donderdag 16 maart 2006

Het voelde alsof we net niet van de wereld zouden vallen, in dat onooglijke dorpje een stuk over de grens. Het was een gestolen weekend. Een 'we gooien gewoon de tent en de rest in de koffer en zien wel' op vrijdag.

Het weer maakte het weekend er eentje van lachen en vloeken tegelijk. Vloeken om de verpeste zomerse avond. Geen zalig gebakken vlees met een flesje wijn erbij. Geen kans om na te praten terwijl de duisternis invalt.
Lachen om het idiote zicht dat we boden. Twee mensen die onder het mini-afdakje van hun tentje angstvallig een barbecue probeerden in gang te krijgen terwijl de regen de tent geselde en de wind bijna onmiddellijk komaf maakte met alle mini-vlammetjes die durfden op te laaien.

In de regen naar buiten om de lijnen stevig aan te trekken.
Moddervoeten en doorweekte kleren.
Op één luchtmatras in twee slaapzakken met één zaklamp tegen elkaar aangeleund elk verdwijnen in een ander boek.

Ons gestolen weekend werd drastisch ingekort. Thuis komen was heerlijker dan ooit. Maar op een donderdagmorgen zoals vandaag, wanneer een vergadering zich te pletter loopt op de muur en ik suf de seconden voel wegtikken tot 'tot morgen', is de herinnering mooier dan ooit.
Ik wil weer in die tent liggen mét striemende regen én gierende wind. Onmiddellijk!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen