(on)Handig
Opeens had ik zin om met mijn handen bezig te zijn. Iets te maken. Iets blijvend, iets moois. De wetenschap dat geen enkele knutselproject van mij ooit een 'Ooh' waardig was, schoof ik voor het gemak even in de vergeetput van mijn memorie. Ik had enkele bolletjes wondermooie wol zien liggen, dus die zou ik even transformeren in een wondermooie sjaal.
Wondermooie wol = wondermooie sjaal en daar zit ik voor niets tussen, dacht ik.
Lieve Zij wilde wel tonen hoe het moest, zette de steken op en breide enkele rijen voor mij voor. Heel het weekend greep ik elk vrij momentje aan om de naalden laten tikken en de sjaal groeide gestaag. Zondagavond had ik voldoende centimeters bijeen getikt om een turtle-nekje voor KleineMan te maken.Op vijf centimeter van de rand prijkt wel een gat waar mijn duim makkelijk in past, maar zo'n dingen zie ik zelf graag door de vingers.
En toen vroeg Lieve Zij of ze de vorderingen van mijn werk even mocht bewonderen.
Tegen beter weten in toonde ik haar het resultaat.
Tegen beter weten in verborg ik het gat niet.
Tegen beter weten in nam ze alles mee naar huis 'om te kijken wat ze er aan kon doen'.
Vandaag kreeg ik mijn naalden terug.
Er is nog anderhalve centimeter over...
donderdag 22 maart 2007
dinsdag 20 maart 2007
; )
Omdat ik me niet meer kon herinneren wanneer ik mijn maandlenzen voor het eerst droeg, concludeerde ik dat het wel langer dan enkele maanden was.
Ik hees me recht in bad, schoof Turf op een droog plekje en plukte de twee rondjes uit mijn ogen en liet ze bootje varen op het badwater. Daar dreven ze, de twee die mij de wereld scherp lieten zien. Ze tolden rond op het wegkolkende water.
Als twee knipoogjes draaiden ze rondjes rond de badstop en verdwenen toen zonder wuiven in de afgoot.
Omdat ik me niet meer kon herinneren wanneer ik mijn maandlenzen voor het eerst droeg, concludeerde ik dat het wel langer dan enkele maanden was.
Ik hees me recht in bad, schoof Turf op een droog plekje en plukte de twee rondjes uit mijn ogen en liet ze bootje varen op het badwater. Daar dreven ze, de twee die mij de wereld scherp lieten zien. Ze tolden rond op het wegkolkende water.
Als twee knipoogjes draaiden ze rondjes rond de badstop en verdwenen toen zonder wuiven in de afgoot.
Meer nog dan een ochtendzoen
heb ik ’s morgens moed vandoen.
Wakker worden is geen kunst.
Dat gaat.
Van kwaad is beddengoed
zich niet bewust
en koude slaapt niet graag
onder een deken.
Het is de mat die
met de wereld vergeleken
veel te klein is als begin,
en zelfs, met mij er middenin,
een beetje knelt.
Ik aarzel lang, rechtop in bed,
bedenk dat net als ja of het
het woordje bang
vaak in mijn dagboek staat,
maar dapper is mijn broer
en zelf ben ik een held.
Dat helpt.
Opstaan is de kunst.
Meer dan een paar ochtendzoenen
heb ik nood aan stoute schoenen.
(Bart Moeyaert)
heb ik ’s morgens moed vandoen.
Wakker worden is geen kunst.
Dat gaat.
Van kwaad is beddengoed
zich niet bewust
en koude slaapt niet graag
onder een deken.
Het is de mat die
met de wereld vergeleken
veel te klein is als begin,
en zelfs, met mij er middenin,
een beetje knelt.
Ik aarzel lang, rechtop in bed,
bedenk dat net als ja of het
het woordje bang
vaak in mijn dagboek staat,
maar dapper is mijn broer
en zelf ben ik een held.
Dat helpt.
Opstaan is de kunst.
Meer dan een paar ochtendzoenen
heb ik nood aan stoute schoenen.
(Bart Moeyaert)
Abonneren op:
Posts (Atom)