zondag 29 november 2009

Even aftoetsen
Stel: de helft van uw kroost krijst al de helft van dit jaar de nacht in stukken.
Stel: u wordt 's morgens wakker en bedenkt, na de slaap uit uw ogen te wrijven: ik moest deze nacht niet op trappen gaan hossen. Noch flessen warmen of tutjes opsporen in het midden van de nacht. Dertien uur lang gaf er niemand een kik. Wat voor de helft van uw kroost zeer ongewoon is.

Bent u dan ook een beetje huiverig om het kamertje binnen te sluipen?

donderdag 26 november 2009

Dag Droom
‘Weet je wat?’ zei de bibliothecaresse met een blik op de stapel boeken op de balie. ‘Ik maak een extra kaartje op zijn naam aan.’
Het feit dat ik bijna op mijn tenen stond om haar over de verzameling boeken aan te kijken, bewees onmiddellijk dat ik niet alle boeken op mijn lenerspas kon meenemen.
‘Naam?’, vroeg ze.

En toen ging het verkeerd.
Toen zag ik een moment dat ik me al sinds zijn geboorte voorstelde de mist in gaan. In plaats van nieuwsgierig naast mij te staan, zich bewust van het feit dat het heel wat is om een Eigen Bibpas te hebben. In plaats daarvan koos KleineVent ervoor om tegen de glazen deur te schoppen. En vond KleineMeid het een ideaal moment om het ontbijt eruit te gooien. KleineVent zat niet met grote ogen op de balie te kijken hoe zijn eigen kaartje gemaakt werd. Die mocht even afkoelen op de gang. En ik antwoordde netjes op alle vragen van de bibliothecaresse terwijl ik KleineMeids ontbijt van de grond poetste.

Pfff, hoorde ik toen ik met mijn jong geweld terug buiten stond. Het geluid van een dagdroom die in rook opging.
Ach, ik heb KleineMeid om het nog eens te proberen en desnoods ontvoer ik MijnMakker voor een namiddag bibliotheek.

dinsdag 24 november 2009

Droog
Met zijn paraplu boven zijn hoofd pletst hij als een wandelende paddenstoel het stukje crèche-school door de plassen.
'Kom mama, hier is het droog.' En hij wenkt me met een kom-kom vingertje onder het droge cirkeltje van zijn regenscherm dat hij extra hoog houdt. Zo hoog dat het toch tot aan mijn elleboog reikt.
Ik zwier hem op mijn arm en samen zingen we van 'onder Jaspers paraplu' en ook van 'op een grote paddenstoel'. Niet omdat het van toepassing was, maar gewoon omdat we dat graag zingen.