde in de traphal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen