vrijdag 28 mei 2004

Wreed verhaaltje
Ik heb mijn kat vermoord, bijna dan toch.
Onze witzwart gevlekte vierpoter was in één klap al haar levens kwijt, bijna dan toch, en ik had niets in de gaten.

Ik klapte gewoon mijn hoofdeinde van het bed neer, knipte mijn bedlampje uit en schudde mijn kussens op. Vanonder het bed klonk gerommel. Twee katten die aan het vechten waren, dachten we. Maar toen Hobbes van onder het bed liep en zich op een stoel nestelde ging het gerommel onverminderd door. Mijn hoofdeinde wipte af en toe een beetje op.
Ik kroop uit bed, trok mijn matras omhoog en zag Wiebe. Geklemd tussen de beddenbak en mijn lattebodem met een verontwaardigd wiebelende staart.
Ik dacht aan gebroken ribbetjes en interne bloedingen terwijl ik het hoofdeinde omhoog sjorde. Wat wankel op haar pootjes vluchtte ze uit de kamer en verborg zich onder een kast.

Lief keek me meewarig aan toen ik haar de volgende morgen eens extra over haar kopje streelde. Ik overdreef. Maar toen poes in kwestie een hele avond lang niet opdook en we's avonds laat wakker werden van gekrabbel uit lief's kleerkast, veranderde hij van mening.

Uit de kast stapte een verontwaardigd miauwende Wiebe. Haar staart pijlrecht en met vlammende gele oogjes. Een aai werd niet in dank aanvaard, maar met boos gesis en een poging tot een klauw.

Bijna verpletterd worden en daarna een hele dag in de kast opgesloten worden. Dat ze nog niet de pootjes genomen heeft ... .

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen