Nieuwsgiering
Alleen maar omdat ze het er veel te snel zouden van meppen. Of omdat ik geen modelletje vind dat erop zou passen. En misschien ook omdat het toch wel een beetje naar mishandeling neigt.
Want eigenlijk zou ik graag eens een cameraatje op mijn katten hun kopjes monteren. Om met mijn eigen ogen te zien wat die een hele dag uitspoken.
dinsdag 31 augustus 2004
maandag 30 augustus 2004
Over papieren bootjes en vliegertjes
'En?', vraagt iedereen. 'Hoe gaat het?'
'Leuk. Druk, maar ik heb het graag druk. Net wat ik wilde', antwoord ik dan. Over die vouwen zwijg ik nog. Over hoe ik van een papieren bootje, een papieren vliegtuigje werd. Andere taken, andere doelen, ....
En toch blijven de oude plooien zichtbaar.
In mijn mails.
In mijn iets te plots een kantoor binnenvallen.
Aan mijn aarzeling als de telefoon rinkelt. Een honderste van een seconde om mezelf aan de nieuwe stoel waar ik op zit te herinneren, voor ik de telefoon opneem. Zodat ik niet per ongeluk de verkeerde naam noem.
Ik probeer mijn oude plooien zachtjes wat glad te strijken.
Zodanig glad dat ik mooi in mijn nieuwe vorm blijf zitten, maar niet te glad, want ik vind het wel fijn om ze bijna onmerkbaar toch mee te nemen.
'En?', vraagt iedereen. 'Hoe gaat het?'
'Leuk. Druk, maar ik heb het graag druk. Net wat ik wilde', antwoord ik dan. Over die vouwen zwijg ik nog. Over hoe ik van een papieren bootje, een papieren vliegtuigje werd. Andere taken, andere doelen, ....
En toch blijven de oude plooien zichtbaar.
In mijn mails.
In mijn iets te plots een kantoor binnenvallen.
Aan mijn aarzeling als de telefoon rinkelt. Een honderste van een seconde om mezelf aan de nieuwe stoel waar ik op zit te herinneren, voor ik de telefoon opneem. Zodat ik niet per ongeluk de verkeerde naam noem.
Ik probeer mijn oude plooien zachtjes wat glad te strijken.
Zodanig glad dat ik mooi in mijn nieuwe vorm blijf zitten, maar niet te glad, want ik vind het wel fijn om ze bijna onmerkbaar toch mee te nemen.
Addict
Omdat het kouder wordt buiten
Omdat er toch niets op tv is
Omdat ik hard gewerkt heb
Omdat de Belgen drie Olympische medailles wonnen
Om het weekend af te sluiten
Om de werkweek te beginnen
Omdat ik me wat sip voel
Om te vieren
Om mezelf op te beuren
Om ongestoord mijn boek te kunnen lezen
Nu we eindelijk een bad hebben is elke reden goed genoeg om te dobberen. Ik zet me schrap voor de komende waterrekening.
Omdat het kouder wordt buiten
Omdat er toch niets op tv is
Omdat ik hard gewerkt heb
Omdat de Belgen drie Olympische medailles wonnen
Om het weekend af te sluiten
Om de werkweek te beginnen
Omdat ik me wat sip voel
Om te vieren
Om mezelf op te beuren
Om ongestoord mijn boek te kunnen lezen
Nu we eindelijk een bad hebben is elke reden goed genoeg om te dobberen. Ik zet me schrap voor de komende waterrekening.
vrijdag 27 augustus 2004
Onderduiken
Ergens tussen het inpakken van mijn zwemtas en het moment dat op mijn fiets stapte protesteerden mijn spieren.
"Neenneenneen", klonk het uit mijn schouder. "Genoeg voor vandaag. Wij willen rust. We willen in bad ronddobberen of in de zetel liggen, maar we willen geen baantjes trekken."
"Jongens, alsjeblieft", kreunde mijn overvolle hoofd. "Ik wil zo graag op en neer zwemmen en eventjes aan niets denken."
"En wij wel weer werken", morden ze maar mijn benen maalden braafjes hun rondjes op de pedalen.
Het zwembad glinsterde uitnodigend en was zalig rustig. In baan één dobberden twee omaatjes wat aan de zijkant. Voor de rest niets. Voorzichtig gleed ik het water in .
"Mmmm", zuchtten alle spieren in koor. "Gewichtloos", maar zodra ik afzette klonk er gemor. Mijn schouders steunden, mijn benen mopperden en mijn armen klaagden bij elke slag. Mijn hoofd daarentegen voelde zich frisser en frisser met elk golfje water dat opspatte. Tot het vierde baantje...
Opeens verscheen vlak voor mijn neus een wirwar van benen.
"Jongens, vijf minuten watertrappelen", brulde een trainer vanaf de rand.
De benen gingen nog wilder trappen. Veel benen, verspreid over vier banen. Er was geen doorkomen meer aan.
Vloekend zwom ik naar de het plens- en spettergedeelte. Verbeten slalomde ik tussen de spelende kinderen door, tot na een "pas op" het tienerbommetjes regende vanaf de duikplank. Verbaasd keek ik om me heen. Het leek alsof een complete basisschool op het zwembad was losgelaten.
"Stomme, verspilde zwembeurt", gromde ik, toen ik een kwartier later afgedroogd en aangekleed terug naar mijn fiets stampte.
"Zeiden we toch al", gniffelden mijn spieren.
Ergens tussen het inpakken van mijn zwemtas en het moment dat op mijn fiets stapte protesteerden mijn spieren.
"Neenneenneen", klonk het uit mijn schouder. "Genoeg voor vandaag. Wij willen rust. We willen in bad ronddobberen of in de zetel liggen, maar we willen geen baantjes trekken."
"Jongens, alsjeblieft", kreunde mijn overvolle hoofd. "Ik wil zo graag op en neer zwemmen en eventjes aan niets denken."
"En wij wel weer werken", morden ze maar mijn benen maalden braafjes hun rondjes op de pedalen.
Het zwembad glinsterde uitnodigend en was zalig rustig. In baan één dobberden twee omaatjes wat aan de zijkant. Voor de rest niets. Voorzichtig gleed ik het water in .
"Mmmm", zuchtten alle spieren in koor. "Gewichtloos", maar zodra ik afzette klonk er gemor. Mijn schouders steunden, mijn benen mopperden en mijn armen klaagden bij elke slag. Mijn hoofd daarentegen voelde zich frisser en frisser met elk golfje water dat opspatte. Tot het vierde baantje...
Opeens verscheen vlak voor mijn neus een wirwar van benen.
"Jongens, vijf minuten watertrappelen", brulde een trainer vanaf de rand.
De benen gingen nog wilder trappen. Veel benen, verspreid over vier banen. Er was geen doorkomen meer aan.
Vloekend zwom ik naar de het plens- en spettergedeelte. Verbeten slalomde ik tussen de spelende kinderen door, tot na een "pas op" het tienerbommetjes regende vanaf de duikplank. Verbaasd keek ik om me heen. Het leek alsof een complete basisschool op het zwembad was losgelaten.
"Stomme, verspilde zwembeurt", gromde ik, toen ik een kwartier later afgedroogd en aangekleed terug naar mijn fiets stampte.
"Zeiden we toch al", gniffelden mijn spieren.
donderdag 26 augustus 2004
woensdag 25 augustus 2004
zondag 22 augustus 2004
vrijdag 20 augustus 2004
Stil
Na vier jaar helemaal alleen in een - wat bijna leek op een- danszaal voor mij alleen, was ik bang dat ik er niet aan zou kunnen wennen. Een bureau delen. De hele dag om minder dan twee meter van iemand anders zitten. Iemand die telefoneert, typt, op en neer loopt. De hele dag lang. Weg met de rust. Daaag concentratie.
Mis!
De regen tikt op de ruiten, we wisselen een goeiemorgen uit. De toesten ratelen in de maat van de regen. De rest volgt later op de dag, als we beiden wat wakkerder zijn. Het was nog nooit zo rustig. Zelfs niet in een danszaal voor mij alleen.
Na vier jaar helemaal alleen in een - wat bijna leek op een- danszaal voor mij alleen, was ik bang dat ik er niet aan zou kunnen wennen. Een bureau delen. De hele dag om minder dan twee meter van iemand anders zitten. Iemand die telefoneert, typt, op en neer loopt. De hele dag lang. Weg met de rust. Daaag concentratie.
Mis!
De regen tikt op de ruiten, we wisselen een goeiemorgen uit. De toesten ratelen in de maat van de regen. De rest volgt later op de dag, als we beiden wat wakkerder zijn. Het was nog nooit zo rustig. Zelfs niet in een danszaal voor mij alleen.
donderdag 19 augustus 2004
dinsdag 17 augustus 2004
Begin
In een tekenfilm zou er een sterretje getwinkeld hebben in de rechterhoek van mijn nieuwe computer. Of zou het bureau even in het zonlicht opglanzen.
Twee maanden zenuwachtig opwippen bij het minste gerinkel van de telefoon. Zes weken aftellen tot de laatste dag brachten me op een nieuwe plek, met grote ramen, veel zon, een gigantische boekenkast en bladzijden en bladzijden vol letters om mee te werken. En alhoewel mijn takenlijst me op het lijf geschreven is, moet ik nog wennen. Mijn oude gewoonten afschudden en nieuwe routines in mijn vingers krijgen. Namen bij gezichten ordenen. Telefoonnummers bij stemmen, woorden bij mensen.
Dat, en nog zien een telefoon, prullenbak, klasseerbakjes en enkele ringmappen te versieren.
In een tekenfilm zou er een sterretje getwinkeld hebben in de rechterhoek van mijn nieuwe computer. Of zou het bureau even in het zonlicht opglanzen.
Twee maanden zenuwachtig opwippen bij het minste gerinkel van de telefoon. Zes weken aftellen tot de laatste dag brachten me op een nieuwe plek, met grote ramen, veel zon, een gigantische boekenkast en bladzijden en bladzijden vol letters om mee te werken. En alhoewel mijn takenlijst me op het lijf geschreven is, moet ik nog wennen. Mijn oude gewoonten afschudden en nieuwe routines in mijn vingers krijgen. Namen bij gezichten ordenen. Telefoonnummers bij stemmen, woorden bij mensen.
Dat, en nog zien een telefoon, prullenbak, klasseerbakjes en enkele ringmappen te versieren.
maandag 16 augustus 2004
Zinnen verzamelen
Engel zei: "In dat boek staan alleen maar letters", en ik antwoordde, "wel hele fijne letters".
Alsof een schreeuw uit het verleden de cel nooit helemaal heeft verlaten.
Ik vind mezelf maar zelden moedig, niet zoals zij moedig is.
De tijd kruipt als het regent in Meppel.
Hij verveelde zich langzaam. Dat gaat nu eenmaal niet snel.
Engel zei: "In dat boek staan alleen maar letters", en ik antwoordde, "wel hele fijne letters".
Alsof een schreeuw uit het verleden de cel nooit helemaal heeft verlaten.
Ik vind mezelf maar zelden moedig, niet zoals zij moedig is.
De tijd kruipt als het regent in Meppel.
Hij verveelde zich langzaam. Dat gaat nu eenmaal niet snel.
zondag 15 augustus 2004
Bloem
Twink drukte een bosje rozen in mijn handen.
"Omdat je ons uitgenodigd hebt."
Ik sneed de steeltjes schuin af, schikte ze in een vaas en plantte die in het midden van de tafel, terwijl Twink haar rondje door de woonkamer maakte en voluit babbelde. Haar haar wapperde haar stappen achterna, haar ogen twinkelden.
In een namiddag overbrugden we de laatste twee maanden sinds ze op bezoek was. Van haar afstuderen tot nog-even-en-ik-ben-aan-de-slag. In een namiddag leerden we hen Catannen. Te goed zelfs, want ze won met drie punten voorsprong.
Met een bedroefde blik op de klok, namen ze afscheid en stapten in hun auto voor een rit naar de andere kant van het land.
Terwijl ik afruimde streepte ik twee puntjes van mijn ik-wil-nog-lijstje weg en bleef mijn blik hangen bij het bosje bloemen. De kleine witte rozenkopjes lieten de woonkamer er opeens heel wat minder stofferig en rommelig uit zien.
Twink drukte een bosje rozen in mijn handen.
"Omdat je ons uitgenodigd hebt."
Ik sneed de steeltjes schuin af, schikte ze in een vaas en plantte die in het midden van de tafel, terwijl Twink haar rondje door de woonkamer maakte en voluit babbelde. Haar haar wapperde haar stappen achterna, haar ogen twinkelden.
