donderdag 3 september 2009

Opruimen
Het moment dat er twee truien en een T-shirt op de grond ploffen wanneer ik de deur van mijn kleerkast opentrek, haal ik een vuilniszak boven. Oud, te klein, te groot, simpelweg niet mooi, het vliegt allemaal de zak in met bestemming: Kringwinkel'.
Het moment dat er twee wijnglazen in scherven uiteen spatten wanneer ik het inpakpapier ook nog in de dressoirkast wil proppen, sleep ik een bananendoos aan. Kapot, al jaren niet gebruikt, simpelweg lelijk, het belandt allemaal in de doos met bestemming: rommelmarkt.
Waarom kan ik dat dan niet op het moment dat mijn wijnkistenboekenkast op instorten staat. Dat er nergens nog een pocket tussen te proppen is. Dat er een wankele stapel aan het groeien is naast de slaapkamerdeur. Oud, kapot, al jaren niet gelezen, simpelweg niet mooi of ronduit lelijk. Waarom hou ik het allemaal bij?

maandag 31 augustus 2009

Broer en Zus
De stof van mijn rok wappert zacht rond mijn benen wanneer wervelwind KleineVent de woonkamer insuist.
'Dag Zus', piept hij. Een 'boeink' en dan is het stil.
Ik kook verder, maar een onaangename kriebel kruipt omhoog naar mijn nek. Op dit moment moest ik al lang KleineMeid haar ongenoegen over 'DuwEensJeZusOmver' horen uitkrijsen. Ik laat alles vallen en been de woonkamer in. Hopend dat de uitbreiding van dat spelletje 'EnLegEenKussenOpHaarHoofd' eenmalig was.
En daar liggen ze: samen op de grond, wang aan wang kijken ze de sterren uit hun ogen naar de flapperkunsten van een vliegende draak. KleineVent die met zijn tong uit zijn mond Ilke's rammeldraak vliegend en duikend kunstjes laat maken. KleineMeid met open mond en opengesperde handjes.
Ik sluip terug de keuken in en kook verder, mijn oren minder spits, mijn hart gloeiend warm.

donderdag 27 augustus 2009

Verdomd, toch geen loopblog

Eerst netjes klikken: en daarna lezen en ondertussen luisteren.

Vreemd hoe het gaat. Ik ben niemand meer in mijn loopschoenen en afgewassen sportkleren. Geen Kruimel, geen mama, geen collega. Ik ben twee benen die alles dragen. Ik draaf met de zon in mijn rug. Ik loop mijn schaduw achterna en voel hoe mijn lijf warm wordt. Ik ga er nog van houden. Van voeten die zelfstandig gaan lopen. Van handen die maaien. Van zweetdruppels die er wel zijn, maar die je niet voelt. Van alleen nog adem zijn, want die steek daar in mijn rechterheup die wil ik niet voelen. Van de warme avondlucht en het gevoel alleen maar te lopen. Draven op de tonen van de muziek in mijn oren en voor de rest helemaal en absoluut niets.