maandag 14 november 2011

Suiker

Ik bestelde een koffie in het mooiste sprookjespark van Nederland terwijl ik keek hoe KleineMeid rondjes draaide op één van de pleintjes en luidkeels zong van 'Ej was eens een pjookjeboom'. Samen met de koffie kreeg ik wat melk en een suikerzakje in mijn hand. En bij het zien van dat suikerzakje verstomde het pjookjeboomgezang ietwat in mijn oren.

Kijk het zit zo. Op een dag besliste mijn mama dat ze iets wou verzamelen. Want zowel GroteKleineBroer, mijn vader en ik hielden er een soortement van verzameldrang op na en ze wou niet achterblijven. Later die dag besliste dat ze suikerklontjes zou verzamelen.
Ze heeft het lang uitgehouden. Lang nadat mijn pinverzameling stof lag te happen en mijn broers matchboxcollectie onvindbaar bleek in één van de vele zolderkasten verzamelde mijn mama nog steeds suikerklontjes.
Al die jaren, koffie na koffie kon je er zeker van zijn dat het risico bestond dat je deze suikerloos mocht drinken. Heel zeker als het een klontje was dat ze nog niet in haar verzameling had. Een twijfelgeval als ze het klontje in kwestie wel al had, maar graag nog een dubbele wou. Mede-koffiedrinkers zuchtten soms opgelucht als het suikertje kwam in een banaal wit papiertje. Of helemaal als de suiker gewoon op tafel stond. In één of ander strooiflesje.

En zo stond ik vorige week in het mooie sprookjespark. Met één van de mooiste suikerzakjes in mijn handen die ik de laatste jaren gezien had. En ik weet dat - had ze naast me gestaan - ik de opdracht zou gekregen hebben om de serveuse even af te leiden zodat ze een stuk of vijf suikertjes kon meegrissen. Of misschien zou ze het gewoon op de vrouw af gevraagd hebben.

's Avonds plakte ik het lege suikerzakje in mijn notaboek. Want ik spaar geen suikerzakjes of suikerklontjes. Maar ik weet dat, moest ze er nog zijn, ik er zeker een stuk of vijf weggegrist had of misschien netjes gevraagd had, om later aan haar te geven.

3 opmerkingen: