donderdag 30 september 2004

Als...
Ik loop wat wankel van de slaap naar boven.
'Lief? Kom je', geeuw ik, halverwege de trap.
Lief mompelt wat over film, spannend en einde. Ik wankel verder de trappen op naar een ijskoude slaapkamer met een ijskoud bed. Ik rol me in het dekbed, trap met mijn benen om warm te krijgen en rol me op in een bolletje. Slapen...

Maar als Lief het na de film in zijn hoofd krijgt om nog eventjes lekker tegen me aan te kruipen. Zijn ijskoude voeten tegen mijn warme voeten. Als hij dan de helft van mijn dekenfort inpalmt. Als hij het deken een aantal keer omhoogschopt om zijn voeten er in te wikkelen en zodat ik kippevel krijg van de koude lucht. Als hij dan zijn koude neus in mijn nek wrijft. Dan sta ik eventjes niet in voor mezelf.
Is dat nu zo gek?

woensdag 29 september 2004

Turbo lezen
Ik leer mezelf snellezen, dat moet ook als ik naar de stapel papier kijk die op mijn bureau opgestapeld ligt. Een stapel van dertig centimeter hoog. Een toren papier, vol letters en verhalen.
Het alfabet miljoenen keren vermenigvuldigd en opnieuw doorheen gehusseld. Een stroom aan woorden, zinnen en hoofdstukken.
Ik leer mezelf hele zinnen ineens weghappen. Slikken zonder kauwen. Alinea's in één oogopslag te begrijpen. Ik werk tientallen pagina's op een kwartier weg, bouw aan mijn rechterkant een nieuw torentje met slordig gestapelde pagina's.
Mijn ogen slalommen door de tekst met de allure van het betere Formule 1-racen.
Elke dag opnieuw verbeter ik mijn tijd. Elke dag opnieuw groeit het rechtse stapeltje een klein beetje sneller.
Nu leer ik mezelf een nieuwe discipline aan. Gas terugnemen. Ik probeer mijn ogen ervan te overtuigen dat het in een zachte zetel met een leeslampje over mijn linkerschouder weer rustig mag. Woord voor woord. Proeven. Genieten.
Elke dag opnieuw gaat het wat beter.

dinsdag 28 september 2004

Erger dan een bord aardappelpuree
Met tegenzin druk ik op ‘Verzenden’.
Een tegenzin vergelijkbaar met die toen ik vroeger een heel bord met aardappelpuree moest wegwerken – drie uur aan tafel
Of met die toen ik naar school vertrok met een spreekbeurt in mijn boekentas –geen zinnig woord kwam uit als al die ogen op me gericht waren
Of met die die ik voel opwellen als ik naar de tandarts moet – ik hou niet van prikken, gewroet in mijn mond en uitschietende boren

Tegenzin dus
Deze keer voor een cursus Frans
Tien avonden
Grmpf

donderdag 23 september 2004

Als we
En als we nu gewoon eens de koffer van de kast hesen. Een extra warme pull voor jou en een knuffelfleecedeken voor mij. Als we die koffer vulden met het minimum van wat we niet kunnen missen. Muziek, boeken, een spelbord waar we telkens opnieuw uren over gebogen zitten, gewikkeld in een verbeten strijd om een prijs van niets.
Als we die koffer nu in de auto hesen, wij erbij en de straat uitreden. Links of rechts het maakt niet uit. De stad uit. Nergens heen, of ergens heen.
Als we naar de kliffen rijden, waar de zon enkel voor ons alleen leek onder te gaan. Zo snel mogelijk de autostrade verlaten en zigzag rijden over de hobbelwegen. Op en neer tussen de nu kale velden, naar een gehucht dat nog kleiner zal lijken dan het deze zomer in volle zon al leek.
Als we daar ergens aankloppen - er zal wel een kamer te vinden zijn - en vragen; "Kunnen we hier eventjes blijven, met het minimum van wat we niet kunnen missen. We hebben niet veel nodig. We willen gewoon even waaien. Even net niet wegwaaien."

Geïnspireerd door Rob
Weglezen
Ik doe mezelf een belofte. Vanavond mag ik ver dwalen, zelfs tijdreizen als ik zin heb. Vanavond mag ik me laten meevoeren naar onbekende levens.
Ongestreken was kan nog even in kreukels blijven liggen. Opwaaiend stof mag zich in de hoeken nestelen. Minder glimmende kranen moeten nog maar eventjes dof blijven.
Deze avond, na mijn werk zal ik de boekhandel binnenlopen en een last-minute laten inpakken. Een all-in pakket van duizenden lettertjes.

Tips voor een mooie bestemming? Iemand?

woensdag 22 september 2004

Herfst
Heel de zomer lang krulde ze zich in een klein bolletje op een uithoekje van het bed. Ver genoeg van Lief’s onrustig gewoel, dicht tegen mijn linkervoet aan. Of ze zat met een verontwaardigde blik op de grond als het muskietennet over het bed hing en ze geen doorgang vond.
Geen miauw te horen, wel twee flitsende oogjes, staart rechtop en een koppige aftocht naar mijn kleren die over de stoel hingen. ‘Eigen schuld’, meende ik te lezen toen ik haar de volgende morgen van mijn zwarte broek afjoeg. Een zwarte broek vol witte pluisharen.

Gisterenavond schoof ze gewillig op toen ik het dekbed over me trok en mijn voeten tussen twee spinnende katten manoeuvreerde. Ze rekte zich uit, geeuwde overdadig en sloop naar het hoofdeinde van het bed. Met haar kopje wurmde ze zich een weg onder de dekens en schoof tegen mijn zij aan.
Ik knipte mijn lampje uit.
Vanonder de deken steeg zacht gespin op. Toen wist ik het zeker. Het is herfst!

dinsdag 21 september 2004

Witte Raven
'Welke uitdaging zouden ze jou kunnen voorschotelen', denkt Lief terwijl de aftiteling van Witte Raven loopt.
Ik wil net een laat-maar-komen-ik-kan-alles-aan-antwoord geven als hij rechtveert.
'Ik weet het! Stand-up comedian.'
Mijn maag keert zich om en ik voel me opeens wat misselijk.
Laat maar daar. Heel-ver-van-mij-weg-daar!

maandag 20 september 2004

Rommelmarkt
Een gewone zondagmorgen. Een plastic op de grond met daarop alle spulletjes die we kwijt wilden. Volgende verzoeken kregen in de eerste tien minuten:

Heeft u kruisbeeldjes bij?
... zonnelandjes van de jaren '80 met prentjes van konijntjes?
... playboys met foto's van vrouwen op een motor?
... spulletjes met katjes op?
... bidprentjes?
... oude postzegels?
... didl briefpapier?
... oude postkaarten?
... alle vormen van oud ijzer?
... antiek werkmateriaal?
... oude radio's?
... lp's van Sesamstraat?
... Kindersuprise-ventjes?
... Hitbox 3 (die hadden we heel toevallig wel)

Wat doet iemand met dergelijke spullen?

vrijdag 17 september 2004

Snif en snotter
Eén doos Kleenex
Twee dozen Kleenex
Drie dozen Kleenex
...
Plons
Ik maak me op voor de voorlaatste lengte en duw me hard af tijdens het keerpunt. In de verte staan twee jongens op het startblok. Kleerkasten, die mooi thuis zouden gehoord hebben op de Olympische Spelen. Ze zwaaien hun armen los, trekken hun zwembrilletje stevig aan en sjorren nog eens aan hun badmuts.
Mijn armen en benen klieven door het water. Na een uur zwemmen lijken ze geen andere beweging meer te kunnen maken. De kleerkasten gaan in startpositie gaan staan op hun blokken. Ik zwem recht op die met de zwarte zwembroek af. Er is vijf meter tussen ons, als hij nu duikt kan ik het misschien niet meer navertellen.
Voor de zekerheid manoeuvreer ik naar het midden, tussen baan 4 en 5. De jongens wijzen naar me.
"Oef", denk ik opgelucht. "Ze stellen hun wedstrijdje nog eventjes uit."
Ik tik aan, draai en duw af. Juist wanneer ik net weer boven water kom, voel ik links en rechts een enorme klap. Een gelijkgestemde plons. Belletjes ruisen op aan beide kanten. Ik controleer of ik nog in het bezit ben van mijn armen en benen.
De kleerkasten spetteren ondertussen al halverwege het zwembad.

woensdag 15 september 2004

...
Soms is er niets echt belangrijk tot na de eerste kop koffie.

dinsdag 14 september 2004

Regendruppels
Ik trek het rolgordijntje omhoog zodat ik de regendruppels langs het raam kan zien glijden. Een auto rijdt zoevend door een grote plas. Een fieters schudt vloekend de extra hoos druppels van zich af. Ik pik een druppel uit en volg hem tot ie op de vensterbank uiteen spat. Ik hou ervan om te werken terwijl de regen tegen het raam roffelt.
Het is weer om je met een deken en een boek in de zetel te nestelen. Om met een kom zelfgemaakte popcorn op schoot naar die film te kijken die al weken op de video ligt. Om warme pantoffels uit de kast op te diepen.

Ik kijk uit naar het einde van de werkdag, wanneer ik zelf door de druppels heen naar huis mag rijden en me even kan laten natregenen op weg van de auto naar de deur. Om me dan als een hond droog te schudden in de gang.

maandag 13 september 2004

Mijmerdoos
“En dit hier?”, vraagt Lief terwijl hij in de kartonnen doos grijpt. “Dit mag weg, niet?.” In zijn hand houdt hij een bestoft zwart porseleinen varkentje.
“Neen”, roep ik en gris het uit zijn handen. “Dat was mijn eerste spaarpotje. Die verkoop ik niet op de rommelmarkt.” Ik leg het voorzichtig in een doos naast me, tussen grote stapels wenskaartjes en enkele vergeelde, volgekrabbelde schriftjes.
Lief zucht en laat zich op zijn knieën zakken. Hij rommelt wat verder in de doos naast zich. “Weet je. Als je alles wilt houden, schieten we niet echt op.”
Ik wijs naar de drie dozen die volgepakt in de gang op een stapeltje staan. “En die dan.”
“Bijna allemaal mijn spullen”, murmelt hij tussen zijn tanden.
“Wat wil je hier mee doen?” Hij houdt mijn oude schooltas in de lucht.
“Houden!”
“En dit?”, vraagt hij terwijl hij met het verkleedkostuum van mijn 100 dagen voor mijn neus zwaait. “Wat is dit trouwens?”
“Iets wat we houden”, roep ik en trek het snel uit zijn handen. “Jij wilt al mijn herinneringen in de vuilnisbak proppen.”
Ik trek een andere doos dichter bij me en grabbel tussen zijn spullen.
“Wat doen we hier mee?”, grijns ik. Tussen mijn duim en wijsvinger bengelt een klein kinderuurwerkje. De bandjes helemaal afgesleten, maar het wijzerplaatje nog helemaal intact. “Weggooien? Want daar pas je toch niet meer in.”
Lief kijkt het uurwerkje met een vreemde blik aan. “Ja, gooi maar weg”, zegt hij en draait zich snel om. Voorzichtig laat ik het bij mijn spaarpot, schooltas en verkleedkostuum glijden.
Met zwarte stift schrijf ik op de zijkant: “Mijmerdoos Kruimel en Lief”

donderdag 9 september 2004

Overdosis
Opeens beginnen de lettertjes aan een vrolijke wals. Ze grijpen hun bolletjes en stokjes bijeen en krullen rondjes over de bladzijde. Ik probeer met mijn ogen bij te houden. De groepjes letters te overzien. Ik probeer woorden te herkennen in hun wriemelende geheel, maar de lettertjes gaan steeds harder rondjes draaien.
Ik knijp even mijn ogen dicht en wrijf over mijn slapen. Als ik terug kijk staat elke letter weer waar hij staan moet. Onbeweeglijk en kaarsrecht.

Het kan toch, teveel lezen.

woensdag 8 september 2004

Bang, boos, blij
Boos: Op de rode Volvo die aan een slakkengangetje tufte daar waar er best een hazensprintje mocht.
Bang: Als de rode Volvo zijn gaspedaal ontdekt net op het moment dat ik hem wil inhalen en ondertussen op het andere vak een vrachtwagen opdoemt.
Blij: Er bestaat nog zoiets als rempedalen en snelle reflexen.

maandag 6 september 2004

Bij nader inzien...
Ik klem mijn handen rond de handvaten, knijp mijn vuisten samen tot mijn knokkels bijna wit worden. Mijn ogen zijn dichtgeknepen, maar elke vezel in mijn lijf zegt dat dit me in meer dan onnatuurlijke positie bevind. Ik tuimel naar voor en voel mijn gewicht op mijn schouders drukken. Tegen beter weten in loer ik tussen mijn wimpers door. De grond zakt steeds dieper onder me weg.
“Ik wil toch niet”, prevel ik. “Ik wil eruit. Nu!”
Ik probeer me om te draaien. Me uit het zitje te wringen.
“Bij nader inzien, heb ik hier toch geen zin in”, roep ik.
Lief draait zich grijnzend naar mij.
“Te laat”, schreeuwt hij op het moment dat de rollercoaster zich naar beneden stort.
Goeiemorgen
De zon gloeit warmoranje op aan de horizon. Mistflarden dobberen boven de velden, geven de zonnestralen een troebele waas. In de verte sjokken vier koeiesilhouetten de weide op. Ik tel de kerktorens, zing mee met de radio. "Destination zero". Elke morgen ben ik even in de waan dat ik gewoon op weg ben, nergens heen.
Elke morgen rijd ik door een prachtig stukje middle of nowhere. Mijn beste begin van de werkdag tot nu toe.

vrijdag 3 september 2004

Bistro-praat
"Ik heb gisteren de hand van mijn ongeboren baby geschud", glunderde hij tijdens de lunchpauze. Hij had onmiddellijk alle aandacht.
Met veel gebaren trachtte hij uit te leggen hoe het handjesschudden in zijn werk was gegaan. De zwangere redactrice werd zelfs aan tafel geroepen voor een demonstratie.
"Eerst wat lokken, wachten tot ie zijn handje uitsteekt en ondertussen geruststellende geluidjes maken", prevelde hij.
De zwangere buik gaf geen krimp.
"En toch heb ik een handje geschud. Of een voetje. Waarschijnlijk, wil ie gewoon niet omdat ie voelt dat ik de papa niet ben", mokte hij, terwijl de redactrice schuddebuikend van het lachen terug naar haar bureau liep.
Geduld
'Kim, kan je even ...'
'Je spreekt mijn naam uit als Kiem', onderbrak ik hem.
Hij keek me verward aan. 'Kiem?'
Ik knikte. 'Met een ie, niet ihm.'
Hij glimlachte. 'Bedankt om me er op te wijzen. Ik zal het onthouden.'

Twee uur later
'Kim, kan je die correcties eens doorspelen?'
Hij sprak mijn naam uit met een onvervalste ihm-klank.
Ik beet op mijn tong, kon het niet laten om breed te grijnzen en zocht naar de correcties. Binnen een jaar of drie zal hij het wel geleerd hebben. Zo lang deden enkele van mijn vorige collega's er trouwens ook over.

donderdag 2 september 2004

Herkenningspunten
Nu de avonden zich voor mij openstrekken als een oceaan van tijd, word ik onrustig. Dus ga ik bladeren en snuffelen.
Boekbinden, pottenbakken, schrijfacademie, zwemmen, begeleiden van een leesgroep, franse les,... . Er zijn veel, heel erg veel cursussen en opleidingen in mijn streek. Teveel om elke week opnieuw in vijf avonden te proppen.
Ik wik en weeg en probeer uit te vissen op welke eilandjes in die oceaan ik even wil uitblazen.

woensdag 1 september 2004

Iemand?
Aarzelend hou ik het pakje in alluminiumfolie voor me uit.
"Als jullie zin hebben."
Vier paar ogen scheuren zich los van het computerscherm.
"Wat zei je?"
"Ik heb een stuk cake mee", herhaal ik. "Als er iemand zin heeft in een stukje..."
In geen tijd diept iemand een mes op, gaat een ander op zoek naar bordjes en zet een derde koffie. Een alinea later word er een dampend kopje op mijn bureau geschoven.
Ik kijk het bureau rond. Iedereen werkt weer stug door. Maar er glanst iets nieuws. Een gewoonte die ik helemaal kwijt waande, is juist op kleine kousevoetjes binnengeslopen.