donderdag 25 september 2003

Afscheid
Ik voel het binnenin me bibberen terwijl ik een plaatsje zoek in de kerk. Een grote krop nestelt zich in mijn keel en ik de tranen prikken. "Ik kan dit niet", denk ik en probeer inmens hard niet te denken aan vier jaar geleden, toen ik zelf vooraan in de kerk zat. Ik knijp mijn handen tot een vuist en slik opkomende tranen weg.
De kist wordt binnengebracht. "Niet aan denken, niet aan denken", fluister ik mezelf stil toe. Klanken van Ozark Henry drijven door de ruimte. Ze zit vooraan in de kerk. Stil en bijtend op haar vingers. Ik voel steken van pijn. Dit mag niet met haar gebeuren, dit verdient ze niet. Ik weet hoe het voelt en dat is des te erger.
Halverwege de dienst lukt het me niet meer. Ze leest een tekst voor. Juist diezelfde tekst en ongemeen hard krijg ik mijn eigen verdriet als een boemerang terug in mijn gezicht.
Terwijl de tranen over mijn wangen lopen vraag ik me stil af om wie ik huil. Om haar of mezelf?

woensdag 24 september 2003

Markt
De markt is gezellig.
Kleurige bloemenkopjes fleuren de dag op. De geur van gebraden kip drijft over het marktplein. Marktkramers prijzen luidkeels hun waar aan. Oude dametjes struinen met hun rolkarretje volgestouwd met boodschappen langs de kraampjes. Gemoedelijk. Ze kunnen het echt niet helpen dat ze je enkels er bont en blauw mee rammen in hun poging om voor te schieten. Het ligt aan hun opvoeding dat ze je boos aankijken als je er iets op zegt. In hun tijd spraken de jongeren niet zo tegen de ouderen. Respect, dat is het wat de jeugd tekort heeft.
Ze kunnen het ook niet helpen dat ze geen tijd hebben. Daarom nemen ze in hun haast zelf het fruit al uit de dozen. Dan moet de marktkramer dan niet meer doen. Dat ze zo driftig met hun tros druiven zwaaien om hun aandacht te trekken zodat alle druifjes op de grond stuiteren, dat is niet grappig. Daar lach je niet mee.
En die fiets van jou die stond in de weg. Dus dan mag je die omduwen. Daar is toch niets verkeerd mee? Fruit dat op de grond gelegen heeft is best nog eetbaar. In de tijd van de oorlog zou je dankbaar zijn om een beurse appel te mogen eten.
De markt is gezellig.
Vooral de sfeer aan het kippenkraam. Het gezellige drummen, het gemoedelijke vloeken. De vriendelijke durf-nog-één-iets-extra-te-bestellen-en-ik-rijg-je-eigenhandig-aan-het-spit-blik. Echt waar, de markt is gezellig.
Ik zou het meer moeten doen.
Humor
De regen gutste over de bomen, de gevels en de late wandelaars in de stad. Met sombere gezichten doken ze weg onder een paraplu of haasten zich naar een schuilplaats om de bui uit te zitten.
Ik reed op mijn fiets door de straten, met een brede glimlach op mijn gezicht. De glimlach werd een grijns. Die grijns werd een giechel. Die giechel vloeide over in een schaterlach. Ik giechelde, grinnikte, gierde, snikte en hapte naar adem van het lachen. Voor het stoplicht hing ik over mijn stuur om bij te komen. De weinige voorbijgangers keken me geamuseerd-verbaasd aan terwijl ik gierend van het lachen verder door de straten bolde.
Dat heb je dan ook als op het geleende mini-discje opeens stukjes Nederlands cabaret blijken te staan. Toch iets waar ze stukken beter in zijn dan de Belgen.