vrijdag 29 juni 2012

Laatste
1 september 2011

Hand in hand stappen ze de straat uit. Zij voor haar allereerste eerste dag. Ik herinner me de bruine voetjes in afgetrapte sandaaltjes. Een roos bollenrokje rond blote beentjes en een glimmend nieuwe boekentas.
Hij zal voor één jaar bij de grootste horen. Op zijn rug een boekentas die al sporen van 2,5 jaar kleutercarrière vertoont.
Aan ons hebben ze geen boodschap. Hij zou wel voor haar zorgen. Want daar zijn de toiletjes, dat is jouw juf en je koek eet je daar op het bankje.

29 juni 2012

Samen hollen ze de straat uit. Met mijn sleutels tussen mijn tanden en twee boekentasjes aan mijn arm, ren ik ze achterna.
Op het muurtje lopen doet ze al alleen.
Op het muurtje lopen is voor kleine kleuters, vind hij.

In de speelzaal gunnen ze elkaar geen blik meer waardig. Zij heeft een hele schare vriendinnetjes waarmee ze joelend van de glijbaan schuift. Hij nestelt zich naast zijn vriendjes en samen bekijken ze pokemonkaarten.
Ik plant een zoen op twee blonder wordende hoofdjes en loop de speelzaal uit. De bel gaat en luid de dag in.  Zij gaat in de rij staan, klaar voor haar eerste laatste dag. Hij voor zijn laatste laatste dag in het kleuter.

donderdag 28 juni 2012

Poot mij maar ergens neer. Ergens waar het stil is. Waar de lucht blauw is en de zon schijnt.
Meer heb ik niet nodig. Of ja, toch. Wat gras en bloemen rond me. Wat vogels in de verte en misschien het geluid van water.
Ja, hier is perfect. Poot me hier maar neer en laat me even. Hier heb ik zuurstof, hier heb ik lucht, licht en zon.
Of ik hier heel de tijd gewoon maar zal zitten? Helemaal niet. Ik heb redelijk wat opruimwerk te doen in mijn hoofd. Sorteren, weet je wel. Wat doet er toe en wat niet. Het laatste laat ik achter daar bij die boom. De wind zal er zijn gang wel mee gaan.
Misschien lees ik wel even. Of misschien lig ik gewoon.
En dan? Dan keer ik terug en pik ik weer op waar ik de draad even losliet. Alleen een beetje lichter en met meer zuurstof in mijn longen.

maandag 25 juni 2012

Comateus

Sinds februari leek die verbouwing van ons in een coma gesukkeld. Na al het afbraakwerk, alle overijverige stofwolken en eindeloze emmers afval die we buitendroegen en enkele gloriemomenten  zoals het eerste dansje op de nieuwe vloer en witte muren in plaats van rode, stofferige exemplaren.
Grote schuldige: de keuken. Of beter, de afwezige keuken. Zonder keuken namelijk geen opbergplaats, waardoor ik nog dagelijks in grote verhuisdozen spit op zoek naar pakweg een krukkentrekker of taartschep. Zonder keuken ook geen afwerking, want - laat ons eerlijk zijn - die moet toch een beetje passen bij de keuken. Die er dus niet is. Zonder keuken ook geen verdere investeringen, zoals bijvoorbeeld een pelletkachel. Iets met spaarrekeningen en de wens om deze niet rood te laten kleuren.

Los van een occasionele schijnbeweging in de vorm van een elektricien die het laatste stopcontactje komt aansluiten of de timmerman die een losgeraakte plank teruf vasttimmerde, sluimerde de verbouwing verder in haar winterslaap/coma.
Tot vrijdag. Vrijdag was de dag dat ons huis volgestapeld werd met tientallen pakketten. Zaterdag en zondag deed mijn lief - met behulp van lieve vrienden - de truc met de schroevendraaier en vulde hij ons huis gestaag met kasten. Keukenkasten die helemaal nog niet in de buurt van de keuken staan. Ze troepen vrolijk samen rond het bureau en walsten over de speelruimte van de kleinsten, maar ze staan er om niet meer te vertrekken.
Nog twee weken moeten we laveren tussen een bos van deurloze keukenkasten en dan komt de professional die ze kordaat op hun plek zal zetten. Dan kunnen ook de oven en koelkast die nu in onze slaapkamer staan (don't ask) ook naar daar waar ze horen en zijn we bijna klaar om het hoofdstuk verbouwing te sluiten.


'Ik zal blij zijn als ik niets meer met dat huis te maken zal hebben', zuchtte mijn Lief gisterenavond toen hij de schroevendraaier in de gereedschapskist keilde.
Ik keek hem gefronst aan en ging er veiligheidshalve vanuit dat 'niets meer te maken met dat huis' iets impliceert in de trant van tuinzetel-pintje-muziek in de oren en rusten.