woensdag 26 januari 2005

Balorig
Ik stampte door de winkelstraat, trapte vuile resten grijze sneeuw voor me uit. Niet boos, niet woest, niet verdrietig, maar balorig... Opeens uit het niets, balorig, zomaar... Ik wilde tegen iets aan schoppen, iets doen wat ik beter niet zou doen, heel even buiten de lijnen dansen. Mijn handen waren gebald tot keiharde vuisten, mijn knokkels bijna wit. Balorig zijn om niets, het gebeurt niet veel.
Ik dacht aan mijn bankrekening, aan de planken van mijn boekenkast die stilletjes kreunen dat er echt niemand meer bij kan, aan de to-lees-stapel op mijn nachtkastje. Ik dacht er aan, gaf de gedachte toen een ferme trap en liep de boekenwinkel in.
Zonder te slenteren, te struinen of te proeven nam ik boeken uit de rekken. Deze, deze, deze en deze. Po√ęzie, een verhalenbundel, makkelijk weg-te-lezen chicklit en de prachtige woorden van Josse De Pauw. De stapel boeken wiebelde toen ik ze aan de verkoopster gaf. 'Cadeautjes', vroeg ze. Ik knikte.
Het hengsel van de zak vol ingepakte boeken sneed in mijn handpalm. Een zak vol cadeautjes die ik op mijn boekenplank zal schikken, deugddoende traktaten voor andere stemmingen, misschien... Maar de balorigheid, die was in elk geval verdwenen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten