vrijdag 27 februari 2004

Groot
Ik buk me, schep wat sneeuw op en rol het tot een balletje. Lief kijkt me nors aan.
"Neen, niet nu. Ik heb het koud, ben moe en wil naar huis."
Ik gooi de sneeuwbal van de ene hand in de andere.
"Je doet het niet, hoor je. Waag het niet", hij zwaait met een vermaandende wijsvinger.
In een grote boog gooi ik de sneeuwbal in zijn richting. Losjes patst hij uiteen op zijn jas.
"Aaargh", kreunt hij. "Kijk nu wat je gedaan hebt, ik zit helemaal onder."
Ik schraap opnieuw twee handenvol sneeuw van de moterkap van een auto en rol een nieuwe sneeuwbal.
"Wanneer ben jij zo groot geworden, dat je niet meer met sneeuwballen wil spelen?", vraag ik en keil de tweede in zijn richting. Iets harder nu. Een voltreffer, recht in zijn kraag.
Lief vloekt hartgrondig en duikt weg achter de auto. Ik begraaf mijn handen opnieuw in de sneeuw om een derde projectiel te rollen.
Zijn hoofd piept boven het dak uit. "Ik wil gewoon naar huis."
*pats* Een derde zoeft lang zijn oor en spet uiteen op de auto achter hem.
"Ik vind het veel te leuk", roep ik terug terwijl ik een vierde bijeenschraap die enkele seconden later vol in zijn gezicht knalt.
"Nu is het genoeg", gromt hij en duikt achter de auto.
Met een vijfde sneeuwbal in mijn hand loop ik naar hem toe en opeens voel ik iets langs mijn oor zeilen.
"Mis", lacht hij en neemt een tweede sneeuwbal in zijn hand. De ene na de andere vuurt hij op me af. Een heel sneeuwballensalvo.
Ik laat mijn bal vallen en duik ineen. Het witte poeder stuift in het rond. Het drupt in mijn kraag, plakt in mijn haar en hangt aan de uiteinden van mijn wimpers.
"Wie was er hier te groot?", grijnst lief boosaardig, terwijl hij boven me uittorent met een laatste sneeuwbal in zijn hand.
Koud

Hé toe, laat me binnen



Aah, veel beter

donderdag 26 februari 2004

Wit
Heb je deze morgen door de sneeuw gelopen? Hoe voelde dat?
Wachten
Het was later dan we gedacht hadden. We hadden een gat in de nacht gepraat, een kleintje dan toch. Geeuwend en lachend namen we afscheid. Twee zwaaiend in de deuropening van hun nieuwe huis. Vier andere vermoeide lijven die samen in het rode autootje klauterden. De een vrolijk, want die kon morgen uitslapen. De ander doodmoe bij het vooruitzicht dat de wekker hem om 6 uur weer uit zijn bed zou rinkelen.
We suisden over de donkere weg, slechts af en toe opgelicht door een straatlantaarn. Het gesprek kabbelde rustig verder.
Aan een verlaten kruispunt sprong het licht op rood. De auto stopte en we wachtten af. Eén wit Fiatje haastte zich snel over het kruispunt, voor de rest bleef het stil. Het rood van het verkeerslicht weerspiegelde op onze handen. Naast ons flikkerde lichtreclame van de autogarage. Het bleef stil. De secondenwijzer draaide rondjes. Eén, twee, drie, vier, ... .
"Waarom springt dat ding niet op groen?", foeterde ze.
Het bleef doordringend rood.
"Rij door, er komt toch niemand", maande ze hem aan.
"Ik rij niet door het rood", klonk het verontwaardigd vanachter het stuur. "Het zal wel snel op groen springen."
Vier paar ogen fixeerden het verkeerslicht. Het bleef rood.
Opeens draaide ze het raam open.
"Hé", schreeuwde ze in de donkere nacht. Het galmde over het lege wegdek.
Eén seconde later sprong het licht op groen.

woensdag 25 februari 2004

Gehoord
"Als je niet oplet word je ziek en mag je de hele week in je bed blijven."
"Beloof je dat?"

dinsdag 24 februari 2004

Trein
"Niet zuchten", maant ze me aan. "Nu is het nog even moeilijk, maar éénmaal je alles op de trein gekregen hebt gaat het als vanzelf."
Ik slik een tweede zucht in en kijk haar aan. Haar ogen blikkeren bemoedigend. Misschien heeft ze gelijk. Ze zat zelf al op heel wat treinen.
Lang geleden
In een klein hoekje van de lade vond ik een oud filmrolletje. Het lipje van de film was naar binnen verdwenen, waar een dertigtal foto's zich in het donker verschuilden. Ik woog het rolletje in mijn hand en probeerde te bedenken welke herinneringen zich aan het negatief vastklampten.
Zelfs toen ik het rolletje in een envelop liet glijden en samen met honderden andere rolletjes meestuurde naar een onbekend lab, daagde het nog niet. Pas toen ik de flap van het mapje opensloeg, wist ik het weer.
Ogen van lang geleden keken me lachend aan.

maandag 23 februari 2004

Stom
Om jezelf op te beuren een klein dingetje van je verlanglijstje willen kopen, maar na een lange zoektocht door de winkels niets vinden.
Zonder
Ik had nog wel even, dacht ik. Nog eventjes tijd om tegen de verwarming aan te kruipen. Nog eventjes tijd om wat verder te lezen. Ik joeg Wiebe weg van het grote zitkussen en nestelde me in kleermakerszit tegen de warme wand. De gloed kroop langs mijn ruggegraat omhoog, omhulde me als een dekentje.
Ik dook helemaal weg in het verhaal en zakte ondertussen dieper en dieper in het kussen. De warmte maakte me doezelig, de zachte muziek op de achtergrond wiegde me zachtjes heen en weer. Mijn hoofd werd zwaarder. De letters leken een rondedansje op te voeren op hun pagina. Ze wervelden door elkaar en buitelden over elkaar. Voor de zekerheid markeerde ik mijn pagina met mijn wijsvinger.

Een doordringend gesnor drong door de zware deken die om mijn hoofd leek te liggen. Ik voelde twee pootjes tegen mijn buik drukken. Terwijl ik wat verdwaasd rechtkrabbelde palmde Wiebe onmiddellijk weer het hele kussen in. Ik wreef in mijn ogen en woelde door mijn haar, tot mijn oog op de klok viel. Enkele kilometers verder was Saint Amour zonder mij begonnen.
Uitwijden
"En dat brengt ons bij puntje 3.B.2." Ze tikte met haar pen op het papier, terwijl ze het project tot in de kleinste details uiteenzette. Ze dreef steeds verder weg, trok steeds groter wordende cirkels rond het onderwerp.
Ik wiebelde kriegelig op mijn stoel. Probeerde mijn trappelende voeten en trommelende vingers in bedwang te houden, terwijl ze onverdroten verder ging.
"Om nog even terug te komen op punt 7.D.2." Ze jongleerde met reeksen opsommingen, punten en voorwaarden. Van haar 5 minuten maakte ze zonder problemen 25 minuten. De ergernis in de groep gleed langs haar heen. Als een druppel droop hij langs haar en spatte open op de vloer. Ze merkte niets. Haar ogen blonken. Ze grijnsde "cool" op elke opmerking en liet haar breedste glimlach zien toen haar woordenstroom werd afgesneden met de woorden: "Bedankt voor deze korte uiteenzetting, Lies."
Een bijna onmerkbare zucht van verlichting waaide door de groep.

zaterdag 21 februari 2004

Wil je? Ja!
Raf en Mich Walschaerts (ook bekend als Kommil Foo) heffen hun glas. De bubbeltjes in de champagne parelen als een gek rondjes. "Op de liefde. Dat die eeuwig mag duren."
Aan de andere kant van de tafel zit Anemoon breed te grijnzen en wist Springer de laatste zweetdruppeltjes van zijn hoofd.

Een uurtje daarvoor
"Dames en heren, ik hoop dat u genoten heb van deze show", zegt Raf Walschaerts terwijl ie achter de piano gaat zitten. "Voor ons viel het best wel mee, we hebben al voor slechtere zalen opgetreden."
Van de andere kant van het podium klinkt een doordringende kuch.
"Beter ook, dat is waar Mich", vervolgt Raf. "Maar om deze avond af te sluiten en om onze cd wat te promoten schenken wij vandaag eentje weg. We hebben voor de show een stoelnummer getrokken en die krijgt onze gratis cd. Eventjes kijken". Hij rommelt wat tussen de papieren en atributen bovenop zijn piano. "Het is een vrouw vandaag, zie ik." Hij plant zijn vinger op het papier en volgt mee terwijl hij voorleest. "Stoel H 18 ...... Anemoon. Anemoon, proficiat u wint een gratis Kommil Foo cd."
"H18. dat ben ik. Ja toch?", vraagt Anemoon naast me terwijl ze voor de zekerheid haar ticket nog eens controleert. "Hihi, nu hoef ik em niet meer te kopen." Ze stuitert op en neer in de rode pluche.
"Is Anemoon hier?", vraagt Raf terwijl hij de zaal in tuurt.
Anemoon steekt halfslachtig haar hand op. "Jaha, hier", piept ze.
"Wil je even naar voor komen", wenkt Mich.
Met grote ogen draait ze zich naar mij. "Ik moet toch niet echt naar voor?"
"Ga maar", fluisteren we haar na en geven een duwtje in haar rug.
Anemoon loopt wat verlegen naar het podium. Een halfslachtig grijnslachje vastgepleisterd rond haar mondhoeken.
"Lieve Anemoon. Proficiat met je CD", zegt Mich terwijl ie op haar afloopt en naar het midden trekt. Hij reikt haar de cd aan. Anemoon lacht liefjes en draait alweer op haar hielen richting haar eigen veilige stoel.
"Neen, nog niet weglopen", foetert Mich en grijpt haar opnieuw vast. "Terwijl je hier toch bent, willen wij voorstellen aan iemand die je nog iets wil vragen."
Hij wijst naar rechts waar uit de coulissen haar vriendje Springer komt gelopen, die 10 minuten gelden "eventjes naar het toilet moest". Hij heeft een roosje in zijn ene hand en klemt zijn andere hand rond de microfoon.
"O neen, o neen, o neen", mompelt Lief. Ik knijp in zijn hand. "Dit geloof ik niet."
Raf en Mich geven Springer een klopje op zijn schouder, lopen naar de piano en zetten eerste tonen van een zeer bekend liedje in.
Anemoon staat als een zoutpilaar op het podium terwijl Springer van wal steekt.
"Lieve Anemoon, het is dan toch zover", spreekt ie wat bibberig in de microfoon. "Voor de voorstelling zei je nog dat, als je mij niet ontmoet had, je misschien wel voor Raf of Mich zou gekozen hebben. Maar ik zou graag hebben dat je bij mij blijft. Daarom wil ik je vragen. Wil je met me trouwen?"
Springer gaat op één knie zitten en kijkt haar aan. Niemand hoort haar ja zeggen, maar dan omhelst ze hem en tokkelt Raf Walschaerts voor de tweede keer de aanhef van de bruidsmars op de piano.
Een aplaus barst los. Lief en ik springen breed grijnzend recht en klappen tot onze handen gevoelloos zijn.

vrijdag 20 februari 2004

Boekenplank
Er wordt al een tijdje een stokje van het ene weblog naar het andere gekeild. Nu heb ik niet zoveel met stokjes, maar dit exemplaar volgde ik toch met meer dan gewone aandacht, want opeens kon ik overal even in de boekenkast van loggers piepen. Tink gaf de aftrap en ik probeerde het stokje te volgen. Over Patrick naar Aukje en vandaar naar Sanzine.
Vaak zag ik mijn eigen boeken terug, vaak broederlijk naast een exemplaar waar ik nog nooit van gehoord had. Mijn lijstje "zeker nog lezen" werd langer en langer. Aanraders werden driftig neergepend. Schrijvers die ik niet kende bleken grote favoriet bij de één. Mijn lievelingsboek bleek enkel goed genoeg om de kachel mee aan te steken bij een ander.
Maar het stokje was me na een tijdje te snel af en verdween uit het zicht. Geen boekentips meer. Niet meer door andermans boekenverzameling struinen. Tot ik stokje opnieuw bij Zezunja zag opduiken en van daaruit naar Jnnk en daar krijg ik vandaag wel heel erg veel keuze.
Hoi! Alleen jammer voor mijn banksaldo dat ik het steeds moeilijker krijg om zomaar een boekenwinkel voorbij te fietsen.

donderdag 19 februari 2004

Ik zou nu wel ...
- tegen de wind willen aanleunen
- willen lezen tot ik hoofdpijn krijg
- een kussengevecht beginnen
- de poezen bestuderen terwijl ze jagen op wervelende blaadjes
- willen zwemmen tot ik pijn in mijn armen en benen heb

.... maar in plaats daarvan moet ik een grote berg in kleine flintertjes uiteentrekken, die netjes in woorden ordenen om dan later kruisjes te kunnen zetten bij de flintertjes waar we ons geen zorgen meer moeten over maken.
Inspiratie
Het zit vast. Muurvast. Er is al een paar dagen geen beweging in te krijgen, hoe ik ook aan het raderwerk zit te wrikken. "Kom dan. Toe dan. Zet je in beweging. Alsjeblieft?", prevel ik. Het geheel veroert geen vin. Alle onderdelen zijn stevig in elkaar geklonken en weigeren om ook maar een beetje te veroeren.
Lief bekijkt me vanop een afstandje. Hoe ik trek, duw en smeek.
"Laat het gewoon eventjes rusten", zegt hij.
"Ik kan niet", murmel ik tussen mijn tanden door terwijl ik me opnieuw met mijn hele gewicht er tegenaan gooi.
"Volgens mij forceer je het zo." Hij trekt me in de zetel en omvat me met zijn armen.
Vanuit zijn omhelzing piep ik door zijn armen heen. "Ik wil dat het terug werkt. Dat alles weer op volle toeren draait."
Ik druk mijn handen tegen mijn slapen. "Soms is het beter om iets te laten rusten, zodat het zichzelf weer in zijn plooi kan trekken. Als je duwt of trekt, laat je alles alleen maar vaster lopen", gaat hij verder.
Ik zucht, sluit mijn ogen en hoor weer wat ze me vaak op het hart drukte. "Laat het even los, zusje. Vertrouw er op dat sommige dingen zichzelf oplossen."

woensdag 18 februari 2004

Oma
"Tja, ik wil best wel met haar op reis gaan", bedenkt ze. "Maar niet in april, want dan ga ik al naar Zwitserland. En augustus, oktober en eind november ben ik ook al weg." Ze fronst even. "Polen, Iran en nog iets."
"Waar zouden jullie naar toe gaan", vraag ik terwijl ik een lepel soep opslurp. "Als je tenmiste nog de tijd kan vinden."
"Ze wil naar Tenerife." Mijn oma steekt haar tong uit en knijpt haar ogen samen. "Tenerife. Wat moet ik daar gaan zoeken? Dat is voor oude mensen die aan het zwembad willen liggen." Ze prikt in haar salade. "Of jonge mensen die willen feesten. Niets voor mij."
"Neen, mijn oma trekt naar Cuba", lach ik.
Ze zucht even. "Ja, dat was een mooie reis. Veel rondtrekken, veel bekijken." Haar ogen lichten op.
"Of naar Iran", vul ik aan.
"Neen, Iran is pas in november."
"Juist ja. Met wie ga je daar ook al weer heen?"
"Alleen. Ik trek mijn plan wel."
Ze prikt nog een blaadje sla op haar vork. Haar ogen twinkelen ondeugend. "Of niet soms."
Ik laat met mijn lepel de groentjes in mijn soep opwolken en kijk haar aan. Ze is juist 71 geworden.
Wat dacht je
Eentje helemaal achterin een bureaulade.
Eentje onderin mijn tas
Eentje in mijn nachtkastje
en eentje in de besteklade (hoe is die daar gekomen?)

dinsdag 17 februari 2004

Gevonden?
Mijn lippen liggen in rafels. Ik kan zo het ene velletje na het andere er af pellen. Glimlachen gaat vandaag een beetje stroef met lippen die niet willen meegeven. Ze blijven halverwege steken in een halfslachtig grijnslachje.
Twee uur zoek ik al naar mijn lipbalsempje. Of naar één van de vier lippenbalsemsticks die hier moeten rondzwerven. Niets, nada. Ze verschuilen zich in onvindbare hoekjes van mijn bureau en tas. Er zit niets anders op dan straks een nieuw exemplaartje te kopen. En wedden dat de vier verlorengewaande balsems dan binnen de tien minuten zullen opduiken?
Appeltje
Meeneuriënd met de radio snij ik mijn appel in kleine stukjes. Ik vis het kleine busje kaneel uit de kruidenlade en strooi het uit over de appelstukjes. Een snel vervangontbijtje geïnspireerd door Webkim.
Terwijl ik nog eventjes in "De Kleine Vriend" duik knabbel ik op de appelstukjes en plots overvalt een bekend gevoel me. Die smaak is opeens meer dan enkel appelstukjes met kaneel. Het is de smaak van zwiepende takken buiten en herfstbladeren die in een wervelende mini-tornado door de tuin suizen. Het is een smaak die me doet denken aan de kerstboom met zijn kleine blinklichtjes, die lief 's morgensvroeg al voor me liet branden zodat ik met een brede grijns de badkamer zou binnenstrompelen. Het is de smaak van Wiebe en Hobbes die nieuwsgierig naar de sneeuw kijken en voorzichtig één pootje in het witte spul neerplanten om dan als een speer weer naar binnen te schieten.
Ik knabbel verder en staar wat over het terras uit, de tuin in. De Camelia zal straks opnieuw beginnen te bloeien. Hier en daar steekt een krokusje zijn kopje op en de narcissen kunnen elk moment uitschieten.
Met het laatste stukje appel probeer ik nog zoveel mogelijk kaneelpoeder uit mijn kommetje op te deppen. Tijd om het beeld bij te stellen.

maandag 16 februari 2004

Onverstoorbaar
Met zijn honderden draaiden ze rondjes in mijn hoofd. Een mallemolen van gedachten.
"O jee, dat mag ik morgen zeker niet vergeten te doen."
"Aarhg, ik moet ... nog opbellen."
"Hopelijk nemen ze in de winkel mijn nieuwe, maar nu al kapotte leeslampje terug."
"Mijn enkel doet de laatste tijd weer pijn als ik een tijdje rechtsta, zou er dan toch iets aan zijn?"
Ik draaide, woelde en probeerde mijn hoofd tot rust aan te manen. Af en toe wierp ik een rustige gedachte tussen het getrappel in, in de hoop dat het ze wat zou ophouden. Misschien wel doen stoppen. Ik dook diep in mijn geheugen en probeerde mooie momenten op te vissen. Maar het hielp geen zier. Telkens ik aan de oppervlakte verscheen met zo'n kleine parel in mijn handpalmen kwamen onmiddellijk honderden kleine voetjes aangedenderd. In een rotvaart trappelden ze over mij en mijn vondst heen en terwijl ze de bocht ingingen hoorde ik hun ijle stemmetjes nog nazinderen.
"Die tekst moest al lang terug zijn."
"Morgen zeker niet vergeten die correcties door te geven."
"...."
Memo-to-me
Prop geen was in de wasmachine 's morgens in alle vroegte. Zeker niet op blote voeten in een berging waar het ijskoud is, want dan wil je alleen maar zo snel mogelijk naar de warme badkamer.
Zorg er ook voor dat je je lenzen in hebt. Lenzen zijn nuttige dingen als het op wasvoorschriften lezen aankomt.
Prop niet lukraak armenvol kleren in de trommel, maar kijk goed welke kleren je bij elkaar steekt.

Als je dat toch doet, dan komt die lievelingstrui er gegarandeerd uit in maatje net-groot-genoeg-voor-bijna-drie-jarig-nichtje.

zondag 15 februari 2004

Aspe
In mijn gedachten bewoog hij anders, klonk zijn stem veel rauwer en zag hij er niet zo afgeborsteld uit. Het huis had ik in mijn hoofd helemaal anders ingericht. Andere kamers, andere uitzichten. Zijn vriend was niet zo overduidelijk wat ie was.
Grommend keek ik hoe het beeld dat ik dertien boeken lang had opgebouwd, werd verwrongen. In mijn hoofd was zijn wereld uitgegroeid tot een gedetaileerd plaatje, maar op het scherm werd het zorgvuldig uitgesponnen verhaal er op tachtig minuten doorgedraaid. Op een drafje. Nog nooit voelde ik zo duidelijk aan hoe woorden uit het hoofd werden opgedreund, nog nooit merkte ik zo goed op hoe stappen en bewegingen tot op de centimeter geregiseerd werden. Nog nooit werd het verhaal zo lauw geserveerd. Nog nooit zag ik zo overduidelijk doen-alsof.

vrijdag 13 februari 2004

*kriep*
Het is 19u en stikdonker in het gebouw. In afwachting van een vergadering werk ik nog aan een artikel op mijn laptop. Door mijn ramen tuur ik in de zwarte avond, het schijnsel van mijn scherm tekent grillige vormen in de ruiten.
Opeens hoor ik hoe de zware voordeur opendraait. Het kenmerkende gekriep dat ik overdag bijna niet opmerk, klinkt nu oorverdovend in de stilte. Ik spits mijn oren; voetstappen die de trap op gaan. "Het is nog te vroeg voor de vergadering", denk ik en schuif mijn bureaustoel naar achter.
Voorzichtig loop ik de gang in en tuurde in het donker. "Hallo?", roep ik terwijl mijn hand de muur af tast op zoek naar de lichtschakelaar. Geen antwoord.
"Haaa-looo?", roep ik een beetje luider en laat mijn hand verder over de muur glijden.
"Waar zit dat ding."
De voetstappen boven me versnellen.
*klik*
De lampen lichten op, maar ik zie niemand.
Het is muisstil, ik hoor mijn eigen ademhalig en voel hoe een rilling zich langs mijn ruggegraat naar boven werkt.
"Is daar iemand?", probeer ik nog eens en loop de gang in. Zo snel ik kan knip ik alle lichten aan. Niemand te zien.
De planken vloeren boven me kraakt. Ik krimp onwillekeurig ineen. "Er zit iemand boven", denk ik. "Iemand die hier waarschijnlijk niet moet zijn." Twijfelend bestudeer ik de trap en draai me dan resoluut om. Ik loop mijn bureau terug in, knal de deur dicht en draai die op slot.
Het gekraak boven me wordt luider. Voetstappen roffelen de trap af en de voordeur draait kriepend open.
Ik open mijn deur en loer de gang in. Nog net zie ik hoe de voordeur terug in het slot valt.

donderdag 12 februari 2004

Wow ...
Matt,
Net wat ik in gedachten had.

woensdag 11 februari 2004

Vers
"Eigenlijk zou ik elke dag zo willen wakker worden", zei ik terwijl ik me naar manlief draaide.
Hij snuffelde nog eens de geur op en gromde instemmend. "Ja, het is wel lekker, alleen is het een eindje lopen om die pieper uit te zetten."
Ik zwaaide mijn benen uit het bed, schoof mijn voeten in mijn pantoffels en liep de kamer uit. "Het is niet dat eindje lopen dat ik me ontzie, maar die koude lucht", riep ik vanuit onze bergplaats. Ik trok de stekker uit het stopcontact. De piepjes verdwenen en toen ik het deksel openzwaaide werd ik licht in mijn hoofd van de geur.
"Maar dit maakt alles goed", lachte ik terwijl ik in de keuken het bakblik omkeerde en een goudbruin broodje op het aanrecht gleed.
"Elke morgen een vers gebakken broodje", smikkelde manlief. "Ik snap nog steeds niet waarom je vader die broodbakmachine niet meer wilde."

dinsdag 10 februari 2004

Wolken
Ik denk dat hij me - zonder dat ik het merk - zachtjes rond putten, hobbels en losliggende steentje stuurt. Zonder een woord trekt hij me mee in een bochtje rond het obstakel. Hij laat me praten, dromen of suffen en let op de obstakels voor ons beiden. Een ommetje rond die losse steen, even uitwijken voor die stoeprand, ... .
Mijn voeten en mijn hoofd leiden beiden immers een eigen leven. Mijn voeten op de grond, mijn hoofd in de wolken en vanuit de wolken is het niet makkelijk om de grond in de gaten te houden. Dat doet hij dan maar voor mij. Deze middag was hij er niet. Daarom waarschijnlijk dat ik, terwijl ik in mijn hoofd duizend dingen probeerde te ordenen, met mijn linkervoet in een putje sukkelde. *krak*

maandag 9 februari 2004

Waar was ik?
Na drie of vier boeken-tussendoortjes:

"Harriet hoorde haar hele leven al over de brand in de kerk - en ook over andere branden, in andere steden in Mississippi, die in haar hoofd allemaal door elkaar liepen - maar ze had nog nooit gehoord dat de Ratliffs dat hadden gedaan."
(Donna Tartt, De kleine vriend, pg 144)


De Ratliffs, wie waren dat weer? En als ik zo nog wat verder lees: wie is Ida en wie zijn de Odums?
Opnieuw dan maar?

"De rest van haar leven zou Charlotte Cleve zich de dood van haar zoon verwijten omdat ze had besloten het moederdagetentje 's avonds te geven, en niet 's middags na de kerk, zoals de Cleves het gewend waren."
(Donna Tartt, De kleine vriend, pg 11)
Overdaad schaadt
Twee kindjes in de familie waren jarig en dat zou op gepaste wijze gevierd worden in een kiddie-indoor-speeldorp. Sinds gisterenmiddag kan ik dan ook formeel bevestigen: Kiddie-indoor-speeldorpen moeten een strafoord voor volwassenen zijn.
Waarom zou je anders op een plastic stoeltje neergepoot worden en veronderstelt zijn om daar de hele middag braaf te blijven zitten terwijl voor je, naast je, boven je en onder je, kinderen op en neer rennen, hollen, brullen, krijsen, wenen en gillen en zo de degelijkheid van je trommelvliezen testen.
Of je wordt, zoals grote-kleine broer, meegetroont naar de blauwe glijbaan. Een smal, kronkelend buisgeval waar kleintjes gillend van de pret doorheen zoeven. Grote-kleine broer kwam net niet vast te zitten, maar had - aan het gebonk en geklop te horen - de grootste moeite om zich door het smalle speelgeval heen te wurmen.
Ondertussen krijgen de kinderen de vrijheid om het geduld en de zenuwen van hun ouders te testen. Door de inhoud van kiddie-speeldorp I vrolijk naar kiddie-speeldorp II te slepen. Of zoals die twee jongetjes die proefondervindelijk uittestten of dat hobbelpaardje echt niet door de buisglijbaan paste. Een ander groepje probeerden verwoed alle ballen uit het ballenbad te keilen en die rijkelijk over de grond uit te strooien, nét op het moment dat de dienster met tien borden pannenkoeken op haar arm voorbijliep.
En op het moment dat je er bijna in slaagt om het gekrijs en geroep eventjes buiten te sluiten, doorklinkt er door het kiddie-speeldorp een zodanige ijselijke gil, dat alle ouders als één recht veren en zelf het speeldorp binnenstormen om te kijken of het hun koter niet was die klaarblijkelijk bijna dood moet zijn.

Een aantal rondhopsende kindjes zijn wel leuk. De familiekindjes zijn stuk voor stuk schatjes, maar meer dan 100 joelende koters door elkaar lieten mij toch zwaar overwegen om een kinderbestendige knoop in mijn eileiders te leggen.

zondag 8 februari 2004

Trekvogel
Hij was één van de weinige souveniers van een trektocht doorheen Noorwegen. Mijn zeeblauwe trekvogel. Een postduif. Kinderspeelgoed eigenlijk, maar toen ik hem in de winkel op en neer zag vliegen, een envelopje in zijn knalgele snavel kon ik hem niet laten hangen. Hij belandde boven mijn bed, in mijn oude slaapkamer. Vaak keek ik hoe hij op een neer wiekte, hoe zijn oogjes glinsterden in het weinige licht en gleed ik voorzichtig weg in een diepe slaap.

Bij de eerste verhuis ging het verkeerd. In ons appartement doorzocht ik alle dozen, maar mijn trekvogel was nergens te vinden.
"Neen, hij hangt hier niet meer", verzekerde mijn vader me aan de telefoon. Ik wroette nog eens door alle dozen en kasten, maar de trekvogel bleek spoorloos.
"Hij zou hier toch niet kunnen hangen", troostte manlief me. "De bovenbuurvrouw zou het waarschijnlijk niet fijn vinden als we een gat in het plafond boren."

Tijdens de tweede verhuis doorzocht ik de dozen niet meer. De trekvogel was al twee jaar spoorloos, die kon niet meer opduiken, dacht ik. Tot mijn vader op een avond met een aantal dozen voor de deur stond.
"Dat zijn nog spullen van jou die op zolder stonden, omdat jullie in het appartement geen plaats hadden."
Ik sleepte de dozen drie trappen omhoog naar de zolder en roffelde door de inhoud heen. Kadertjes, doosjes, oude kinderboeken, knuffels en heel diep onderin een doos: enkele nylondraadjes. Ik wroette wat dieper en voelde hoe mijn vingers zich rond een vleugel vouwden. Daar onderin de doos zat mijn trekvogel. Ik hing zijn lusje rond mijn vinger en keek hoe hij zijn vleugels openplooide. Hij was bestoft en zijn koordjes wat verfrommeld, maar voor de rest zag ie er goed uit. Ik sleepte een stoel naar de slaapkamer, klauterde erop en hing mijn postduif-trekvogel aan het haakje. Hij wiegde wat op en neer in het briesje dat door het open raam zeilde en wapperde met zijn vleugels. Pas toen ik de kamer uitliep, merkte ik het. Zijn brief die normaal tussen zijn snavel klemde was verdwenen.

donderdag 5 februari 2004

Frost
Met een dampende kop thee (jaja) nestel ik me in de zetel juist op het moment dat Nederland 1 de reeks "Inspector Frost" aankondigt. Binnenin maakt iets een huppelsprongetje, ik wist niet dat die reeks op woensdag hier te vinden was. Ik duik dieper in de kussens en verdiep me mee in het raadsel.

"Toch een beetje koud hier", denk ik wat later en glij van de bank. Ik trek het rode fleecedekentje uit de kist naast de televisie en draai me erin. Met een plof duik ik terug in de zetel en vouw mijn handen rond de mok thee. Er is net een lijk opgedoken, zie ik. Ik draai op mijn zij en rol in een bolletje.

Mijn ogen worden zwaar, ik zet mijn mok op het tafeltje en ga iets rechter zitten. Af en toe schud ik even met mijn hoofd om wakker te blijven, maar mijn oogleden blijven naar beneden zakken. Is sluit ze even en luister ondertussen hoe Frost een verdachte onder handen neemt. Bij elke ademhaling voel ik me een stukje dieper zakken. Een klein snokje alsof ik aan een touw hang en ik stukjes afdaal. De stemmen op de achtergrond worden vager en gaan over in een brommend geroezemoes. Heel eventjes is het helemaal zwart.

"Neen, niet slapen", maan ik mezelf aan. Ik sper mijn ogen open en kijk naar de klok. Een half uur later. Op het televiesiescherm zie ik nog net hoe Frost een deur dichtzwaait. "Bastard" roept de vrouw die in de verhoorkamer zit hem na. Tja, daar ben ik dus niet veel mee.

woensdag 4 februari 2004

Zachtjes
De temperatuur klimt voorzichtig naar aangename hoogten. De overbuurvrouw kijkt nu toch wel heel bedenkelijk naar haar - nog steeds vrolijk versierde kerstboom - terwijl de eerste toeristen in hemdsmouwen voorbij flaneren.
Ik open het raam op mijn bureau en zet het voor het eerst dit jaar op een kiertje. De plantjes op de vensterbank wiegen heen en weer in een briesje dat binnenwaait, alsof ze hun takken eens goed uitstrekken en laten uitwaaien. Een grote stapel papieren ritselt als de wind erdoorheen blaast. Zo waait er ook letterlijk een nieuwe wind door mijn bureau.
Mijn leven, de musical ...
... en ik werk achter de schermen.

dinsdag 3 februari 2004

Stoere jongens
Zijn arm bungelde nochalant-stoer uit het raam, de andere lag losjes bovenop het stuur. Hij leunde achterover en gaf flink gas. Zijn drie vrienden joelde en sloegen hun handen tegen elkaar. Eén van hen leunde naar voor en dreef het volume van de autoradio resoluut de hoogte in. Als één man begonnen ze te headbangden en mee te lippen. Eentje stak zijn vuist omhoog en beukte mee op het ritme. Het tweede ruitje werd opengedraaid een arm volledig bedekt met tatoeages gleed naar buiten. Voor ze in de bocht gingen, kon ik nog net de laatste flarden van het liedje opvangen.
"Backstreet's back .... alright!"

maandag 2 februari 2004

Aargh
Ik voel het binnenin borrelen en draaien. Ergernis met een goede geut stress. Ik stampvoet mijn bureau binnen en knal de deur dicht. Nog voor ik zit grabbel ik naar pen en papier. Goed op een rijtje zetten wat er moet gedaan worden is de enige oplossing, maar het blijft draaien en een kriebel kruipt vanuit mijn buik omhoog. Hij hupt ter hoogte van mijn keel en ik kan het niet meer tegenhouden. Om het geluid wat te smoren druk ik mijn gezicht in mijn sjaal en schreeuw het uit. Een gesmoorde kreet, een aan banden gelegde frustratiebrul. Gesmoord roepen is niet makkelijk. Mijn luchtpijp draait zich verontwaardigd terug in de plooi, maar het raspt bij elke ademteug.
Even later zeilt er een mailtje binnen. "ça va? Ik hoorde een verontrustend geluid!"
"Ja, alles onder controle."

zondag 1 februari 2004

53 - 99
De betekenis lijkt in kleine stroompjes weg te vloeien uit de foto. Hoe meer ik er naar kijk, hoe minder het me zegt. Kleurvlakken vloeien in elkaar over tot ik de foto nog amper zie, wat overblijft is een beeld dat ik zo goed kent dat ik eigenlijk niet meer hoef te kijken.
Vijf jaar zit ze met datzelfde hapje ijs vlak voor haar mond, te lachen naar de camera, naar mij, naar iedereen die even een blik op het kadertje werpt. Het beeld is vertrouwd, versleten, afgesleten, maar zal nooit vervagen.