Op een rijtje
‘Georganiseerd’ is nooit mijn tweede naam geweest. En het kost mij dagelijks wat hersencellen om alles mee te hebben wat ik moet mee hebben. Alles te doen wat ik moet doen. Alles te onthouden wat ik moet onthouden en niet te vergeten wat ik niet mag vergeten.
Mijn boterhammen liggen ’s middags vaak eenzaam op onze keukentafel terwijl ik kilometers verder op een dan-koop-ik-maar-een-broodje knabbel.
KleineMan zijn fruitpap ben ik nog nooit vergeten, maar vaak kwam er voor het binnenspelen een zoektocht naar een geschikte lepel aan te pas, of slab.
Mama-zijn hielp ook niet in mijn georganiseerd worden. Meer nog… er sneuvelen voor KleineMan en ik de deur uit gaan hersencellen met bosjes. Want nooit, neen nooit, wil ik nog bij de dokter staan zonder een extra-extra luier (één extra bleek onvoldoende), die toen écht wel nodig was.
Een lijstje boven de luiertafel hangen gaat me echt wel te ver en neen, ik kleef geen post-it aan de deur zodat ik eraan herinnerd wordt wat ik allemaal moet meenemen.
Maar misschien is het echt wel nodig…
dinsdag 3 april 2007
donderdag 29 maart 2007
Hard
Er moest bloed geprikt worden, om zeker te zijn dat… En of ik kon helpen.
In de volste overtuiging dat een dokter bij een baby bloed prikt zoals bij een volwassene, zei ik ja. Tot KleineMan in een handdoek gewikkeld werd om maaiende armpjes in toom te houden. En de dokter over zijn hoofdje wreef op zoek naar een goede ader.
Niet in zijn pols? In zijn hoofdje?
Of het zou gaan vroeg ze.
Als ik maar niet moest kijken.
Dus boog ik me over KleineMan en wreef over zijn buikje. Maakte sussende geluidjes en beet op mijn tanden toen hij het uitkrijste.
‘Het is zo voorbij’, fluisterde ik, maar dikke tranen rolden over zijn wangetje.
Ik beet harder op mijn lip en bleef zachtjes over zijn buikje wrijven.
Opeens opende hij zijn oogjes en brabbelde tussen twee uithalen door:
“Bwa-Bwa”
Nooit eerder voelde ik mijn hart zo duidelijk in duizend stukjes breken.
Gelukkig bleek uit het bloedonderzoek dat het allemaal vrij onschuldig is.
Er moest bloed geprikt worden, om zeker te zijn dat… En of ik kon helpen.
In de volste overtuiging dat een dokter bij een baby bloed prikt zoals bij een volwassene, zei ik ja. Tot KleineMan in een handdoek gewikkeld werd om maaiende armpjes in toom te houden. En de dokter over zijn hoofdje wreef op zoek naar een goede ader.
Niet in zijn pols? In zijn hoofdje?
Of het zou gaan vroeg ze.
Als ik maar niet moest kijken.
Dus boog ik me over KleineMan en wreef over zijn buikje. Maakte sussende geluidjes en beet op mijn tanden toen hij het uitkrijste.
‘Het is zo voorbij’, fluisterde ik, maar dikke tranen rolden over zijn wangetje.
Ik beet harder op mijn lip en bleef zachtjes over zijn buikje wrijven.
Opeens opende hij zijn oogjes en brabbelde tussen twee uithalen door:
“Bwa-Bwa”
Nooit eerder voelde ik mijn hart zo duidelijk in duizend stukjes breken.
Gelukkig bleek uit het bloedonderzoek dat het allemaal vrij onschuldig is.
dinsdag 27 maart 2007
(N)iet(s)
Het voelt als een blokkentoren bouwen op los zand.
Ik hijs KleineMan recht, onmiddellijk plooit hij zijn knieën en ploft op zijn achterwerk neer. Nog voor hij goed en wel zit gooit hij zijn hele lijfje naar achter. Uitgestrekt op de grond flappert hij met armen en benen.
'Hij wil niet meer zitten', liet ik in de creche weten. In de volste veronderstelling dat dit één van die fases was.
'Hij wil echt niet meer zitten', lieten ze mij 's avonds weten, maar tussen de woorden door kabbelde bezorgdheid.
'Is dit dan geen fase?'
'Alleszins geen veel voorkomende.'
Wat later bel ik naar de dokter, omdat ik van haar wil horen dat het een fase is.
'Als hij woensdag nog niet wil zitten, kom maar eens langs.' Niet wat ik hoopte te horen en daarbovenop nog een boel info over echo's en vocht in de gewrichten.
Dus por ik KleineMan spelenderwijs aan om te zitten, maar telkens gooit hij zich vliegensvlug naar achter. Een blokkentoren op los zand bouwen, lijkt me eenvoudiger.
En ondertussen flappert Jasper vrolijk verder en begint zich langzaam een tapijtengeltje te vormen op zijn flapperplek.
Het voelt als een blokkentoren bouwen op los zand.
Ik hijs KleineMan recht, onmiddellijk plooit hij zijn knieën en ploft op zijn achterwerk neer. Nog voor hij goed en wel zit gooit hij zijn hele lijfje naar achter. Uitgestrekt op de grond flappert hij met armen en benen.
'Hij wil niet meer zitten', liet ik in de creche weten. In de volste veronderstelling dat dit één van die fases was.
'Hij wil echt niet meer zitten', lieten ze mij 's avonds weten, maar tussen de woorden door kabbelde bezorgdheid.
'Is dit dan geen fase?'
'Alleszins geen veel voorkomende.'
Wat later bel ik naar de dokter, omdat ik van haar wil horen dat het een fase is.
'Als hij woensdag nog niet wil zitten, kom maar eens langs.' Niet wat ik hoopte te horen en daarbovenop nog een boel info over echo's en vocht in de gewrichten.
Dus por ik KleineMan spelenderwijs aan om te zitten, maar telkens gooit hij zich vliegensvlug naar achter. Een blokkentoren op los zand bouwen, lijkt me eenvoudiger.
En ondertussen flappert Jasper vrolijk verder en begint zich langzaam een tapijtengeltje te vormen op zijn flapperplek.
Abonneren op:
Posts (Atom)