Sauna
Het zweet parelde op mijn voorhoofd. Ik strekte me uit op mijn rug en keek hoe de hitte tegen het plafond danste. Een zweetdruppel gleed langs mijn nek tot aan mijn navel, dat ondertussen op een klein meertje begon te lijken. Het was stil. Mensen lagen of zaten met gesloten ogen en lieten de warmte op hun inwerken. Mijn ogen dwaalden van de thermometer naar de zandloper. Ik zag net de laatste korreltjes in het onderste buisje tuimelen. Het was tijd.
Voorzichtig kroop ik recht en verbeet de duizeligheid. Zweet stroomde in kleine beekjes over mijn rug. Toen ik wat vaster op mijn voeten kon staan, sloeg ik mijn handdoek rond me en liep naar buiten. De koelte in.
Hij volgde al snel en dook met een verhit hoofd onder de koude douche. Even heel snel met zijn hoofd en handen. "Te koud voor mij", bibberde hij. "Maar wel verfrissend".
Ik liep voorzichtig naar het buitenbad en stak mijn grote teen in het water. Het leek alsof duizenden kleine speldjes venijnige prikken uitdeelden.
"Kou-houd", gilde mijn lichaam, maar ik zette door. Eerst mijn tenen, toen mijn enkels, knieƫn tot ik tot boven mijn middel in het water stond. Ik huppelde van het ene been op het andere. "Neen, neen, neen", voelde ik mijn schouders en hoofd protesteren. "Je waagt het niet, je gaat ons niet onderdompelen in dat ijskoude water."
"Zo erg is het niet", klappertandden mijn tenen, op de bodem van het zwembad. Ik hapte naar adem en dook onder water. Het was koud, ijskoud, maar na elke seconden ebde het gevoel weg en leek mijn hele lijf verdoofd.
Uit het water in de koude buitenlucht begon alles te prikken. Mijn tenen, vingertoppen, .... alsof er stroomstoten door me werden heengejaagd.
Ik grijnsde breed. "Kou-houd! Maar wel verfrissend"
Natte voetsporen volgden me naar de warmte binnen.
maandag 26 januari 2004
vrijdag 23 januari 2004
Op de trein
"Studeren is volgens mij tijdsverlies. Er is nog amper werk voor afgestudeerde jongeren, zoals wij." Het meisje knoopte haar sjaal los en keek de jongen tegenover haar aan. "Ik ben heel blij dat ik er voor gekozen heb om met school te stoppen om te gaan werken." Ze wendde zich tot het meisje naast haar. "Op het moment dat jullie met jullie diploma in je handen staan zal er helemaal geen werk meer zijn. Niets!" Ze knipte met haar vingers.
Het andere meisje krabbelde onverstoorbaar door in haar notaboek. Haar lange haren vielen als een gordijn tussen haar en haar buurmeisje in.
"Ik ken iemand die Grafische Vormgeving gestudeerd heeft. Hij is nu 27 en nog steeds werkloos. 27!" Ze keek nu nadrukkelijk naar de jongen. Die trok even zijn wenkbrauwen omhoog en dook onmiddellijk opnieuw in zijn leesboek.
"Dat is al vijf jaar zonder werk. Vijf! Neen, ik ben blij dat ik besloten heb te stoppen, nu heb ik tenminste werk", draaide ze zich opnieuw naar het meisje.
Plots knalde die haar potlood op het tafeltje. Ze duwde haar notaboek onder de jongen z'n neus. "Kijk, wat vind je van dit logo?"
De jongen grijnsde breed. "Cool, jij zal het zeker maken!"
"Studeren is volgens mij tijdsverlies. Er is nog amper werk voor afgestudeerde jongeren, zoals wij." Het meisje knoopte haar sjaal los en keek de jongen tegenover haar aan. "Ik ben heel blij dat ik er voor gekozen heb om met school te stoppen om te gaan werken." Ze wendde zich tot het meisje naast haar. "Op het moment dat jullie met jullie diploma in je handen staan zal er helemaal geen werk meer zijn. Niets!" Ze knipte met haar vingers.
Het andere meisje krabbelde onverstoorbaar door in haar notaboek. Haar lange haren vielen als een gordijn tussen haar en haar buurmeisje in.
"Ik ken iemand die Grafische Vormgeving gestudeerd heeft. Hij is nu 27 en nog steeds werkloos. 27!" Ze keek nu nadrukkelijk naar de jongen. Die trok even zijn wenkbrauwen omhoog en dook onmiddellijk opnieuw in zijn leesboek.
"Dat is al vijf jaar zonder werk. Vijf! Neen, ik ben blij dat ik besloten heb te stoppen, nu heb ik tenminste werk", draaide ze zich opnieuw naar het meisje.
Plots knalde die haar potlood op het tafeltje. Ze duwde haar notaboek onder de jongen z'n neus. "Kijk, wat vind je van dit logo?"
De jongen grijnsde breed. "Cool, jij zal het zeker maken!"
donderdag 22 januari 2004
Peru
Ik kwam Bas enkele maanden geleden terug tegen. Na het afscheid aan de schoolpoort van het lager onderwijs hadden we elkaar jaren niet gezien. Hij zat achter het stuur van de lijnbus. Ik kocht bij hem een ticketje station - thuis.
"Zo, en wat doe jij nu?", vroeg hij terwijl we door de stad heen hobbelden. Hij hield zijn blik strak op de weg terwijl ik hem vertelde over mijn studies en mijn werk. Hij lachte toen hij hoorde wat ik deed.
"Ik had niets anders verwacht van jou! Ga je trouwens niet vragen wat ik doe?", vroeg hij serieus terwijl hij een oude vrouw haar ticketje overhandigde.
Ik wees naar zijn buschauffeuruniform. "Dat wordt een wilde gok."
Bas trok een gek gezicht. "Ik weet het. Het is niet mijn jongensdroom, maar het verdient goed en zo kan ik sparen voor mijn echte droom." Hij zweeg even en manoeuvreerde de bus door een nauwe straat. "Ik wil reizen en ben aan het sparen voor een trektocht door Zuid-Amerika. Gewoon, ik samen met mijn rugzak en zien waar de dag ons brengt."
Geboeid luisterde ik naar zijn reisplannen, tot de bus aan mijn halte stopte.
"Veel succes!", zwaaide ik hem na.
Vandaag zat ik na een lange tijd terug op de bus, hetzelfde ritje, hetzelfde landschap. Bas zit ondertussen halverwege Peru, las ik op het kaartje dat in de brievenbus stak toen ik thuiskwam.
Ik kwam Bas enkele maanden geleden terug tegen. Na het afscheid aan de schoolpoort van het lager onderwijs hadden we elkaar jaren niet gezien. Hij zat achter het stuur van de lijnbus. Ik kocht bij hem een ticketje station - thuis.
"Zo, en wat doe jij nu?", vroeg hij terwijl we door de stad heen hobbelden. Hij hield zijn blik strak op de weg terwijl ik hem vertelde over mijn studies en mijn werk. Hij lachte toen hij hoorde wat ik deed.
"Ik had niets anders verwacht van jou! Ga je trouwens niet vragen wat ik doe?", vroeg hij serieus terwijl hij een oude vrouw haar ticketje overhandigde.
Ik wees naar zijn buschauffeuruniform. "Dat wordt een wilde gok."
Bas trok een gek gezicht. "Ik weet het. Het is niet mijn jongensdroom, maar het verdient goed en zo kan ik sparen voor mijn echte droom." Hij zweeg even en manoeuvreerde de bus door een nauwe straat. "Ik wil reizen en ben aan het sparen voor een trektocht door Zuid-Amerika. Gewoon, ik samen met mijn rugzak en zien waar de dag ons brengt."
Geboeid luisterde ik naar zijn reisplannen, tot de bus aan mijn halte stopte.
"Veel succes!", zwaaide ik hem na.
Vandaag zat ik na een lange tijd terug op de bus, hetzelfde ritje, hetzelfde landschap. Bas zit ondertussen halverwege Peru, las ik op het kaartje dat in de brievenbus stak toen ik thuiskwam.
Abonneren op:
Posts (Atom)