donderdag 5 augustus 2004

Verlummelen

ver·lum·me·len (ov.ww.)
1 (de tijd) verbeuzelen => verdoen

doelloos rondjes surfen
mijn voetstappen achterna zitten in het stof
nog maar eens de keuken vegen

een mens moet iets .... .

Geen opmerkingen:

Een reactie posten