zondag 18 april 2004

Voor Anemoon
Op een dag was het bos jarig.
Daar hadden de dieren zich al lang op verheugd.
"Ja bos", zeiden ze, "dat wordt een groot feest!"
Het bos liet de bomen alvast ruisen en de struiken ritselen van plezier.
"Waar moeten we het eigenlijk vieren?" vroegen de dieren elkaar. Er was niet één plek waar ze het konden vieren, want dan zouden alle andere plekken terkortkomen. Dus vierden ze het in het hele bos.
Ze hingen slingers en lampionnen in alle bomen, ze zetten tientallen taarten van turf en zachte modder neer en ze goten zoete siroop in de rivier, zodat hij rood werd en de wilg zich gulzig over hem heen boog.
Hun cadeau's legden ze overal in het bos neer: nieuw mos, een paar kronkelige beekjes, bosbessen en een reusachtige opvouwbare hoed die het bos kon opzetten bij striemende regen.
"Alsjeblieft, bos. Gefeliciteerd, bos. Van harte, bos", klonk het van alle kanten.
Het bos kraakte van plezier.
Zelfs de kameel was gekomen, en de walvis en de albatros.
Die middag was het bos vol met alle dieren die bestonden. Iedereen danste met een boom en fluisterde iets vrolijks in een struik. De olifant probeerde sierlijk van de top van de ene boom naar de top van de andere boom te springen. Dat lukte hem telkens bijna. De lijster en de merel zongen samen een vrolijk lied en de schildpad liet zijn schild glimmen zoals het nog nooit had geglommen.
Laat in de middag begon het te waaien en kwamen er brieven met gelukwensen van de steppe, van de oceaan, van de bergen en zelfs van de woestijn, die het bos feliciteerde en schreef dat hij binnenkort eens langs zou komen.
"Ik kom wel bij jou, woestijn, ik wilde toch allang eens die kant op", schreef het bos meteen terug.
Het was een mooie dag en het bos schudde zijn kruinen zachtjes heen en weer, ruiste, ritselde, stak hier en daar een tak in een taart, en was gelukkig zoals alleen een bos op zijn verjaardag gelukkig kan zijn.
Uit:"Misschien wisten zij alles" van Toon Tellegen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten