vrijdag 24 februari 2006
Op een donderdagavond
'Ik weet dat er mensen bestaan die veel te veel kleren inpakken, wanneer ze op reis vertrekken. Jij valt op dat vlak nog goed mee', stak Lief deze week van wal.
Ik knik instemmend. Mijn bagage neemt telkens maar een heel klein beetje meer plaats in dan de zijn.
'Maar...', gaat ie verder. 'Als het op boeken aankomt ben je een ramp. De laatste keer nam je vijf knoeperts van elk minstens 300 pagina's mee. Dat krijg je toch niet weggewerkt op 10 dagen. Niemand kan dat.'
Ik hou wijselijk m'n 'een boek voor elke mood'-speech voor me. Voor een niet (of amper) lezer is dat Latijn. Boeken zijn boeken. Letters op een rij vormen woorden en zinnen. Klaar!
Hij staat voor de wijnkistjes-boekenkast. Z'n handen in zijn zij en hoofd wat schuin.
'Hier krijg je niets meer in.'
Boeken staan netjes in rijen naast elkaar. Boeken liggen bovenop de rijtjes-boeken. Kleine boeken wurmen zich in de laatste lege gaatjes.
Ik hou opnieuw wijselijk voor me dat zeker 15 boeken aan het logeren zijn bij collega's en vrienden. En dat nog eens minstens 10 boeken een toren vormen naast m'n bed.
'Wordt het geen tijd om de boekenkast eens op te ruimen? In plaats van steeds nieuwe bij te kopen?'
Ik schud verwoed met m'n hoofd.
'Stop dan tenminste met nieuwe boeken te kopen.'
In mijn verdediging. Lief leest niet. Of amper. En volgens mij kan iemand die niet (of amper) leest) niet begrijpen wat boeken kunnen doen. In het bijzonder wat 'boeken kopen' kan doen.

Iemand nog goede argumenten over? Hoe peuter ik het aan z'n verstand wat een nieuw boek doet?
Of heeft er iemand lege wijnkistjes over? (want hoedanook, de boekenkast is binnenkort aan uitbreiding toe.)
 
donderdag 23 februari 2006
Er is weg en weg...
De helft van de familie zwermt naar goede gewoonte weer helemaal uit over de wereld. Van Parijs tot in Nepal.
En ik, ik speel een eilandje helemaal op mezelf.
Op de bank reis ik zonder vertragingen door de tijd en de wereld rond,
af en toe opgeschrikt door een kleine onbekende eilandbewoner die volop het bezit van armen en beentjes uittest.
 
maandag 20 februari 2006
Klustip
'Je kan natuurlijk ook werken met USB-platen'
'?'
'Je weet wel, zo'n vezelplaten. Dat zijn toch USB-platen?'
'Weet je, ik denk dat jij teveel aan je computer zit.'
 
vrijdag 17 februari 2006
Beste meneer Spinvis,

Ik luisterde gisterenavond in de auto naar uw nieuwe cd.
En deze morgen nog eens opnieuw.
Meneer Spinvis, na die twee luisterbeurten heb ik toch een vraagje voor u.

Wanneer ik langs kleine gehuchten reed met namen waar je je tong over kan breken. Dorpjes die zo klein zijn, dat je ze in een zuchtje voorbijrijdt. Plekken waar iemand het - ongeacht hoe klein - toch nodig vond om een oost en noord of zuid en west exemplaar op de kaart te zetten. Wanneer ik tussen bossen wegwijzers en wegomleggingen laveer en luister naar 'De oevers van de tijd' wellen er tranen op in mijn ooghoeken. Na het derde rondpunt buigen ze mee een boog over m'n wang. Pas wanneer ik eindelijk de autostrade oprij, zakt het gevoel wat en heb ik de tegenwoordigheid van geest om uw cd even uit te klikken en verder te luisteren naar de radio.

Maar wanneer ik 's morgens hetzelfde liedje beluister, gebeurt er iets helemaal anders. Ik lach, ik neurie mee, zelfs de kleine Kruimel onder mijn hart doet heel even iets wat voor een dansje zou kunnen doorgaan. De muziek kolkt om m'n hoofd en blaast alle restjes ochtendhumeur het raampje uit.

Hoe doet u dit, meneer Spinvis?
Of ligt het enkel en alleen aan mij?

Kruimel
 
donderdag 16 februari 2006
Kokenetenke
Op het aanrecht stond een hele rij potjes uitgestald: tijm, oregano, chilipoeder, zout, zwarte peper. Als kleine kaboutertjes op een rij. Ze keken onbeweeglijk toe hoe hij de uien aan het snijden was.
'Ik koop', had hij gemaild. 'Jij kookt.'
Maar een nieuw pastasaus-recept heeft op ons allebei een onverklaarbare uitwerking. Willen roeren, willen dingen in de pot strooien, ...
Hij wreef de tranen uit z'n ogen.
Ik trok een schort over m'n hoofd.
Zij aan zij als twee druïden boven een pot toverdrank.
De saus pruttelde.
Ik roerde langzaam.
Hij strooide af en toe wat kruiden bij en proefde van de hete brij.
'Weet je...', begon ik.
'... het ruikt naar de zomer', vulde hij aan.
 
dinsdag 14 februari 2006
De deadline nadert gevaarlijk dicht
Na de vijfde onbeantwoorde mail.
Na het tiende: ‘Het spijt me ze is net de deur uit.’ en ‘Ik vraag dat ze je terugbelt.’
Doet ze dus niet. Ik begin stilaan te denken dat ze gewoon niet bestaat. Dat ze niet meer is dan een naam op een visitekaartje.

