Keuze te over
Ik lees over boeken (klik klik en klik) , maar mijn boeken blijven voorlopig ongelezen op het nachtkastje liggen. Vier op een stapeltje elk met een bladwijzer tussen hun pagina’s ingeklemd. Ik kan niet beslissen.
Waarin wil ik mij vastbijten?
In welk verhaal wil ik verdwijnen?
Dus kijk ik naar films die ik al eerder zag, bind ik mijn eigen boeken bijeen, schrijf ik stukjes die ik niet post en begin ik in nog een ander nieuw boek om opnieuw een bladwijzer te planten op pagina 32.
woensdag 20 april 2005
dinsdag 19 april 2005
donderdag 14 april 2005
MIJN werk
Hij kijkt schuldbewust op van zijn computerscherm. 'Ik dacht, ik begin alvast. Je hebt hier vast geen tijd voor.'
Ik bekijk wat er op zijn scherm staat.
'Ik bedoel... het is niet veel werk en ik wilde je hiermee niet lastigvallen.'
'Mmmm, geen probleem. Alhoewel ik dit zo en dat zo zou doen', wijs ik aan.
'Wil jij het afwerken?' vraagt hij voorzichtig. Even later landt de mail met het bestand in mijn postbus en ben ik blij dat ik even mijn tanden in iets klein en concreets kan zetten.
'Lijk ik heel erg op de kuisvrouw uit die reclame', vraag ik als het resultaat een halfuurtje later uit mijn printer rolt. 'Je weet wel, diegene die foetert op haar man omdat hij z'n vuile laarzen uittrekt zodat ze niets te kuisen heeft?'
Het is stil en dan ... voorzichtig 'Een heel klein beetje misschien.'
Hij kijkt schuldbewust op van zijn computerscherm. 'Ik dacht, ik begin alvast. Je hebt hier vast geen tijd voor.'
Ik bekijk wat er op zijn scherm staat.
'Ik bedoel... het is niet veel werk en ik wilde je hiermee niet lastigvallen.'
'Mmmm, geen probleem. Alhoewel ik dit zo en dat zo zou doen', wijs ik aan.
'Wil jij het afwerken?' vraagt hij voorzichtig. Even later landt de mail met het bestand in mijn postbus en ben ik blij dat ik even mijn tanden in iets klein en concreets kan zetten.
'Lijk ik heel erg op de kuisvrouw uit die reclame', vraag ik als het resultaat een halfuurtje later uit mijn printer rolt. 'Je weet wel, diegene die foetert op haar man omdat hij z'n vuile laarzen uittrekt zodat ze niets te kuisen heeft?'
Het is stil en dan ... voorzichtig 'Een heel klein beetje misschien.'
Vrolijk van a naar b
Ik weet nog hoe de regendruppels in kleine beekjes over de voorruit stroomden, af en toe uit koers geslagen door de ruitenwissers. Een slang gelige lichtjes kroop me tegemoet, terwijl ik achter een slang rode lichtjes aanreed. De lucht veranderde onmerkbaar van grijs, naar donker waardoor de lichtjes nog feller blonken. Admiral Freebee en ik zongen luidkeels in koor:
Tomorrow I'll have... my Einstein brain. Pampadampam
Dat herinner ik me nog allemaal. Alleen HOE ik precies van a naar b gereden ben, is mij ontgaan.
Ik weet nog hoe de regendruppels in kleine beekjes over de voorruit stroomden, af en toe uit koers geslagen door de ruitenwissers. Een slang gelige lichtjes kroop me tegemoet, terwijl ik achter een slang rode lichtjes aanreed. De lucht veranderde onmerkbaar van grijs, naar donker waardoor de lichtjes nog feller blonken. Admiral Freebee en ik zongen luidkeels in koor:
Tomorrow I'll have... my Einstein brain. Pampadampam
Dat herinner ik me nog allemaal. Alleen HOE ik precies van a naar b gereden ben, is mij ontgaan.
woensdag 13 april 2005
dinsdag 12 april 2005
Lenteavond
De laatste zonnestralen verwarmen het stukje tuinhek net boven mijn hoofd. Ik rek me uit, maak me zo lang mogelijk en probeer de laatste restjes warmte uit de lucht te roven. Met mijn blote voeten onder me opgetrokken, balanceer ik op de tuinstoel. Boek op mijn schoot, rug recht en slechts het topje van mijn hoofd in de zon.
Wanneer de laatste zonnestralen hoog boven de haag verdwijnen is het terras niet meer dan een oase van grijze schaduw. Boris, de geadopteerde zwerfkat, hupst van het tuinhek naar het dak van het tuinhuis. Op de warme, zwarte golfplaten rekt hij zich uit en slaat met zijn voorpootje naar een wolk wervelende vliegjes. Zijn vacht gloeit en glimt van warmte terwijl mijn voeten langzaam verkleumen.
Jaloers loop ik naar binnen.
De laatste zonnestralen verwarmen het stukje tuinhek net boven mijn hoofd. Ik rek me uit, maak me zo lang mogelijk en probeer de laatste restjes warmte uit de lucht te roven. Met mijn blote voeten onder me opgetrokken, balanceer ik op de tuinstoel. Boek op mijn schoot, rug recht en slechts het topje van mijn hoofd in de zon.
Wanneer de laatste zonnestralen hoog boven de haag verdwijnen is het terras niet meer dan een oase van grijze schaduw. Boris, de geadopteerde zwerfkat, hupst van het tuinhek naar het dak van het tuinhuis. Op de warme, zwarte golfplaten rekt hij zich uit en slaat met zijn voorpootje naar een wolk wervelende vliegjes. Zijn vacht gloeit en glimt van warmte terwijl mijn voeten langzaam verkleumen.
Jaloers loop ik naar binnen.
zaterdag 9 april 2005
donderdag 7 april 2005
Literaire lente
"Eendjes vissen. Eendjes vissen", brulde stem over het stationsplein. In het grijze ochtendlicht flonkerden de honderden lichtjes van een viskraampje. Het meisje in het kermiskraampje liep heen en weer en riep zich de longen uit het lijf. Ze klemde zich vast aan één van de schappen en boog helemaal voorover terwijl ze bleef roepen net alsof ze de woorden helemaal naar het andere eind van het stationsplein wilde gooien.
"Eendjes vissen. Eendjes vissen. Vis een eendje en win een boek"
Eendjes vissen als zesentwintigjarige zonder de begeleiding van een achtjarige en jonger mag dan wel onder licht afwijkend gedrag vallen, voor een boek heb ik al heel wat over. Voor het eerst in twintig jaar klemde in een eendjesvishengel in mijn handen en speurde de stroom veelkleurige eendjes af.
Links van mij dobberde een vaalpaars exemplaar. Hij hupste tegen de rand gedrumd mee op het kolkende water. Ik haakte mijn hengel door het oogje en viste mijn vangst uit het water. Met een nadruppelend eendje stond ik te wachten. Het meisje brulde intussen haar repetoire opnieuw en opnieuw uit en liep naar mijn idee vervaarlijk rood aan. Juist voor ik me behoorlijk belachelijk begon te voelen - bungelend eendje aan hengel - kreeg ze mij in het oog. Ze haakte mijn vangst los, bekeek de onderkant en riep triomfantelijk: "Nog een winnaar, dames en heren! Nog een winnaar!"
Ik kon me bijna niet voorstellen dat dit meisje normaal in een boekenwinkel werkt waar mensen fluisteren en stil langs de rekken schuifelen. Ze klom op de toonbank en reikte naar één van de bovenste planken.
Met 'De Hongerheldin' onder mijn arm geklemd trok ik naar mijn werk. "Eendjes vissen. Vis een eendje en win een boek" hoorde ik haar nog vaag roepen aan de andere kant van het stationsplein.
"Eendjes vissen. Eendjes vissen", brulde stem over het stationsplein. In het grijze ochtendlicht flonkerden de honderden lichtjes van een viskraampje. Het meisje in het kermiskraampje liep heen en weer en riep zich de longen uit het lijf. Ze klemde zich vast aan één van de schappen en boog helemaal voorover terwijl ze bleef roepen net alsof ze de woorden helemaal naar het andere eind van het stationsplein wilde gooien.
"Eendjes vissen. Eendjes vissen. Vis een eendje en win een boek"
Eendjes vissen als zesentwintigjarige zonder de begeleiding van een achtjarige en jonger mag dan wel onder licht afwijkend gedrag vallen, voor een boek heb ik al heel wat over. Voor het eerst in twintig jaar klemde in een eendjesvishengel in mijn handen en speurde de stroom veelkleurige eendjes af.
Links van mij dobberde een vaalpaars exemplaar. Hij hupste tegen de rand gedrumd mee op het kolkende water. Ik haakte mijn hengel door het oogje en viste mijn vangst uit het water. Met een nadruppelend eendje stond ik te wachten. Het meisje brulde intussen haar repetoire opnieuw en opnieuw uit en liep naar mijn idee vervaarlijk rood aan. Juist voor ik me behoorlijk belachelijk begon te voelen - bungelend eendje aan hengel - kreeg ze mij in het oog. Ze haakte mijn vangst los, bekeek de onderkant en riep triomfantelijk: "Nog een winnaar, dames en heren! Nog een winnaar!"
Ik kon me bijna niet voorstellen dat dit meisje normaal in een boekenwinkel werkt waar mensen fluisteren en stil langs de rekken schuifelen. Ze klom op de toonbank en reikte naar één van de bovenste planken.
Met 'De Hongerheldin' onder mijn arm geklemd trok ik naar mijn werk. "Eendjes vissen. Vis een eendje en win een boek" hoorde ik haar nog vaag roepen aan de andere kant van het stationsplein.
maandag 4 april 2005
Hotel Rwanda
Luister
Het hotel kwam in beeld en ineens wist ik het weer. De oprijlaan, de lobby, de vlinders die uit de struiken omhoog fladderden. Tot kort daarvoor was ik die herinnering kwijt, kon ik me enkel nog het zwembad voor de geest halen. Het helblauwe water en de vrolijk gestreepte parasols stonden in schril contrast met wat onze Rwandese begeleider Ernest vertelde. De geschiedenis van het hotel Mille Collines, de gruwelen van de genocide.
Lang had ik getwijfeld of ik ‘Hotel Rwanda’ wel wilde zien. Ik kende het verhaal. Ik had littekens, massagraven, verminkte mensen, het verdriet en de woede gezien tijdens de inleefreis door Rwanda. Ik had me zo klein mogelijk gemaakt terwijl onze partners en gidsen hun verhaal vertelden. Ik was 15 toen de genocide zich aan de – voor mij – ander kant van de wereld voltrok en had me de omvang ervan nooit echt gerealiseerd. Wat toen berichtgeving in de marge was, werd hier ongemeen echt. Ik was 23 toen ik met mijn neus op de omvang van de gruwelijkheden gedrukt werd en twijfelde of ik dat nog eens wilde.
‘Hotel Rwanda’ vertelt het verhaal van Paul Rusesabagina, manager van het chique hotel Mille Collines in de Rwandese hoofdstad Kigali. In 1994, toen de Hutu's in 100 dagen tijd bijna een miljoen Tutsi's afslachtten, bood Rusesabagina - zelf Hutu - ruim 1200 vluchtelingen onderdak in dat hotel. Door omkoping, zijn hooggeplaatste contacten aan te spreken, te dreigen en te smeken, slaagt hij erin de moordende Interahamwe buiten het hotel te houden.
‘Hotel Rwanda’ vertelt een verschrikkelijk verhaal. Niet in beeld, want de film toont amper beelden van de slachtpartijen. Het is de haat die angst aanjaagt. Mensen werden vermoord om een etiket dat ze ooit opgeplakt kregen. Het Westen trekt zijn handen ervan weg.
Het doet pijn om te weten dat dit niet zomaar een film is. Aan de basis ligt niet enkel een goedgeschreven script. Dit is echt.
Terwijl we de zaal uitlopen denk ik aan Dativa die altijd lachte. Soms droef, soms vol hartelijkheid, maar ze bleef lachen. Regelmatig streelde ze met haar vingers het litteken dat een manchettehouw in haar wang achterliet.
'Ik kwam er goed vanaf.'
We zaten op een trapje aan de ingang van de jeugdherberg. Het was een heldere nacht en boven Kigali flonkerden duizenden sterren. Zwijgend dronken we een slok water uit onze flesjes.
'Ik ben er nog.'
Luister
Het hotel kwam in beeld en ineens wist ik het weer. De oprijlaan, de lobby, de vlinders die uit de struiken omhoog fladderden. Tot kort daarvoor was ik die herinnering kwijt, kon ik me enkel nog het zwembad voor de geest halen. Het helblauwe water en de vrolijk gestreepte parasols stonden in schril contrast met wat onze Rwandese begeleider Ernest vertelde. De geschiedenis van het hotel Mille Collines, de gruwelen van de genocide.
Lang had ik getwijfeld of ik ‘Hotel Rwanda’ wel wilde zien. Ik kende het verhaal. Ik had littekens, massagraven, verminkte mensen, het verdriet en de woede gezien tijdens de inleefreis door Rwanda. Ik had me zo klein mogelijk gemaakt terwijl onze partners en gidsen hun verhaal vertelden. Ik was 15 toen de genocide zich aan de – voor mij – ander kant van de wereld voltrok en had me de omvang ervan nooit echt gerealiseerd. Wat toen berichtgeving in de marge was, werd hier ongemeen echt. Ik was 23 toen ik met mijn neus op de omvang van de gruwelijkheden gedrukt werd en twijfelde of ik dat nog eens wilde.
‘Hotel Rwanda’ vertelt het verhaal van Paul Rusesabagina, manager van het chique hotel Mille Collines in de Rwandese hoofdstad Kigali. In 1994, toen de Hutu's in 100 dagen tijd bijna een miljoen Tutsi's afslachtten, bood Rusesabagina - zelf Hutu - ruim 1200 vluchtelingen onderdak in dat hotel. Door omkoping, zijn hooggeplaatste contacten aan te spreken, te dreigen en te smeken, slaagt hij erin de moordende Interahamwe buiten het hotel te houden.
‘Hotel Rwanda’ vertelt een verschrikkelijk verhaal. Niet in beeld, want de film toont amper beelden van de slachtpartijen. Het is de haat die angst aanjaagt. Mensen werden vermoord om een etiket dat ze ooit opgeplakt kregen. Het Westen trekt zijn handen ervan weg.
Het doet pijn om te weten dat dit niet zomaar een film is. Aan de basis ligt niet enkel een goedgeschreven script. Dit is echt.
Terwijl we de zaal uitlopen denk ik aan Dativa die altijd lachte. Soms droef, soms vol hartelijkheid, maar ze bleef lachen. Regelmatig streelde ze met haar vingers het litteken dat een manchettehouw in haar wang achterliet.
'Ik kwam er goed vanaf.'
We zaten op een trapje aan de ingang van de jeugdherberg. Het was een heldere nacht en boven Kigali flonkerden duizenden sterren. Zwijgend dronken we een slok water uit onze flesjes.
'Ik ben er nog.'
vrijdag 1 april 2005
Bad
Ik glijd in het warme bad, tussen knisperende badschuimbelletjes. Negeer de 'nog net geen geen laag badschuim van een halve meter hoog' en 'die waterrekening zal me een fortuin kosten'- opmerkingen' van Lief en grijp naar mijn boek. Mijn voeten duiken aan de overkant van het bad weer boven water. Acht tenen die tussen het badschuim uitpiepen. Twee kleintjes zijn verzwolgen in het krakende schuim.
Vroeger pasten we met twee in een bad, bedenk ik. Toen nog kleine-kleine broer en ik. Als we samen in bad zaten was er nog voldoende ruimte over om twee emmers badspeeltjes in het water te kieperen. Het bad leek zo gigantisch dat we hele lengtes onder water zwommen, snorkelden, badeendjesraces hielden en in één moeite de badkamer onder water zetten.
Nu lig ik alleen in bad. Schouders tot tenen passen net onder water.
Ik sla mijn boek open. Aan mijn voeten dobberen drie badeendjes. Eentje heeft een krulletje badschuim op zijn koppetje.
Sommige dingen veranderen dan weer niet.
Ik glijd in het warme bad, tussen knisperende badschuimbelletjes. Negeer de 'nog net geen geen laag badschuim van een halve meter hoog' en 'die waterrekening zal me een fortuin kosten'- opmerkingen' van Lief en grijp naar mijn boek. Mijn voeten duiken aan de overkant van het bad weer boven water. Acht tenen die tussen het badschuim uitpiepen. Twee kleintjes zijn verzwolgen in het krakende schuim.
Vroeger pasten we met twee in een bad, bedenk ik. Toen nog kleine-kleine broer en ik. Als we samen in bad zaten was er nog voldoende ruimte over om twee emmers badspeeltjes in het water te kieperen. Het bad leek zo gigantisch dat we hele lengtes onder water zwommen, snorkelden, badeendjesraces hielden en in één moeite de badkamer onder water zetten.
Nu lig ik alleen in bad. Schouders tot tenen passen net onder water.
Ik sla mijn boek open. Aan mijn voeten dobberen drie badeendjes. Eentje heeft een krulletje badschuim op zijn koppetje.
Sommige dingen veranderen dan weer niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)