vrijdag 28 oktober 2005
Dominiek

terug alive and kicking op het ww-web. Blij toe!
 
donderdag 27 oktober 2005
Gek weer
In een lichte pull naar buiten, blauwe lucht en een helder zonnetje. Een vlinder fladdert voorbij. De lucht is knisperend fris, en zo voel ook ik mij na het korte wandelingetje werk - broodjeszaak - werk.

'Mmm', denk ik voor ik de voordeur opentrek. 'Lentekriebels.'
Om mezelf twee seconden later voor het hoofd te slaan.
'Mmm, herfstkriebels.'
 
donderdag 20 oktober 2005
Bijna één jaar
Ik trek de paperclip die een 30-tal pagina's bijeen houdt los uit mijn Moleskine en blader door mijn woorden en zinnen van een jaar terug.
Ik lees wat ik toen schreef.
Hoe ik mezelf op papier oppepte.
Hoe ik mezelf motiveerde.
Hoe ik mezelf bleef overtuigen dat er niets aan de hand was.
Hoe ik mezelf bleef voorhouden dat het allemaal wel over zou gaan.
En tussen de regels: hoe slecht ik me in me vel voelde tussen mijn toen nieuwe collega's.

Carpoolcollega komt de parking opgereden en ik klap mijn notaboek dicht. De paperclip laat ik tussen mijn vingers glijden en ik kijk hoe hij op de grond stuitert.
Mijn woorden maken niets meer bij me los, behalve misschien: 'Ik ben nu zoveel beter af.'
 
dinsdag 18 oktober 2005

'Ze komt net uit bad', hoor ik Lief zeggen in de gang. Ik zit tegen de verwarming op mijn rode zitkussen, een oude slobberpyjama en mijn natte haren in een handdoek gewikkeld.
'Geen probleem', antwoordt de vaag bekende stem en zijn stappen klossen de woonkamer binnen.
'Goeieavond, fris gewassen zie ik!' Vlak bij de zetel staat de freelancer die al vier maal vroeg of hij bij ons niets kon doen. Nu - om 21u30 - vraagt hij het voor de vijfde keer.
'Het spijt me Henk. Ik heb je gegevens doorgespeeld aan de verantwoordelijk. Zij zou contact met jou opnemen.'
Hij laat zich in de zetel zakken. Pijnlijk bewust van mijn oude slobberpyjama en natte haren in een handdoek sta ik recht en loop naar de deur.
'Ik vraag het haar morgen nog eens.'
'Oké, bedankt.' Hij nestelt zich dieper in de zetel. 'Jullie wonen mooi hier. Was er veel werk aan het huis?'
Lief komt naast me staan en werpt me een hoe-krijg-ik-die-buiten-blik toe. We blijven rechtstaan en antwoorden kort. Maar Henk is van het koppige type met een onuitputbare voorraad aan vragen-om-het-gesprek-op-gang-te-houden.
Een half uur later kan Lief eindelijk de deur achter hem dichtslaan. Wat hem betreft zijn de freelance-kansen voor Henk verkeken.

'Een wit broodje, graag', bestel ik de volgende morgen bij de bakker. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en overloop in gedachten de dag die voor me ligt.
'Goeiemorgen. Lekker geslapen?' toetert een nu pijnlijk bekende stem in mijn oren.
Ik draai me om en merk Henks brede glimlach naast me op.
Als ik niet op mijn broodje had moeten wachten, was ik zo de bakkerij uitgelopen.
'Goed geslapen. Dankje.'
 
zaterdag 15 oktober 2005
Reddingsdienst
We zaten als twee verdwaalde toeristen op de vergadering. Uit ons bureau geplukt en op de twee stoelen neergepoot.
Collega die-en-die was verhinderd en iemand moest ons standpunt verdedigen.
Er viel weinig te verdedigen.
Er werden kilometerslange ommetjes rond het te verdedigen standpunt getrokken.
Het te verdedigen standpunt werd vakkundig uit de weg gegaan en hoe we ook probeerden, veel meer dan op onze stoel zitten en proberen het geheel in de juiste richting te duwen, konden we niet doen.
Stiekem viste ik mijn gsm uit mijn zak en smste 'Reddingsdienst gevraagd. Dringend!'.
Vijf minuten later werd er op de deur geklopt.'Kim, er is telefoon voor jou.'
In de gang leunde ik dankbaar tegen de muur.
'Is het zo erg?', vroeg mijn reddingsdienst-collega.
'Erger.'
Mijn gsm in mijn zak trilde. Ik opende het berichtje.
'Nice move', schreef mijn collega die alleen op de vergadering achtergebleven was.
 
vrijdag 14 oktober 2005
Morgen en vandaag om middernacht
Om 23u56 schuif ik naast Lief onder de deken.
'Hoi', mompelt ie slaperig vanonder het dons.
'Hei', fluister ik terug. 'Het is toch nog vandaag geworden. Niet morgen zoals ik deze morgen zei.'
Lief draait zich om, trekt de deken op tot onder zijn kin.
'Maar zelfs als het morgen zou geweest zijn, was het toch vandaag.'
Ik wriemel me diep in het dekbekhol.
'Neen, het zou morgen geweest zijn.'
'Lieve Kruimel, het moment dat je naast mij onder de dekens schuift zal op dat moment altijd vandaag zijn.'
Ik geeuw en rol me op in een bolletje.
'Het is ondertussen al morgen.'
'Neen, het is opnieuw vandaag.'
 
donderdag 13 oktober 2005
Aan het fornuis
'Moet dat zo rood zijn?' Lief buigt over de kookpot waar een rode brij in pruttelt.
Ik blader snel terug naar het recept in het kookboek en hou het plaatje naast de kookplaat. 'Hier lijkt het wat geler en dikker.'
Lief laat de lepel opnieuw door het mengsel walsen en mikt de stukjes kip erbij.
Ik schik de rijst op de borden en schep de kip en saus erover. Wat koriander en klaar.
Aan tafel kijken we elkaar aan en nemen we aarzelend een hapje. Het lijkt er verdacht veel op. Het smaakt er verdacht veel naar.
'Kip met tomatensoep', knikt Lief.
'Dit is geen curry, maar kip met tomatensoep.'

Waarschuwing: Eén pak passata in currysaus voor twee personen kieperen kan verstrekkende gevolgen hebben.
 
woensdag 12 oktober 2005
In het kader van 'Zo herfstig hoeft het nog niet te zijn!'

Wie vergeet 's morgens steeds het licht aan te steken?
 
maandag 10 oktober 2005
De Nieuwe
De Nieuwe. Of de-laatste-nieuwe. Om de één of andere reden werd er na mijn komst telkens een wervingsstop op lokaal niveau ingelast. Maandenlang liep ik bij elke werkgever met de onzichtbare stempel naast mijn functie: De Nieuwe. Ongeacht hoe goed ik mijn taken onder de knie had. Het werd mijn tweede voornaam.
Vandaag - na tien maanden - mag ik mijn bordje afgeven. Een nieuw paar voeten stapte deze morgen over de drempel. En hij zei het zelf zo mooi: 'Ik ben Bart, de nieuwe collega.' Ik schudde opgetogen zijn hand. Hier is je bordje, veel plezier ermee.

'Hoe is het met De Nieuwe', mailt Lief. 'Blij dat je niet meer de jongste van de hoop bent?' Mijn euforie daalt tot ergens rond het nulpunt. Hij is 26, geboren in juni. Ik ben 26, geboren in juli.
Ik ben dan wel de-nieuwe-af, ik blijf de jongste. Een stempel die ik ook al drie werkgevers lang meesleep.
 
Als collega's maatjes worden...

'Gaat het?'
Ergens van tussen de armen: 'Mmmmmm'
'Zeker? Het klinkt niet zo.'
Luider: 'Mmmmmmm'
'Wat scheelt er? Hup! Shoot!'
Tussen de vingers doorturend: 'Nie-hiets!'
'Toch wel!'
Nog steeds tussen de vingers doorturend: 'Toch niet!'
'TOCH WE-HEL!'
'Echt niet.'
'Jawel, Hup! Vertel!'
Opnieuw van ergens tussen de armen: 'Niets, niets, niets!'
'Goed, als je wilt praten.'
Met hoofd op armen:'Mmmmm'

Even later:
Trommelend op het bureaublad: 'Al mijn inspiratie is weg.'
'Als je nu eens opschreef wat er scheelt.'
'Er. Is. Heel. Echt. Waar. Niets. Aan. De. Hand.'
'Mmmmm.'
 
vrijdag 7 oktober 2005
Zinnen verzamelen (uit de microkosmos van mijn Moleskine)

Ik sta niet graag groen van misselijkheid aan de kant van mijn eigen leven.

Als is soms een fijn woord.

In haar hoofd blijft ze even oud als ze altijd al geweest is.

Ophaalbruggen lijken verdacht veel op gigantische katapulten.

Soms lijkt het zo weinig: slechts 26 letters en een handvol leestekens.

Eigenlijk doe ik heel veel, maar zij zullen het maar niets vinden.
 
dinsdag 4 oktober 2005
Ooit een vriendin
'Derde maal trakteren. Is het niet?', lachte ik terwijl ik Egel voor de zoveelste keer deze maand tegen het lijf liep.
Egel deed haar naam eer aan, voor de zoveelste keer deze maand. Ze kromde haar schouders, verborg haar gezicht achter een zwaaihandje en deed een stapje naar achter. Een giechellachje en een kleine draai naar links. Zo goed als klaar om weg te rennen.
'Hoe gaat het?' De poging plofte tussen ons in. Beiden keken we hoe de woorden roerloos bleven liggen. Elk zoekend naar een snelle uitweg. Een daag. Een tot ziens. Of een vaag handgebaar.

Bijna onbegrijpbaar dat wij ooit die twee meisjes geweest zijn die drie jaar lang als een onafscheidelijk duo de studentenstad doorkruisten.