zaterdag 3 mei 2003

Onhandig
"Geef even dat zaagje aan", roep ik naar manlief, terwijl ik in de boom zit. Hij kijkt met een bange blik op. "Dat zaagje?". Er klinkt ongeloof in zijn stem. "Jahaa, hoe moet ik anders die dode takken hier wegkrijgen? Met een nagelknippertje?", roep ik terug. In zijn ogen zie ik dat een nagelknippertje het enige scherpe voorwerp is waar hij mij mee een boom wil zien zitten.
Niemand die me goed kent zal het in zijn hoofd halen om mij vlijmscherpe, puntige of gevaarlijke werktuigen in mijn handen te geven. Daarvoor is mijn reputatie en handigheid te berucht. Als ik nog maar een schroevendraaier in mijn handen heb, deinst iedereen verschrikt achteruit.
Als ik uiteindelijk hem het zaagje ontfutseld heb en de dode takken aan het afzagen ben, sluipt manlief voorzichtig naar de andere kant van de tuin. Waar het volgens hem veilig is. "Hoe komt het toch dat niemand mij wat gevaarlijker werk toevertrouwd?", vraag ik me af. Ik stoot me wel vaak aan kasten, val geregeld over mijn eigen voeten, er slippen meer glazen uit mijn handen dan gemiddeld goed is, struikel wel eens op de trap. Ik herinner me nog dat ik vorig jaar van de ladder recht in de hark gesprongen ben. Maar dat heeft toch niets te maken met handigheid? Toch?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten