donderdag 14 augustus 2008

Noem het vastzitten
Er is iets moois voor Puk in de maak. En als cadeautje krijg ik foto’s van de making-off. Foto’s van potloden en stiften tussen kleurrijke vegen en snippers papier. Ik kan er niets uit opmaken, maar de foto van een gouden cirkeltje bureaulamplicht op het slagveld van de making-off vind ik bijna mooier dan iets moois voor Puk.
Zo gezellig ziet schrijven er nooit uit, denk ik boos. Dat behelst in mijn geval enkel twee handen en een laptop. Heel af en toe een kop koude koffie of een lege zak gouden karamellen.
Ik knip mijn bureaulamp aan en staar naar een flauw cirkeltje licht op het toetsenbord. Morgen koop ik potloden en kleurkrijtjes. Al was het maar om ze in een doosje pal in mijn gezichtsveld te plaatsen.
Sommetje
We tellen uit hoeveel uren KleineMan ons ziet in vergelijking met de kinderverzorgsters in de crèche.
We tellen uit hoeveel uren we onze collega’s zien in vergelijking met elkaar.
Ik tel uit hoeveel uren ik voor het scherm van een laptop geplakt zit.
Ik tel uit hoeveel letters er de moeite waard zijn om te behouden.
Ik tel uit hoe omgekeerd evenredig die laatste twee zich tot elkaar verhouden.

woensdag 13 augustus 2008

Waaien
Mijn vader waaide binnen, zoals hij af en toe wel eens doet. Dan duikt zijn silhouet plots op aan de ruit, zit hij koffie te drinken aan de keukentafel en even snel is hij weer weg.
Hij praat over niets, want hij heeft geen tijd om een lang verhaal uiteen te rafelen. Toch blijft hij twee koffie’s lang.
Met mijn mama zou het anders gaan, weet ik. Ze was geen binnenwaai-type. Eerder het ik-bel-eens, kom-eens en blijf-tenslotte-een-halve-middag-plakken-type. Tenminste dat denk ik, want toen ik eenmaal een plek had waar zij kon binnenwaaien, was ze er niet meer.
En toch hou ik van mijn blitzbezoekvader, niet omdat het al is wat ik nog heb. Maar omdat hij nog steeds garant staat voor het contrast waar ik uit voortkom.