In een namiddag overbrugden we de laatste twee maanden sinds ze op bezoek was. Van haar afstuderen tot nog-even-en-ik-ben-aan-de-slag. In een namiddag leerden we hen Catannen. Te goed zelfs, want ze won met drie punten voorsprong.
Met een bedroefde blik op de klok, namen ze afscheid en stapten in hun auto voor een rit naar de andere kant van het land.
Terwijl ik afruimde streepte ik twee puntjes van mijn ik-wil-nog-lijstje weg en bleef mijn blik hangen bij het bosje bloemen. De kleine witte rozenkopjes lieten de woonkamer er opeens heel wat minder stofferig en rommelig uit zien.
zaterdag 14 augustus 2004
Nog drie keer slapen ...
De laatste vakantiedagen sijpelen door mijn vingers heen. Het einde van de duikplank komt in zicht en opeens krijg ik kriebels. Ik wil nog kriebels. Ik wil nog lezen, ik wil nog fietsen, ik wil nog bbq-en, ik wil nog aan het strand liggen, ik wil nog wandelen, ik wil nog catannen tot een putje in de nacht, ik wil nog tekenen, ik wil nog foto's ontwikkelen, ik wil nog vliegeren, ik wil nog uitslapen.
Zou ik dat nog in die drie dagen kunnen proppen?
De laatste vakantiedagen sijpelen door mijn vingers heen. Het einde van de duikplank komt in zicht en opeens krijg ik kriebels. Ik wil nog kriebels. Ik wil nog lezen, ik wil nog fietsen, ik wil nog bbq-en, ik wil nog aan het strand liggen, ik wil nog wandelen, ik wil nog catannen tot een putje in de nacht, ik wil nog tekenen, ik wil nog foto's ontwikkelen, ik wil nog vliegeren, ik wil nog uitslapen.
Zou ik dat nog in die drie dagen kunnen proppen?
vrijdag 13 augustus 2004
donderdag 12 augustus 2004
Verder
Twee mannetjes proberen de muren in de badkamer van tegels te voorzien. In de zetel genesteld probeer ik me op mijn boek te concentreren. Het lukt niet, mijn gedachten zwerven ommetjes van jaren.
Vanuit de badkamer klinken doffe kloppen. Een wolk wit stof zweeft door de woonkamer. Ik heb even geen fut om de deur weer te sluiten en kijk hoe een witte waas over de tafel heen valt. Wiebe hupst op mijn schoot en deelt driftig kopjes uit. Ze trappelt rondjes en spint luidruchtig. Hobbes nestelt zich op mijn benen en kijkt me met grote gele ogen aandachtig aan. Ik knijp even met mijn ogen. Ze knipoogt terug. Afwezig krauw ik de een achter de oren en kietel daarna de andere onder haar kinnetje. Telkens ik hen aai, lijkt een fonteintje kattenharen rond te sproeien. Witte en grijze plukjes dwarrelen op de grond, naast witte kattestapjes op de vloer.
Twee mannetjes proberen de muren in de badkamer van tegels te voorzien. In de zetel genesteld probeer ik me op mijn boek te concentreren. Het lukt niet, mijn gedachten zwerven ommetjes van jaren.
Vanuit de badkamer klinken doffe kloppen. Een wolk wit stof zweeft door de woonkamer. Ik heb even geen fut om de deur weer te sluiten en kijk hoe een witte waas over de tafel heen valt. Wiebe hupst op mijn schoot en deelt driftig kopjes uit. Ze trappelt rondjes en spint luidruchtig. Hobbes nestelt zich op mijn benen en kijkt me met grote gele ogen aandachtig aan. Ik knijp even met mijn ogen. Ze knipoogt terug. Afwezig krauw ik de een achter de oren en kietel daarna de andere onder haar kinnetje. Telkens ik hen aai, lijkt een fonteintje kattenharen rond te sproeien. Witte en grijze plukjes dwarrelen op de grond, naast witte kattestapjes op de vloer.
Donker
Het regent en dat past bij de stemming vandaag. Ik laat een zwarte pull over mijn hoofd glijden en denk aan één van de eerste, maar ook laatste keren dat ik hem zag. "Het was gezellig. Tot de volgende keer", lachte hij.
Nooit gedacht dat de volgende keer op deze manier zou zijn.
Er werd een steen met een harde klap in het water gegooid en ik krijg slechts één van de laatste uitdeinende rimpels over me heen.
Straks ga ik op een harde houten bank zitten, helemaal achterin, in de hoop dat het de tranen van zijn beste vriend wat zachter maakt.
Het regent en dat past bij de stemming vandaag. Ik laat een zwarte pull over mijn hoofd glijden en denk aan één van de eerste, maar ook laatste keren dat ik hem zag. "Het was gezellig. Tot de volgende keer", lachte hij.
Nooit gedacht dat de volgende keer op deze manier zou zijn.
Er werd een steen met een harde klap in het water gegooid en ik krijg slechts één van de laatste uitdeinende rimpels over me heen.
Straks ga ik op een harde houten bank zitten, helemaal achterin, in de hoop dat het de tranen van zijn beste vriend wat zachter maakt.
dinsdag 10 augustus 2004
zaterdag 7 augustus 2004
vrijdag 6 augustus 2004
Besluiteloos
Hij is net als de windhaan boven op de kerktoren. Of beter, een supergevoelige windhaan boven op de kerktoren. Hij verandert van besluit telkens de wind van richting verandert. Van ja, naar misschien, over toch, naar neen. Elk besluit vergt een parcours van vooruit, terugkeren, heroverwegen, even pauzeren, nog eens bekijken. Een ja van daarnet is nu een neen, maar ondertussen goed onderweg om een misschien als ... te worden.
Met een weekend in zicht waar niets aan onze badkamer kan gedaan worden wil ik even de rotzooi ontvluchten. Het stof laten wegblazen en mijn oren wat rust geven van het kabaal van de afgelopen week. Met de tent drie dagen een tikje naar het zuiden afzakken. Wandelen langs grote kliffen, golven over mijn tenen laten rollen. Hij wikt en weegt. Bekijkt het lijstje van wat in de koffer mee moet en zucht. Ik bid voor wat windstilte en pak ongemerkt verder in.
Hij is net als de windhaan boven op de kerktoren. Of beter, een supergevoelige windhaan boven op de kerktoren. Hij verandert van besluit telkens de wind van richting verandert. Van ja, naar misschien, over toch, naar neen. Elk besluit vergt een parcours van vooruit, terugkeren, heroverwegen, even pauzeren, nog eens bekijken. Een ja van daarnet is nu een neen, maar ondertussen goed onderweg om een misschien als ... te worden.
Met een weekend in zicht waar niets aan onze badkamer kan gedaan worden wil ik even de rotzooi ontvluchten. Het stof laten wegblazen en mijn oren wat rust geven van het kabaal van de afgelopen week. Met de tent drie dagen een tikje naar het zuiden afzakken. Wandelen langs grote kliffen, golven over mijn tenen laten rollen. Hij wikt en weegt. Bekijkt het lijstje van wat in de koffer mee moet en zucht. Ik bid voor wat windstilte en pak ongemerkt verder in.
donderdag 5 augustus 2004
*bloep*
Tussen vier kale muren, op een kapot gedeukte vloer, in een badkamer zonder deur staat ons lang verwachte bad. Vreemd helder wit, tussen grijze muren en hoopjes ondefineerbaar rood en zwart. Een rustieke omgeving noemde Grote Kleine Broer het. Ideaal om het stof van de dag weg te wassen.
"Kan ik deze avond al?", vraag ik Lief.
"Wat?"
"In bad."
"Neen, het water is nog niet aangesloten."
In de hoek blinken twee emmers. Twee stappen verder de gootsteen van de keuken. Eén keer raden waar ik deze avond dobber.
Tussen vier kale muren, op een kapot gedeukte vloer, in een badkamer zonder deur staat ons lang verwachte bad. Vreemd helder wit, tussen grijze muren en hoopjes ondefineerbaar rood en zwart. Een rustieke omgeving noemde Grote Kleine Broer het. Ideaal om het stof van de dag weg te wassen.
"Kan ik deze avond al?", vraag ik Lief.
"Wat?"
"In bad."
"Neen, het water is nog niet aangesloten."
In de hoek blinken twee emmers. Twee stappen verder de gootsteen van de keuken. Eén keer raden waar ik deze avond dobber.
woensdag 4 augustus 2004
Kan ik iets doen?
De eerste dag kon ik mee afbreken en puin ruimen. Kruiwagens vol stenen afvoeren. Tegeltjes wegkappen. De dag vloog voorbij.
De tweede dag waren mijn helpende handen al wat minder nodig. Nieuwe waterleidingen leggen en in de muur schijven was niet voor mij weggelegd. Het stof opdweilen nadien wel.
Vandaag draai ik al de hele dag met mijn vingers. Ik mag koffie zetten en kan even op en neer naar de doe-het-zelf om een extra doosje vijzen. Ik loop wat rondjes in het stof en bekijk hoe iedereen druk in de weer is met boren, kappen en lassen.
"Kan ik nog ergens helpen?", vraag ik na een uur met niets om handen.
Lief draait zich om en wijst naar een ijzeren geval op de grond. "Ja, je kan de waterpas vasthouden."
Hoi, wat voel ik me nuttig vandaag.
De eerste dag kon ik mee afbreken en puin ruimen. Kruiwagens vol stenen afvoeren. Tegeltjes wegkappen. De dag vloog voorbij.
De tweede dag waren mijn helpende handen al wat minder nodig. Nieuwe waterleidingen leggen en in de muur schijven was niet voor mij weggelegd. Het stof opdweilen nadien wel.
Vandaag draai ik al de hele dag met mijn vingers. Ik mag koffie zetten en kan even op en neer naar de doe-het-zelf om een extra doosje vijzen. Ik loop wat rondjes in het stof en bekijk hoe iedereen druk in de weer is met boren, kappen en lassen.
"Kan ik nog ergens helpen?", vraag ik na een uur met niets om handen.
Lief draait zich om en wijst naar een ijzeren geval op de grond. "Ja, je kan de waterpas vasthouden."
Hoi, wat voel ik me nuttig vandaag.
maandag 2 augustus 2004
De spits eraf
Het dwarrelende stof snijdt mijn adem af. Miljoenen deeltjes dansen door het zonlicht en dwarrelen de keuken binnen. Alles is grijs en rood. Grijze brokken beton en rode bakstenen liggen op een gigantische hoop. Boven dat alles. Stof, stof, stof.
Dit was de badkamer. Nu niet meer dan vier kale muren en een hoop stenen.
Ergens tussen het gruis, een tegeltje met een zalmkleurig bloemetje. Ik plant mijn voet op het kleine stukje keramiek. De tegels die de vorige eigenaars uitkozen, vond ik altijd al vreselijk. Knars, hoor ik. Weg, denk ik.
Stof kleeft aan mijn wimpers, geeft een wrange smaak in mijn mond. Stof plakt in mijn haar en verstopt mijn neus. Mijn benen bloeden van rondvliegende stukjes glas die mijn schenen schampten. In helderrode stroompjes banen ze hun weg naar beneden. Maar niets van dat alles kan me deren, de spits is eraf. Het kan alleen maar beter worden en binnenkort was ik al het resterende stof weg in waar de hele verbouwing om draait. Een bad! Eindelijk!
Het dwarrelende stof snijdt mijn adem af. Miljoenen deeltjes dansen door het zonlicht en dwarrelen de keuken binnen. Alles is grijs en rood. Grijze brokken beton en rode bakstenen liggen op een gigantische hoop. Boven dat alles. Stof, stof, stof.
Dit was de badkamer. Nu niet meer dan vier kale muren en een hoop stenen.
Ergens tussen het gruis, een tegeltje met een zalmkleurig bloemetje. Ik plant mijn voet op het kleine stukje keramiek. De tegels die de vorige eigenaars uitkozen, vond ik altijd al vreselijk. Knars, hoor ik. Weg, denk ik.
Stof kleeft aan mijn wimpers, geeft een wrange smaak in mijn mond. Stof plakt in mijn haar en verstopt mijn neus. Mijn benen bloeden van rondvliegende stukjes glas die mijn schenen schampten. In helderrode stroompjes banen ze hun weg naar beneden. Maar niets van dat alles kan me deren, de spits is eraf. Het kan alleen maar beter worden en binnenkort was ik al het resterende stof weg in waar de hele verbouwing om draait. Een bad! Eindelijk!
Abonneren op:
Posts (Atom)