vrijdag 31 maart 2006
Vrijdagmorgen
Thuis - werk, dat is een opvolging van lichten, ronde punten, oprit van de autostrade, wegenwerken, tankstation, afrit, lichten en de parking van m'n werkgever.
Deze morgen bleken de wegenwerken en het tankstation verdwenen. Ik herinnerde me nog de oprit toen ik de afrit nam, maar wat daar tussenin moest zitten kon ik mij met geen mogelijkheid meer voor de geest halen.
Wat wel dan? Iets van een schansspringende grapjurk ... zo ergens tussen thuis en werk.
Dat is het zo ongeveer.
En dat er nog geen koffie was...
 
woensdag 29 maart 2006
Ergernis
Ze wil gaan eten voor haar verjaardag.
Niet in een adresje ergens in de buurt, maar halverwege een andere provincie in het centrum van de stad op een weekavond.
Niet in een of ander restaurant dat anders de komende vier maanden volboekt is, maar in een brasserie 'waar de pasta wel lekker is'.
Dus haal je haar om 19u op 'want anders moet ik helemaal alleen met de trein'
en worstel je je een weg door het centrum van de stad op zoek naar een parkeerplekje vlakbij het restaurantje in kwestie 'want met mijn been kan ik echt niet ver wandelen.
'Zeker?', vraagt ze wanneer ik zeg dat met mini-Kruimel en mij alles oké is. 'Je hebt nergens last van?' Ze kijkt bijna teleurgesteld.
We toasten op haar verjaardag en wensen haar nog vele jaren.
Ze zucht theatraal: 'Zo kom ik op m'n oude dag nog eens buiten.' Onder tafel knijpt Lief in m'n ene hand. Van de laatste drie maanden was ze zeven weken het land uit.
Ze neemt een grote slok en zucht opnieuw: 'Zo hebben jullie nog eens tijd voor mij, want anders zit ik hele dagen alleen in dat grote huis.'
Grote Kleine broer knijpt in m'n andere. De laatste vier weken stond ik vijf keer aan haar voordeur en telkens was er niemand thuis.

Ze klapt haar menukaart open en mompelt: 'Hebben ze hier niets anders dan pasta?'
 
woensdag 22 maart 2006
Ik hoor Lief nu al zuchten...
'Wat heb jij een mooie dikke buik', lacht de verkoopster naar de bult die onder de tweede knoop van mijn jas uitpiept.
'Weet je wat?', fluistert ze terwijl ze even om zich heen kijkt. 'Neem dit ook maar mee' en ze laat het jeugdboekenweekgeschenk in het zakje naast mijn nieuwe lading boeken glijden.
'Om een mini-leesbeestje te kweken.'
 
Kleine namiddag
Er hing aan het magneetbord nog een boekenbon die ik al maanden bewaarde, als een soort noodrantsoen voor hoge boekennood. Gisterenmiddag was die middag. Deel I van de trilogie waarin ik helemaal werd meegezogen was bijna uit. Voor het zover was, moesten deel II en III in m'n boekenkast staan.
M'n vrije middag werd een kleine namiddag. Een moment waar de wereld niet groter is dan gewoon genieten. Helemaal alleen op de bus, ronddwalen in een bijna verlaten boekenwinkel met kasten die 3 meter hoog reiken. In alle rust lezen, proeven en ontdekken. Verse chocoladecake halen bij die bakker waar ik bijna nooit meer kom, met een bijna lege bus terug naar huis.

Klein geluk.
 
dinsdag 21 maart 2006
...
De cursor knippert bemoedigend.
'Toe dan. Kom dan.'
Hij wil de letters lokken, maar ze komen niet. Niet in de rij zoals ik zou willen. Niet in de vorm zoals ik zou willen.

Ik staar naar het zwarte lijntje.

Lijntje - niets - lijntje - niets - lijntje -niets - ...

en in mijn hoofd wordt het leger en leger. Er buitelen zelfs geen flarden meer rond mijn hoofd, klaar om uit de lucht geplukt te worden. Ik hou niets meer over om in mijn handen te wegen of even uit te proberen.

Ik kijk naar het zwarte knipperende lijntje en klik uiteindelijk het lege virtuele blad weg.

Inspiratie komt niet op afspraak.
 
maandag 20 maart 2006
Halfweg
Ons nieuwe bed wordt meer en meer mijn lievelingsplekje, ook om tv te kijken. Een verstelbaar hoofd-en voeteinde, dat kan de zetel beneden mij niet bieden. Een deken die ik tot onder m'n kin kan optrekken, dat lukt in de zetel ook wel maar bijna onmiddellijk moet ik die delen met twee katten. Na 21u verhuis ik dus steeds vaker naar boven om te lezen of tv te kijken.
Gisteren schoot ik na de Parelvissers mijn slaap T-shirt aan en nestelde me helemaal in. Net op tijd voor de begingeneriek van Witse lag elk kussen zoals het moest liggen, was ik helemaal ingeduffeld door het dekbed. Kortom, een behaaglijk nestje zoals het hoort.
Jammer genoeg heeft al die behaaglijkheid ook één groot nadeel. Ik lig lekker. Ik lig zodanig lekker en m'n oogleden worden zwaar.
'Ik sluit eventjes m'n ogen', denk ik dan en luister naar de conversaties. Ik kijk niet langer tv. Ik luister tv ... denk ik.

Wanneer ik weer wakker schiet neemt Frank Raes afscheid van de kijker en zit Studio 1 erop. Voor de vierde week op rij weet ik weer niet of Witse de dader kon te pakken krijgen, of zelfs wie de dader is.

Iemand?
 
donderdag 16 maart 2006
Het voelde alsof we net niet van de wereld zouden vallen, in dat onooglijke dorpje een stuk over de grens. Het was een gestolen weekend. Een 'we gooien gewoon de tent en de rest in de koffer en zien wel' op vrijdag.

Het weer maakte het weekend er eentje van lachen en vloeken tegelijk. Vloeken om de verpeste zomerse avond. Geen zalig gebakken vlees met een flesje wijn erbij. Geen kans om na te praten terwijl de duisternis invalt.
Lachen om het idiote zicht dat we boden. Twee mensen die onder het mini-afdakje van hun tentje angstvallig een barbecue probeerden in gang te krijgen terwijl de regen de tent geselde en de wind bijna onmiddellijk komaf maakte met alle mini-vlammetjes die durfden op te laaien.

In de regen naar buiten om de lijnen stevig aan te trekken.
Moddervoeten en doorweekte kleren.
Op één luchtmatras in twee slaapzakken met één zaklamp tegen elkaar aangeleund elk verdwijnen in een ander boek.

Ons gestolen weekend werd drastisch ingekort. Thuis komen was heerlijker dan ooit. Maar op een donderdagmorgen zoals vandaag, wanneer een vergadering zich te pletter loopt op de muur en ik suf de seconden voel wegtikken tot 'tot morgen', is de herinnering mooier dan ooit.
Ik wil weer in die tent liggen mét striemende regen én gierende wind. Onmiddellijk!
 
woensdag 15 maart 2006
Ja, ik ben een watje
Aan de oppervlakte lijkt het alsof iemand er een laagje voille heeft overgespannen. Witte streepjes en putjes. Een gebarsten laag vernis, zo zou je het ook kunnen noemen. Een doffe witte schijn, doorbroken door een wirwar van kloofjes en barstjes.
Op de scharnieren ziet alles rood. Rood en pluizig. Tenminste als je van ver kijkt. Met je neus erop merk je al snel dat dit deel van de oppervlakte er de brui aan geeft. 'Ik geef het op', lijken de pluisjes te denken en ze laten zich zo weg wrijven om de kijker dan een mooie blik te gunnen op wat ze eerst nog bedekten. Nog meer putjes en barstjes, niet meer wit maar rood dooraderd.

Winterhanden, voor het eerst.
 
dinsdag 7 maart 2006
Zzzz
Een nacht die net zo lang duurt zoals de dag, daar heb ik geen boodschap aan. Zeker als de dag er eentje was zoals gisteren en ik de nacht half uur per half uur mag beleven.
Lief balanceert op het randje van de griep en laat het merken door alle dekens te stelen, weer van zich af te trappen en vervolgens bibberend in een bolletje weg te dommelen. Luid snurkend.
Mooi ... na een rotdag kan dus zonder problemen een rotnacht volgen.
Ik peuter een driehoekje deken los, knip m'n leeslampje aan en vis 'Brieven aan Doornroosje' van m'n nachtkastje in de hoop daar inspiratie voor de slaap te vinden.
Zeven brieven later gromt Lief slaapdronken in z'n kussen.
'Mag het lichtje uit? Ik kan niet slapen!'
 
maandag 6 maart 2006
Hé, jij daar
's Morgens en 's avonds wanneer ik me realiseer dat het toch al weer een tijdje geleden is, dan tik ik eens. Of kriebel of por ik even. Mijn buik dus...
Waar ik eigenlijk mee bedoel: 'Ben je er nog daarbinnen?'
En dat hou ik vol tot ik een bevestigend duwtje krijg. Af en toe zelfs een stevige stamp. Als in: 'Jaja, ik ben er nog niet uitgevallen.'
Lief bekeek het glimlachend tot gisterenavond toen na een kriebelsessie m'n buik helemaal zelfstandig een rondje salsa begon te dansen. Met zijn lippen boven mijn - op dit moment zo goed als onbestaande - navel, fluisterde hij kleine kruimel toe:
'Ze zit eenvoudig ineen hoor, die mama van jou. Nu moet je veel schoppen. Heel veel bewegen. Maar wees gerust. Binnen een grote drie maanden mag je uitrusten. Je zal zien, dan zal ze willen dat je veel slaapt. Vooral 's nachts...'
 
donderdag 2 maart 2006
Noppes lentekriebels
In onze tuin is nog niets van de lente te merken. Het gras groeit vaalgroen verder. Dorre bladeren verzamelen in hoekjes en kantjes. De tuintafel is ondergesneeuwd en als de bloembollen zich al roeren onder de grond doen ze wel heel erg voorzichtjes.
Meer dan anders sta ik voor het raam en verlang naar mijn zomertuintje. Mijn plek aan de picknicktafel onder de krulwilg. Mijn plek in het gras onder de pruimenboom. Mijn plek in mijn tuinzetel daar waar de zon ook maar schijnt.

Het is tijd voor een grote bos bloemen op de keukentafel...