dinsdag 22 juni 2004

Bedtijd
"Pang, je bent dood", riep ze terwijl ik mijn fiets uit ons fietspoortje manoeuvreerde. Ze zwaaide met een vervaarlijk uitziend speelgoedgeweertje.
Ik wreef met mijn hand over de denkbeeldig getroffen plek, mijn schouder, en keek haar zielig aan.
"Je mag mijn niet doodschieten. Ik moet nog gaan werken."
Ze liet haar geweer zakken.
"Moet je nu nog gaan werken?"
Ik trok een droevig gezicht en knikte verdrietig.
"Wat doe jij dan?"
Mijn job liet zich niet zo makkelijk uitleggen aan een zesjarige. "Ik moet naar een vergadering", zei ik dus maar.
"Mmmm", murmelde ze terwijl ze het overdacht. "Is dat niet saai?"
Ik grinnikte en wenkte haar een beetje dichter.
"Eigenlijk wel", fluisterde ik in haar oor. "Eigenlijk zou ik liever ook op straat spelen, net zoals jullie."
Ze glunderde. "Ik mag nog een heel half uur spelen voor ik moet gaan slapen. Wanneer moet jij gaan slapen?"
"Als ik terug thuis ben van de vergadering."
"Dus jij mag nog heel heel lang opblijven?", vroeg ze met grote ogen.
"Zo lang ik wil!"
"Ik wou dat ik ook zo lang mocht opblijven als ik wilde", murmelde ze terwijl ze het geweertje weer opraapte. Toen richtte ze het op mijn hoofd.
"Fiets voor je leven."
Ik sprong op mijn trappers en zoefde de straat uit.
"Pangpang", hoorde ik haar nog roepen. "Je bent doooo-hooood."
Ik fietste de hoek om, op weg naar de vergadering.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen