vrijdag 9 april 2004

Tijdmachine #4
De man trekt me aan mijn elleboog recht en sleept me achter zich aan terwijl hij het bos inloopt.
“Hoe vlugger we hier weg zijn, hoe beter.”
Ik strompel achter hem aan, maar het lukt me niet om zijn grote passen bij te houden. Ik struikel over mijn eigen voeten en beland met een plof in een hoop bladeren.
Jannes gooit zijn armen in de lucht. “Doe je dit met opzet of hoe zit het?” Hij geeft de hoop bladeren een harde trap. Verdroogde restjes dwarrelen in het rond. Tussen de dwarrelende waas door zie ik hem de helling aflopen.

“Kom mee!”
Een zachte hand helpt me recht. De blonde vrouw kijkt me bedachtzaam aan.
“Je kleding, je haar, je schoenen. Die komen me bekend voor. Waar kom jij vandaan?” Haar hand zweeft vlak voor mijn gezicht.
Ik open mijn mond om te antwoorden, maar ze is me voor.
“Neen, niet hier. Volg mij, we moeten snel zijn.” Ze draait zich om en snelt de helling af.

Struikelend over boomstronken, zwenk ik tussen de bomen door. Ik probeer de fladderende zwarte jas voor me niet uit het oog te verliezen.
Aan een ophoping wachten de man en de blonde vrouw me.
“Kom”, wenkt ze en duikt onder een struik.
Argwanend bekijk ik de struik.
“Ga dan”, gromt Jannes plots en hij geeft me een duw in mijn rug.
Ik kruip onder de struik en ontdek tot mijn verbazing een opening. Op handen en knieën kruip ik verder tot ik in een grote ruimte kom. Een zachte oranje gloed wemelt tegen de wanden. Het is er warm en ruikt naar zoete wijn. Fluisterende stemmen zweven me tegemoet.
“Waar komt ze vandaan?”
“Ze is niet geregistreerd, anders hadden we het geweten.”

Ik kijk op en zie tientallen nieuwsgierige gezichten. Een man in een zilverkleurig pak helpt me recht.
“Jij hebt heel wat te verklaren.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen