vrijdag 29 juli 2005

7u30 deze morgen
'Ik hartje Albertstrand' bloklettert een grote sticker op de achterruit voor mij. Twee joggers draven op het trottoir. De één slaat zijn arm om de schouder van de ander. Sleurt hem mee in het ritme. De tweede sleept zijn voeten onwillig over de stoepstenen.
Een rode Fiat haalt me rechts in. Manoeuvreert zonder zijn richtingaanwijzer te gebruiken. Het kaartje met de ‘L’ wiebelt in elke bocht.
In het benzinestation staat een verloren kindersandaaltje boven op de pomp. Ik haak het aan één van de slangen, voor ik weer in de auto stap. En de hele tijd ruist Eels’ Blinking Lights met mij mee:

It’s not all good en not all bad
Don’t believe everything you read
I’m the only one who knows what it’s like
So I thought I’d better tell you
Before I leave


Ik verlang er naar om tussen wuivende grashalmen te liggen. Hoofd tegen hoofd met iemand. Samen door het bladerdek naar een ijsblauwe lucht te turen. Gewoon liggen, kijken en luisteren naar things the grandchilderen should know die uit het niets komt.
Ik draai de parking op en met een klik van de sleutel is het verdwenen: muziek, dagdromen, het onderweg zijn.
Of toch niet… ik slalom tussen de plassen door en weet dat ik weer zin heb om te schrijven.

Geen opmerkingen: