dinsdag 28 oktober 2003

Stress
Ik was tien en neusde in één van mama's magazines. Eén woord intrigeerde me: stress. Ik liet het woord over mijn tong rollen, proefde de klanken. sssssssstreessssssssssss. Het klonk zacht, lief, rustig, maar ik kon me niet voorstellen wat het was. Misschien een nieuwe sport, dacht ik. Tientallen mensen die zich in honderden bochten wrongen en bogen. Of een oude stad in een ver exotisch land. Of een nieuw spelprogramma. Ik las verder, maar kon de uitleg niet achterhalen.

"Mammie, wat is stress", vroeg ik 's avonds vanuit de zetel.
Mama keek me aan, zuchtte diep en wees naar een overvolle wasmand, haar strijkplank, het aanrecht met de vuile vaat en de stapel rekeningen op het bureau.
"Dat allemaal. Dat is stress."

Misschien komt het door haar dat ik mijn werk nooit als stresserend ervaar. Op mijn werk vind ik geen overvolle wasmanden en een keuken volgestouwd met vuile vaat. Geen stress dus voor mij. Wel ellelange to-do-lijstjes, mensen die op het laatste nippertje afbellen, werk dat blijft slabakken, computers met koppige neigingen, ... die zorgen voor hartverlammende paniekaanvallen. Maar stress? Neen, geen last van.

maandag 27 oktober 2003

Winteruur
Ik piep voorzichtig vanonder mijn warme dekbed als de wekker voor de derde keer zijn deuntje begint te spelen. Ik rek me uit en geniet van het zonnetje dat door de gordijnen schijnt. Midden in mijn tweede geeuw merk ik dat er iets niet klopt. Het is zeven uur. Het zonnetje kan nog niet vrolijk mijn kamer binnen schijnen. Het moet nog donker zijn. En dan daagt het. Mijn hart slaat één slag over.
"Ik heb me overslapen", denk ik paniekerig terwijl ik mijn voeten in mijn pantoffels wurm en de trap afstorm.
Beneden zit manlief rustig aan het ontbijt. Hij kijkt geamuseerd terwijl ik haastig de douchekraan opendraai en probeer mijn lenzen in te steken terwijl ik mijn tanden poets. Pas dan steekt ie zijn hoofd de badkamer binnen en zegt: "Voor ik het vergeet, ik heb je wekker verzet naar het winteruur."

zondag 26 oktober 2003

Inschatting
Het eerste wat ik zag waren acht harige pootjes. Voorzichtig klom hij ermee omhoog in een haarstreng. Manlief zat nietsvermoedend aan de computer. Ik keek vol afgrijzen hoe een spin zo groot als mijn duim boven op zijn hoofd aan sightseeing deed.
"Euhhmm, niet voor het een of ander, maar er zit een grote spin op je hoofd', zei ik voorzichtig, terwijl ik uit voorzorg een stapje naar achter deed.
Manlief sprong als een razende op, trappelde als een gek rondjes door de kamer ondertussen wild met zijn hoofd schuddend. Zijn handen wapperden alle kanten op. Ik zag de spin van zijn hoofd zeilen en eventjes verder op de printer landen.
"Is ie weg, is ie weg, is ie weg?" riep manlief een heel klein beetje paniekerig.
"Jaja", zei ik lichtjes geamuseerd. "Hij zit daar op de printer."
Manlief bekeek het kleine monstertje, trok even zijn schouders naar achter, kuchte en zei: "Als ik geweten had dat die spin zo klein was had hij gerust mogen blijven zitten."