vrijdag 31 december 2004
Laatste
Alhoewel morgen gewoon morgen is, lijkt 2005 nog steeds zo veraf.
 
woensdag 29 december 2004
Chocolade-iets
Ik keek een beetje zorgelijk naar het beslag, zoals ik eigenlijk de hele tijd al zorgelijk keek. Het begon al bij het recept. Dubbelkoolzuurhoudende soda? Overleef je dat wel? Je eieren gewoon los in je beslag kieperen, zonder het eiwit op te kloppen? Krijg je dan een chocoladepannekoek in plaats van een chocoladecake. Plastic folie om je bakvorm mee te bekleden? Smelt dat niet ogenblikkelijk in de oven?
Maar ik besloot te vertrouwen op het recept. De kok in kwestie had duidelijk meer ervaring dan ik. Ik kieperde bijeen, mixte, goot er nog wat bij, mixte, water erbij, mixte, ... en na de laatste stap van het recept leek mijn beslag op pannenkoekedeeg. Dikke chocoladesiroop met chocoladestukjes in. Nergens las ik of dat wel de bedoeling was, hoe ik het recept ook doorzocht. Met de meest zorgelijke blik tot dan toe goot ik het goedje in de bakvorm.
Het baksel rees wonderwel fantastisch mooi. De geur die uit de oven dreef, was bedwelmend.
"Dit is 'em.", dacht ik inwendig juichend terwijl ik de bakvorm uit de oven haalde en de cake uit zijn vorm liet glijden. "De ultieme chocoladecake" ... en op dat moment brak ie in twee.
Het ene stuk gleed netjes op het bord. Het andere bleef zich hardnekkig vastklampen aan de bodem van de bakvorm. Geen cake dus om aan bezoek te serveren. Het ding ziet er niet uit. Een homp chocolade-iets. Maar lekker is ie wel. Verschrikkelijk lekker zelfs!
 
Slaap
Mijn lichaam lijkt een winterslaap te willen houden. Iedere morgen als Lief zich grommend uit bed worstelt en zich klaarmaakt voor zijn werk, rol ik me in het volledige dekbed, vastbesloten om een kwartiertje later op te staan. Of een halfuurtje, drie kwartier maximum, ... Maar het lukt niet, telkens glijd ik opnieuw af in een droomloze slaap.
"Jij krijgt het moeilijk volgende week", geeuwt Lief als hij me wakker maakt voor hij naar zijn werk vertrekt.
"Neen, echt niet. Kijk ik sta nu op", geeuw ik terug, maar mijn benen weigeren om de warmte van het dekbed te verlaten. "Zo meteen, echt!", fluister ik hem na terwijl ik hem van de trappen hoor lopen. Eén minuut later ben ik weer van de wereld.

Gelukkig, ik mag nog vijf keer uitslapen.
 
vrijdag 24 december 2004
Cadeautjes



Van Gmail mag ik tien invites weggeven. Wie wil er eentje?
Geef maar in gil in het commenttooltje of via de mail en omdat het kerstavond is doe ik er nog een extra lintje om.
 
donderdag 23 december 2004
Bollen
Natuurlijk zou ik niet vergeten om die bloembollen te planten voor het te laat was.
Vandaag, ja zeker vandaag.
Maar het was binnen lekker warm, mijn boek spannend en twee knorrende poezen op mijn voeten. Het was 15u. Ik had nog wel even.
Even later is het 17u. Het is stikdonker buiten en de bloembollen zitten nog steeds knus in hun netje.
Ik zou ze lekker warm kunnen laten zitten. Maar morgen is het kerstavond en dan kerstdag, tweede kerstdag, ... mezelf kennende zal het er niet meer van komen.
Trouwens, ik heb geen zin in 'je had het beloofd'-gezicht.
Dus er zit niets anders op, bloembollen planten!

Waar is mijn zaklamp?
 
Kerstgedachte
Een maand na mijn vertrek voelen twee ex-collega's duidelijk de nood om even te polsen hoe het met me gaat. In mijn inbox vind ik een mailtje vol troostende en wollige woorden. Ik voel wrevel opborrelen. Een maand geleden zou het me deugd gedaan hebben. Nu klinkt het genant onecht.
Mijn vingers kriebelen om een vinnige mail terug te sturen, maar ik slik het in.
De kerstgedachte heeft me te pakken.
Verdorie!
 
maandag 20 december 2004
Blijdschap
Soms komt ze uit de radio gesprongen. Of springt ze zomaar op mijn schouder. Soms verstopt ze zich tussen de pagina's van mijn boek en valt lachend achterover als ik haar vind tussen een regel woorden. Af en toe is ze heel voorzichtig. Komt ze op kleine voetjes aangeslopen en trippelt voorzichtig naar mijn mondhoeken. Andere keren neemt ze een gigantische sprong van de ene kant van de kamer naar de andere kant. Maar altijd ben ik blij als ze zich laat zien. Bijdschap geeft me een vrolijke kriebel in mijn buik en het gevoel dat ik de wereld aankan.

Vandaag sprong ze uit de telefoon. Ze knalde zo hard tegen mijn hoofd dat ik bijna niet begreep wat de persoon aan de andere kant me vertelde.
"Dus als jij wilt, kan je bij ons beginnen", herhaalde de stem aan de andere kant, duidelijk glimlachend.
Blijdschap danste zwierige rondjes over het tafelblad terwijl ik alle praktische dingen afhandelde.
"Ik moet bellen, regelen, verwittigen, schrijven, ...", dacht ik toen ik de hoorn neergelegd had.
"Neen", toeterde blijdschap. "Je moet zingen, dansen, blij zijn."
Wat we dan ook deden. Prioriteiten zijn prioriteiten.
 
vrijdag 17 december 2004
Vandaag
Iets spannend (zenuwachtig spannend) en iets leuks.
Hoe beter het spannende deel gaat, hoe meer ik mezelf zal gunnen tijdens het leuke deel. Alhoewel... als het spannende deel zou tegenvallen kan ik mezelf ook troosten met het leuke gedeelte.
 
donderdag 16 december 2004
Zingen
Was het door een vroegere collega die me opbelde en foeterde dat ik 'verdorie moest solliciteren voor die job'. Dat ik die 'als het eventjes moest met mijn ogen dicht zou kunnen.' Of door de enquête-mevrouw die op het einde van het gesprek eventjes uit haar rol viel, met haar ogen knipperde en lachte: 'Dat heb je mooi gezegd.'Misschien kwam het door het feit dat mijn bijscholing erop zit (maar één lesje gebrost) of gewoon door het vrolijke liedje op de radio.
Hoe dan ook, met de volumeknop op dertig zong ik luidkeels mee, daarmee mezelf en mijn medemens gelukkig makend. Vooral die fietser die naast mijn auto aan het rode licht stond te wachten. De man had wat moeite om tussen de lachstuipen door zijn pedalen te vinden.
 
Glühwein
- De beloofde glühwijn stond al klaar te dampen.
- Hij dacht dat ik kleiner zou zijn.
- Ik vond dat hij er, gek genoeg, net zo uitzag als ik gedacht had.
- Hij verbaasde zich over de rust in Brugge.
- Ik genoot van de stille straten.
- Nog een voordeel van loggen ontdekt: je leert fijne mensen kennen.
 
dinsdag 14 december 2004
Geeuw
Ik wou dat ik 's morgens even makkelijk kon opstaan, als ik 's avonds opbleef.
 
vrijdag 10 december 2004
Glimlach, grijns, giechel, lach

Hier
 
Keuze
Twee vacatures.
Twee jobs.
Twee profielen waar ik zonder problemen in pas. Elke vereiste kan ik waar maken.
Solliciteren dan maar? Schrijven?
Ik twijfel. Ik weet dat ik de job aankan, maar diep binnenin protesteert er een stemmetje. 'Je bent op zoek naar iets anders. Dit kan je wel, maar dit wil je niet echt.'
Ik twijfel. Stel dat ik de job krijg. Hoe lang voor ik me van 8 tot 17u met gemaakt enthousiasme door de dag heen sleep? Hoe lang voor ik verlangend uitkijk naar een andere uitdaging?
Ik heb de kans gegrepen die me de luxe van tijd gunt, neem ik die tijd nu ook?
 
Koud
'We zullen jou eens laten uitwaaien', zei hij. Alsof hij me met twee wasknijpers aan de waslijn zou vastpinnen zodat de wind eens goed door mijn lijf en leden zou kunnen wapperen. En wanneer ik helemaal leeg- en frisgewaaid ben, zou hij me netjes kunnen opvouwen en zachtjes in de zetel deponeren, tussen een stapel boeken, DVD's en een dampende kop koffie.
Maar in plaats daarvan nam hij me mee naar zee. We ploegden door het mulle zand, naar de waterlijn en slenterden de mist in. Alles buiten de omtrek van 10 meter werd opgeslokt door een witte waas. We slenterden tussen voetsporen die naar nergens leken te leiden. Grote, stevige passen, diep in het zand gestampt wervelden over kleine, lichte stappen die nauwelijks zichtbaar waren. De kou beet onze wangen, neus en oren rood, maar de wind bleef uit. Mijn haren wapperden niet. De panden van mijn jas flapperden niet om mijn benen. Er stond geen zuchtje wind. Er was geen mogelijkheid om je leeg- en fris te laten waaien.
'Je bent dan wel niet uitgewaaid', bibberde hij wat later, terwijl hij zijn handen om een warme mok chocolademelk vouwde, 'maar uitgevroren ben je zeker.'
Ik grijnsde, voor zover dat mogelijk is met bevroren wangen.
 
dinsdag 7 december 2004
Glimlach
Er stond een foto van een meisje op de cover. Een vrolijk, goedlachs ding met blauwe ogen zo groot als schoteltjes.
In mijn hoekje van de zetel genesteld, dook ik het verhaal in en las tot mijn ogen het zwart van de letters niet meer konden onderscheiden van het wit van het papier.
'Spannend?' vroeg Lief.
'Eerder intrigrerend', mompelde ik terwijl ik nog een blad omdraaide.
Na enkele honderden pagina's en een verrassende wending, legde ik het boek eventjes aan de kant. Het meisje keek me nog steeds aan, maar ze lachte niet meer vrolijk, eerder spottend. Dat ik dat niet gezien had. En het werd steeds erger. Met elke pagina die ik las, veranderde haar gezichtsuitdrukking. Haar lach werd bijna demonisch.
Voor de zekerheid heb ik het boek maar met de cover naar beneden op mijn nachtkastje gelegd.
 
maandag 6 december 2004
Winter
Ik had de klaagzang der klaagzangen neergepend. Over..., ja over wat denk je. Maar hij is weg. Gedelete naar het niemandsland diep binnenin een computer.
Eén zinnetje bleef:
Mijn humeur kleurt net zo somber als de lucht buiten.
Dat is net nog aanvaardbaar, vind ik.
En nu schop ik mezelf de fiets op, op zoek naar vrolijke films en zonnig eten. Denk zongedroogde tomaatjes, licht zoete wijn en knapperige wokgroentjes voor bij de kip deze avond. Als dat niet helpt...
 
Traag en stil
Ik schud mezelf wakker uit een nare droom. Het soort dat de hele dag in je lijf kan blijven hangen. De plaats naast me in bed is leeg en ik merk dat ik mezelf in het hele dekbed gerold heb. Vaag herinner ik me hoe Lief vroeg deze morgen eventjes op mijn neus kwam tikken. Er ligt geen briefje op de keukentafel, maar ik zie aan de verspreidde kruimels op het tafelblad en de lukraak neergegooide wanorde in de badkamer dat ie al betere morgens had.
Het is stil. De katten kijken me slaperig aan vanuit de zetel. 'Wat doe jij hier nog?' lijken ze te denken. Ik plan mijn dag. Vul hokjes en uren op met to-do-dingen. Maar eerst de krant en koffie. Ook thuis lijkt er niets zinnigs uit mijn vingers te komen zonder die eerste kop koffie.

 
zondag 5 december 2004
Bedenking
Zijn er nog mensen die vandaag graag terug zes jaar willen zijn?
Schoentje zetten? Pakjes krijgen?
 
zaterdag 4 december 2004
Kans
Er wordt mij een mooie kans aangeboden. Een tijdelijke oplossing. Als ik wil, kan ik drie maanden lang mijn tanden in een project zetten. 'Tenminste, als je voor die tijd nog geen andere vaste job gevonden hebt. De job van je leven gaat voor!'

Ik krijg de kans om opgelucht adem te halen en mijn vleugels alvast weer open te spreiden. Als opwarming voor die perfecte job die in het verschiet ligt. Om de schrik en de onrust van me af te schudden.
 
donderdag 2 december 2004
Zinnetje
Ik heb nu toch voldoende tijd.
 
woensdag 1 december 2004
Tijd
Zolang het duurde, zolang het duurde was het fijn zingt Luc De Vos zachtjes in mijn oor. Ik knik en neurie mee. De man heeft overschot van gelijk.

Thuis warm ik mijn bijna-blauwe handen op aan een warme mok koffie. Ik snuffel door mijn boekenkast en lees hier en daar wat. Een zoveelste poging om de schok, de schrik en de onrust uit mezelf weg te spoelen. Ik blijf hangen bij een gedicht van J.A Deelder:

Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.

Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.

Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboek verand'ren.

Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet ver vandaan.


Het één heeft niets met het andere te maken en nog minder met mij, maar ze bieden me alletwee een beetje troost en geven me energie.

'Neem je tijd om uit te vissen welke kant je op wilt', wordt mij op het hart gedrukt. Ik fiets, wandel, lees en luister naar muziek - is dat tijd nemen? - maar sinds de woorden: 'We moeten even praten, want ik vrees dat we slecht nieuws hebben', blijf ik piekeren over deze nieuwe ervaring.

Voor onbepaalde tijd mag ik de statistieken van de werkloosheid versterken.