maandag 13 september 2004

Mijmerdoos
“En dit hier?”, vraagt Lief terwijl hij in de kartonnen doos grijpt. “Dit mag weg, niet?.” In zijn hand houdt hij een bestoft zwart porseleinen varkentje.
“Neen”, roep ik en gris het uit zijn handen. “Dat was mijn eerste spaarpotje. Die verkoop ik niet op de rommelmarkt.” Ik leg het voorzichtig in een doos naast me, tussen grote stapels wenskaartjes en enkele vergeelde, volgekrabbelde schriftjes.
Lief zucht en laat zich op zijn knieën zakken. Hij rommelt wat verder in de doos naast zich. “Weet je. Als je alles wilt houden, schieten we niet echt op.”
Ik wijs naar de drie dozen die volgepakt in de gang op een stapeltje staan. “En die dan.”
“Bijna allemaal mijn spullen”, murmelt hij tussen zijn tanden.
“Wat wil je hier mee doen?” Hij houdt mijn oude schooltas in de lucht.
“Houden!”
“En dit?”, vraagt hij terwijl hij met het verkleedkostuum van mijn 100 dagen voor mijn neus zwaait. “Wat is dit trouwens?”
“Iets wat we houden”, roep ik en trek het snel uit zijn handen. “Jij wilt al mijn herinneringen in de vuilnisbak proppen.”
Ik trek een andere doos dichter bij me en grabbel tussen zijn spullen.
“Wat doen we hier mee?”, grijns ik. Tussen mijn duim en wijsvinger bengelt een klein kinderuurwerkje. De bandjes helemaal afgesleten, maar het wijzerplaatje nog helemaal intact. “Weggooien? Want daar pas je toch niet meer in.”
Lief kijkt het uurwerkje met een vreemde blik aan. “Ja, gooi maar weg”, zegt hij en draait zich snel om. Voorzichtig laat ik het bij mijn spaarpot, schooltas en verkleedkostuum glijden.
Met zwarte stift schrijf ik op de zijkant: “Mijmerdoos Kruimel en Lief”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen