donderdag 31 januari 2008

Gedichtendag 2008

Bestaan kan iedereen.
Er zijn vraagt moed.
En wat de dichter doet
is pleiten voor het een.
Hij wil zijn leven niet
door wekkers laten leiden
of als een hond onthouden
dat hij kan slapen tot
het rinkelt naast zijn oor.
Hij bauwt niet na
wat hij soms uit
een mond hoort vallen
op tram acht, of met
een zwarte kwast over
een smoel geschreven ziet.
Zelf houdt hij niet
van vlekken maken,
maar als het bot moet
stelt hij dingen scherp
zodat het snijdt.
Hij woelt en spit graag,
graaft de scherven
uit de klei, haalt het beste
wat er is naar boven,
ook al weet hij dat er
daardoor naast zijn hart
een stem blijft jeuken,
maar ach zo gaat dat
als de dingen moeilijk
worden en je bereid bent
met een pen van krijt
of kool te schrijven.
Hij is het best geplaatst
om iets over de gum
te zeggen, omdat hij
als geen ander weet
hoe leeg het is als hij
het blad omslaat, hoe snel
de fout, maar ook hoe klein
en hoe verlamd
een hand van angst.
En daarom juist blijft hij
in potlood denken,
want dat is volgens hem
het wezen van er zijn.
(Bart Moeyaert)

woensdag 30 januari 2008

Afscheid in de morgen
Maanden aan een stuk klampte hij zich aan mij vast wanneer ik hem afzette in de crèche.
Hij liet zich slechts manu militari van mij afpellen en maakte telkens opnieuw dat ene geluidje dat een moederhart spontaan tot stof vergruist. Ik ben nog naar binnen gewandeld terwijl hij als een aapje aan mijn been geklemd hing. Ik snelde nog naar buiten en sloot de deur net voordat hij er tussen kon glippen. Tientallen keren reed ik met de echo van zijn gesnik tussen mijn oren naar mijn werk.

En het stak, keer op keer.

Vandaag wil hij niet gedragen worden. Hij trekt me mee de oprit op. Ongeduldig trappelt hij aan de deur en sjort ondertussen aan zijn muts en sjaal. Af! Af! Hij trappelt een tweede rondedansje aan de deur van zijn groepje en schiet als een pijl uit een boog weg, recht in de armen van de verzorgster. Zijn ogen blinken over haar schouder in hun goedemorgenknuffel en hij kijkt niet meer op of om als ik hem op zijn bol kus.

Het steekt.

dinsdag 29 januari 2008

Ben ik dat?
Zo snel ik de Flair opensloeg, zo snel klapte ik em ook weer dicht. En ik herhaalde de woorden die ik ruim een maand geleden er ook tegen de fotograaf uitflapte. 'Vreselijke foto'.

Zoals ik daar sta, zo ken ik mezelf niet. Zo wel:



Maar zelfs al is het resultaat niet wat ik hoopte, het bleef leuk om eens te doen. Het bloggende mama-fenomeen spat van het artikeltje af, maar ook daar hou ik vast aan één van de reacties ook ruim een maand geleden. 'Iedereen die langer dan tien seconden hier blijft hangen weet dat het toch net iets anders is.'