dinsdag 6 april 2004

Tijdmachine #3
Ik kijk in twee grijze ogen.
“Geen beweging, geen kik. Begrepen?”
Achter me hoor ik een hoorn schallen.
“Ze vertrekken”, fluistert er iemand in de struik. Ik voel het gedreun van de stoet daveren in de aarde onder me. Mijn ogen flitsen van links naar rechts. Twee zwarte gedaanten houden me in bedwang. Ze fluisteren zachtjes. Op het moment het gedaver bijna onhoorbaar is laten ze me los. Eén van hen wenkt me. Behoedzaam kruip ik van onder de struik.
“Dat was op het nippertje”, lacht de één en trekt de zwarte kap af. Blonde krullen springen tevoorschijn.
“Op het nippertje?”, echo ik.
De vrouw schudt even met haar hoofd. “Ja, als Jannes je niet gezien had.”
De man wrijft even met zijn hand in zijn haar en kijkt me boos aan.
“Waar zaten je gedachten? Basisregel één. Laat je nooit zien, anders kunnen we het tijdreizen vergeten.”
“Tijdreizen?”, hoor ik mezelf opnieuw echoën.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen