Gewoontedier
Het moet mei zijn, merk ik aan mezelf, want het gevoel begint te borrelen:
Ik wil weg. Ik wil op reis zijn. Al is het maar voor even.
Een maand geleden staken we al de grens over. Onze agenda belooft meer van dat begin juli en een week in september, maar het is niet voldoende.
Ik gooi ideeën op, lanceer ballonnetjes wanneer Lief in de buurt is.
Een lang weekend Barcelona?
Een weekje naar Engeland?
Het noorden van Frankrijk?
Lief stelt bezwaren.
Verlof.
Bankrekening.
KleineMan.
Ik blijf ballonnetjes oplaten, zoals ik elk jaar doe halverwege mei… en ik vraag me af of ik het echt doe uit gewoonte.
dinsdag 29 mei 2007
vrijdag 25 mei 2007
donderdag 24 mei 2007
Beetje verslaafd...
'Kruimel', zucht Lief als hij me ziet surfen.
Ik bijt mijn glimlach weg en probeer mijn gezicht in een verdrietige plooi te vouwen.
'Maar dit is echt de ultieme...'
'Dat zei je van de vorige elvendertig ook al.'
'Maar...'
Lief loopt de woonkamer uit en ik hoor hem rommelen in de gangkast. Hij komt terug binnen met zijn armen vol.
'Kijk dan!'
Een hele stapel handtassen, schoudertassen en andere tassen vult de tafel.
'Ik denk dat je er nu wel genoeg hebt.'
'Maar kijk dan toch', probeer ik. 'Voor mijn verjaardag.'
'Als het al voor je verjaardag krijgt, dan zeker niet van mij', grijnst hij en loopt de tuin in. De tafel blijft een wirwar van kleur, hengsels en sluitingen.
Soms wou ik dat Lief een vrouw was. Dat hij snapt wat een nieuwe tas met een mens (of mij dan toch) kan doen.
'Kruimel', zucht Lief als hij me ziet surfen.
Ik bijt mijn glimlach weg en probeer mijn gezicht in een verdrietige plooi te vouwen.
'Maar dit is echt de ultieme...'
'Dat zei je van de vorige elvendertig ook al.'
'Maar...'
Lief loopt de woonkamer uit en ik hoor hem rommelen in de gangkast. Hij komt terug binnen met zijn armen vol.
'Kijk dan!'
Een hele stapel handtassen, schoudertassen en andere tassen vult de tafel.
'Ik denk dat je er nu wel genoeg hebt.'
'Maar kijk dan toch', probeer ik. 'Voor mijn verjaardag.'
'Als het al voor je verjaardag krijgt, dan zeker niet van mij', grijnst hij en loopt de tuin in. De tafel blijft een wirwar van kleur, hengsels en sluitingen.
Soms wou ik dat Lief een vrouw was. Dat hij snapt wat een nieuwe tas met een mens (of mij dan toch) kan doen.
dinsdag 22 mei 2007
Wachten loont
... schreef ik op 29 januari 2004,
maar hoe het precies zat vond ik pas deze morgen terug.
Bedankt Vuur.
Ooit las ik - in kalligrafie in een steen uitgekapt - een mooie versregel van Herman De Conick. Zo mooi dat ik hem probeerde te onthouden tot ik die regel ergens kon opschrijven. Toen mijn pen echter boven het papier zweefde en ik de letters bekeek die ik neergekriebeld had besefte ik dat ik het niet helemaal juist had onthouden:
"Alles is zo groot dat een heel klein beetje alles is"
Ik wil het juist krijgen. Weet je over welke versregel ik het heb en weet je ook hoe ie precies gaat?
... schreef ik op 29 januari 2004,
maar hoe het precies zat vond ik pas deze morgen terug.
Bedankt Vuur.
Drijfzand
Ik zie hem op zijn woorden wegstappen. Gezwind en kordaat keert hij zich om en neemt de weg pal tegenover het antwoord waar ik naar vis.
Ik wil het hem horen zeggen, maar hij goochelt met vage termen en trekt met grote omwegen rond waar het echt over gaat.
‘Bedoel je dat…’ en een heel verhaal ontspint zich.
Ik wil mijn gezicht in mijn handen verbergen. Ik wil ‘Neen’ roepen en op tafel slaan. Ik wil hem vastspijkeren op tafel zodat hij niet weer van het onderwerp wegwandelt en de vergadering weer ontaard in een spelletje 'wie niet weg is is gezien'.
‘Is dit een antwoord op je vraag?’, polst hij terwijl de opgetrokken mistgordijnen uit het raam waaien.
‘Neen, in geen geval. Maar ik heb geen zin om het nog eens te vragen.’
Zijn gezicht verstrakt. Eindelijk, een boodschap die aankomt.
Ik zie hem op zijn woorden wegstappen. Gezwind en kordaat keert hij zich om en neemt de weg pal tegenover het antwoord waar ik naar vis.
Ik wil het hem horen zeggen, maar hij goochelt met vage termen en trekt met grote omwegen rond waar het echt over gaat.
‘Bedoel je dat…’ en een heel verhaal ontspint zich.
Ik wil mijn gezicht in mijn handen verbergen. Ik wil ‘Neen’ roepen en op tafel slaan. Ik wil hem vastspijkeren op tafel zodat hij niet weer van het onderwerp wegwandelt en de vergadering weer ontaard in een spelletje 'wie niet weg is is gezien'.
‘Is dit een antwoord op je vraag?’, polst hij terwijl de opgetrokken mistgordijnen uit het raam waaien.
‘Neen, in geen geval. Maar ik heb geen zin om het nog eens te vragen.’
Zijn gezicht verstrakt. Eindelijk, een boodschap die aankomt.
maandag 21 mei 2007
Nieuw en toch weer niet...
Een jaar geleden…
in mijn buik groeide een eilandbewoner.
En terwijl mijn buik een eigen leven begon te leiden en gewoonweg Buik werd, wachtte ik op wie die kleine eilandbewoner was.
En terwijl ik wachtte, las ik aan een onmogelijk tempo alles wat ik te pakken kreeg;
Mijn ogen raceten over de letters, woorden, pagina’s en hoofdstukken. Met een onstilbare honger werkte ik me door mijn boekenkast heen. Ik las alsof mijn leven ervan af hing.
Toen groeide het idee en de naam.
Een jaar heb ik er niets mee gedaan. Maar nu ik me – verrassend snel, vind ik zelf – door Turf heen gewerkt heb, wil ik er echt leven in blazen.
Want, ik ben zeker niet de enige die het heeft: leeshonger.
Een jaar geleden…
in mijn buik groeide een eilandbewoner.
En terwijl mijn buik een eigen leven begon te leiden en gewoonweg Buik werd, wachtte ik op wie die kleine eilandbewoner was.
En terwijl ik wachtte, las ik aan een onmogelijk tempo alles wat ik te pakken kreeg;
Mijn ogen raceten over de letters, woorden, pagina’s en hoofdstukken. Met een onstilbare honger werkte ik me door mijn boekenkast heen. Ik las alsof mijn leven ervan af hing.
Toen groeide het idee en de naam.
Een jaar heb ik er niets mee gedaan. Maar nu ik me – verrassend snel, vind ik zelf – door Turf heen gewerkt heb, wil ik er echt leven in blazen.
Want, ik ben zeker niet de enige die het heeft: leeshonger.
Aargh…
, denk ik dan als ik het onderstaande herlees.
En onmiddellijk daarna…
… maar veel meer dan dit wil ik hier voorlopig niet kwijt.
… maar dit is dan ook zo'n groot deel van mijn leven.
En misschien wil ik gewoon weten.
Vind je het hier nog (een beetje) boeiend?
* wentelt zich in haar existentiële blog-crisis *
, denk ik dan als ik het onderstaande herlees.
En onmiddellijk daarna…
… maar veel meer dan dit wil ik hier voorlopig niet kwijt.
… maar dit is dan ook zo'n groot deel van mijn leven.
En misschien wil ik gewoon weten.
Vind je het hier nog (een beetje) boeiend?
* wentelt zich in haar existentiële blog-crisis *
Wanneer ik met Jasper de trap oploop naar zijn babygroepje in de crèche geeuwt hij uitgebreid. Zijn mond wagenwijd opengesperd, oogjes dichtgeknepen en een piepgeluid dat even tussen ons in drijft. Hij wrijft zijn gezichtje tegen mijn schouder en nestelt zich daar. Ik krijg hem amper uit zijn jasje gepeld door een duim die echt in zijn mond moet blijven.
‘Ik denk dat hij zijn bed nodig heeft’, fluister ik tegen K, de dag-mama.
‘Altijd na een zwaar weekend’, glimlacht ze. ‘Hij heeft het niet zo begrepen op maandagmorgens, lijkt me.’
Ik hou maar voor me van wie hij dat heeft terwijl ik mijn KleineMan in zijn bedje laat glijden. Hij slaapt al als ik de deur terug toeschuif en K. een leuke dag toewens.
Baby zijn … op maandagmorgens als deze wou ik dat ik er meer van genoten had.
‘Ik denk dat hij zijn bed nodig heeft’, fluister ik tegen K, de dag-mama.
‘Altijd na een zwaar weekend’, glimlacht ze. ‘Hij heeft het niet zo begrepen op maandagmorgens, lijkt me.’
Ik hou maar voor me van wie hij dat heeft terwijl ik mijn KleineMan in zijn bedje laat glijden. Hij slaapt al als ik de deur terug toeschuif en K. een leuke dag toewens.
Baby zijn … op maandagmorgens als deze wou ik dat ik er meer van genoten had.
dinsdag 15 mei 2007
Ik las het een tijdje geleden bij Zeppo: Klaar met de dag.
De zin spookte door mijn hoofd toen ik gisteren naar huis reed en ik dacht: 'Zo voelen die vier woorden.'
Ik was echt klaar met deze maandag.
Doe het licht maar uit,
lees eventueel nog een verhaaltje voor,
maar het is genoeg,
gedaan,
voldoende geweest.
Een hele dag goochelen met Grote Woorden, warrelen met mistgordijnen en de Overkoepelende Waarheid proberen te vangen in breed uitlopende definities en zinsneden. Allemaal in het kader van het Grote Geheel.
Klaar,
fini,
gedaan,
dacht ik toen ik op de bank hing met mijn neus tussen de laatste bladzijden van Turf.
En ik maakte grote plannen voor morgen-dinsdag.
Geen Grote Woorden, Overkoepelende Waarheid of mistgordijnen all over the place. Als het moet stort ik me desnoods op de komma's op pagina vier. Ik ga een hele dag peuteren aan de kleinste details en alle Woorden Met Hoofdletters mogen het vergeten. Ik zal stoeien met de spreekwoordelijke punten en aanhalingstekens en ik zal er potverdorie van genieten.
De zin spookte door mijn hoofd toen ik gisteren naar huis reed en ik dacht: 'Zo voelen die vier woorden.'
Ik was echt klaar met deze maandag.
Doe het licht maar uit,
lees eventueel nog een verhaaltje voor,
maar het is genoeg,
gedaan,
voldoende geweest.
Een hele dag goochelen met Grote Woorden, warrelen met mistgordijnen en de Overkoepelende Waarheid proberen te vangen in breed uitlopende definities en zinsneden. Allemaal in het kader van het Grote Geheel.
Klaar,
fini,
gedaan,
dacht ik toen ik op de bank hing met mijn neus tussen de laatste bladzijden van Turf.
En ik maakte grote plannen voor morgen-dinsdag.
Geen Grote Woorden, Overkoepelende Waarheid of mistgordijnen all over the place. Als het moet stort ik me desnoods op de komma's op pagina vier. Ik ga een hele dag peuteren aan de kleinste details en alle Woorden Met Hoofdletters mogen het vergeten. Ik zal stoeien met de spreekwoordelijke punten en aanhalingstekens en ik zal er potverdorie van genieten.
zondag 13 mei 2007
woensdag 9 mei 2007
Het is weer zover...
Middenin de letterstorm die om de drie maanden weer voorbij mijn bureau raast, gaat mijn lichtje opeens uit. Ik zie geen woorden meer, geen zinnen, laat staan dat er nog enige inhoud doorsijpelt.
Alle lettertjes nemen stokken en staarten vast en walsen eensgezind rondjes over mijn scherm.
Ik gaap ze domweg aan.
Doe zelfs geen moeite om ze een halt toe te roepen, of hun danspatroon te volgen.
Er is maar één oplossing.
Iets wat me goeddoet en dat is vandaag dit:
*klik*
Tot ergernis van mijn collega die Tori Amos hartgrondig haat.
Opnieuw en opnieuw. Zo luid als ik maar durf hier op kantoor.
(wat misschien maar een derde is van het volume dat Tori thuis zou bereiken)
Tot groot jolijt van mijn bureaugenoot, die uit het raam kijkt alsof het zijn allerlaatste vluchtweg is.
Middenin de letterstorm die om de drie maanden weer voorbij mijn bureau raast, gaat mijn lichtje opeens uit. Ik zie geen woorden meer, geen zinnen, laat staan dat er nog enige inhoud doorsijpelt.
Alle lettertjes nemen stokken en staarten vast en walsen eensgezind rondjes over mijn scherm.
Ik gaap ze domweg aan.
Doe zelfs geen moeite om ze een halt toe te roepen, of hun danspatroon te volgen.
Er is maar één oplossing.
Iets wat me goeddoet en dat is vandaag dit:
*klik*
Tot ergernis van mijn collega die Tori Amos hartgrondig haat.
Opnieuw en opnieuw. Zo luid als ik maar durf hier op kantoor.
(wat misschien maar een derde is van het volume dat Tori thuis zou bereiken)
Tot groot jolijt van mijn bureaugenoot, die uit het raam kijkt alsof het zijn allerlaatste vluchtweg is.
maandag 7 mei 2007
Alweer ****dag
En zo stond ik aan de rand van maandag.
'Kom terug', gebaarde ik naar het weekend. 'Je bent hier nog maar net.'
Het weekend keek even achterom, maar haalde hulpeloos zijn schouders op.
'Daarnet was het nog vrijdagavond. Het is niet eerlijk. Kom blijf nog even. Het was zo gezellig.', probeerde ik.
Het weekend aarzelde en draaide zijn schouders in mijn richting. Zijn voeten wiebelden heen en weer. 'Blijf nog even, nog één dag. Je hoeft toch nergens anders heen?', teemde ik.
Het weekend keek in mijn ogen en er verscheen een glimlach. Plots klonk er gekrijs. De glimlach verdween en snel haastte het weekend zich weg het donker van de nacht in.
Ik hees me uit bed en liep KleineMan's kamertje in waar de miniman in kwestie luidkeels duidelijk maakte dat hij nu echt wel genoeg geslapen had.
Het is maandagmorgen, heel erg vroeg...
En zo stond ik aan de rand van maandag.
'Kom terug', gebaarde ik naar het weekend. 'Je bent hier nog maar net.'
Het weekend keek even achterom, maar haalde hulpeloos zijn schouders op.
'Daarnet was het nog vrijdagavond. Het is niet eerlijk. Kom blijf nog even. Het was zo gezellig.', probeerde ik.
Het weekend aarzelde en draaide zijn schouders in mijn richting. Zijn voeten wiebelden heen en weer. 'Blijf nog even, nog één dag. Je hoeft toch nergens anders heen?', teemde ik.
Het weekend keek in mijn ogen en er verscheen een glimlach. Plots klonk er gekrijs. De glimlach verdween en snel haastte het weekend zich weg het donker van de nacht in.
Ik hees me uit bed en liep KleineMan's kamertje in waar de miniman in kwestie luidkeels duidelijk maakte dat hij nu echt wel genoeg geslapen had.
Het is maandagmorgen, heel erg vroeg...
donderdag 3 mei 2007
Oow, dat kietelt
Lief is er niet en dat is de gelegenheid om weer eens mijn muziek op te leggen. Norah Jones neuriet zachtjes. Jasper speelt op het tapijt en ik plooi de handdoeken . Met een uiterste rek-strek manoeuver krijgt de eerste zijn knuffel te pakken. Norah zingt en ik plooi terwijl Jasper een verbeten worstelgevecht aanvat met zijn knuffelhond.
Alle knopjes moeten er aan geloven waardoor 'Fly away with me' wordt doorspekt met:
Oow, dat kietelt.
Gele hand.
Hangen je oortjes la-haag, ben je soms een beetje tra-haag
Jij bent mijn vriend!
Hoofd, schouders, knie en teen.
Knuffel mij.
Soms verrassend, accuraat in de maat met Norah die onverstoorbaar doorzingt.
'Bedankt schoonouders', denk ik. 'Voor dit nog steeds wondermooie kerstcadeau waarvan ik de liedjes zeker nog niet uit mijn hoofd ken en ook nog niet weet in welke volgorde de zinnetjes uit het beestje in kwestie rollen.'
En ik mik de voorlaatste handdoek op de stapel.
Lief is er niet en dat is de gelegenheid om weer eens mijn muziek op te leggen. Norah Jones neuriet zachtjes. Jasper speelt op het tapijt en ik plooi de handdoeken . Met een uiterste rek-strek manoeuver krijgt de eerste zijn knuffel te pakken. Norah zingt en ik plooi terwijl Jasper een verbeten worstelgevecht aanvat met zijn knuffelhond.
Alle knopjes moeten er aan geloven waardoor 'Fly away with me' wordt doorspekt met:
Oow, dat kietelt.
Gele hand.
Hangen je oortjes la-haag, ben je soms een beetje tra-haag
Jij bent mijn vriend!
Hoofd, schouders, knie en teen.
Knuffel mij.
Soms verrassend, accuraat in de maat met Norah die onverstoorbaar doorzingt.
'Bedankt schoonouders', denk ik. 'Voor dit nog steeds wondermooie kerstcadeau waarvan ik de liedjes zeker nog niet uit mijn hoofd ken en ook nog niet weet in welke volgorde de zinnetjes uit het beestje in kwestie rollen.'
En ik mik de voorlaatste handdoek op de stapel.
Abonneren op:
Posts (Atom)