Ik gun haar nog één onbeantwoorde mail en heel misschien een elfde ‘net gemist’- telefoontje. Daarna rij ik er gewoon heen, na eerst een ommetje gemaakt te hebben bij de doe-het-zelf-zaak voor een hamer en nagels. Ik wacht haar op, spijker ze vast aan haar stoel en rij terug om dan te mailen en te bellen. En dan geniet ik van dat unieke gevoel dat beantwoorde mails en telefoontjes kunnen geven. Van het gevoel om werk te zien schuiven.
 
vrijdag 10 februari 2006
Voor & Na
Ik deel dit jaar in twee.
Een jaar gedeeld in 'voor' en 'na'.
Een jaar gedeeld in 'dan ben je er nog niet' en 'dan ben je er wel al'

Deze morgen kocht ik samen met de krant de eerste cd van de First Class Jazz-collectie. De eerste van een reeks van 20. Vandaag Miles Davis. Django Reinhardt sluit eind juni de rij.
Terwijl het lijstje bestudeer, denk ik onwillekeurig: 'Dan ben je er wel al.'
 
Bed
Het verschil vond ik zo op het zicht nogal miniem, want eerlijk wat is 20 cm extra verdeeld over twee personen?
Tien centimeter.
Dat is zo’n …… beetje meer?
Mis!
Tien centimeter is Een Zee Van Ruimte.
Plaats om te draaien.
Om armen en benen te laten uitwaaieren, zonder de andere een stamp te verkopen.
Om je helemaal in een bolletje te draaien, tegen richting te gaan liggen en nog steeds plaats te hebben.
Ruimte om een perfect nestje te creëren.
Tien centimeter staat voor: ‘Ik wil ’s morgens helemaal niet meer opstaan!’

Alleen jammer dat Lief ook nog wat dekbed wilt, want die is voorlopig nog niet meegegroeid met ons bed.
 
dinsdag 7 februari 2006
Ontsnappen
Naar hier of naar hier.
En dan even gewoon zitten,
niets doen.
 
vrijdag 3 februari 2006
Buik-bedenkingen
Ik had nieuwe kleren nodig, want ongeacht hoe ver het potvis-stadium nog voor me uit ligt (dixit vriendinnetje Annemoon), Buik reduceert alle T-shirts en pulls in m'n kleerkast in één moeite tot naveltruitjes.
In de winkel streelde ik vijf-maanden-buik af en toe. Een streel als in: braaf om zo voorzichtjes te groeien en mij er toch nog ongeveer als mezelf te laten uitzien. Zelfs met drie spiegels rondom mij voelde ik me nog steeds geen rollade.

De volgende morgen trek ik één van m'n vijf-maanden-buik aangepaste outfits aan. Gewoonlijk slaperige Lief is opeens verrassend wakker en kijkt me met grote ogen aan terwijl ik de keuken binnenloop.
'Wat?' en ik voel om te controleren of er iets niet goed zit.
'Niets. Alleen ... wanneer is je buik zo ... zo groot geworden?'

Qua Buik-inschatting zitten we op een verschillende golflengte. Ofwel mis ik gewoon het juiste perspectief.
 
donderdag 2 februari 2006
Aangekomen
Met haar bijna 74 jaar is ze een meer dan ervaren reizigster. Iran, Marokko, Cuba, Sumatra, Indië en zowat heel Europa. Maar toch stond de onzekerheid in haar ogen te lezen terwijl ze haar reisroute overliep.
'Waar moet ik mij weer aanmelden in Zaventem?'
'Bij de balie van je touroperator.'
'En dan?'
'Dan check je je bagage in en ga je naar de gate.'
'Hoe weet ik waar ik moet zijn?'
'Dat zullen ze je vertellen aan de balie van je touroperator.'
'...'
'Oma, dit is toch niet de eerste keer dat je alleen reist. Meer nog, je hebt nooit niet anders gedaan.'
Ze glimlacht, maar de twijfel blijft in haar ogen blinken.
'En die overstap in Londen. Hoe moet dat?'
Ik slik een visioen van een gestrande oma in verlaten luchthaven snel door.

Vier dagen later open ik m'n mail: 'Goed aangekomen, met fotografisch bewijs', mailt m'n nonkel bij wie oma een maand zal logeren.
Tussen de pixels ontcijfer ik een opgelucht lachende oma in de aankomsthal van Johannesburg. En ik doe aan deze kant van de evenaar even net hetzelfde.