Haken en ogen
Altijd fijn als de echolons boven je besluiten om zich even over jouw werk te buigen.
Want juist, ik doe maar iets.
En neen, tuurlijk hebben we niet nagedacht over de structuur en de opzet.
Waarom zouden we?
Dus krijg ik drie A4tjes aangereikt, met enkele aandachtspunten. Hier een haak, daar een oog. En wat is dat met dat punt hier en die komma daar? En kijk, hier onder de mat vonden we nog wat haken en ogen die we nergens kwijt konden. Dat de punt en het oog elkaar vaak tegenspreken of zelfs opheffen, daar stond dan weer niemand bij stil.
Pas jij dit even aan? Nu, graag als het kan. Nu! Is het al aangepast?
Smile and wave, Kruimel. Smile and wave, denk ik.
En ook: gelukkig kan je in een antwoord op een nota niet lezen met welke heftigheid er op toetsen geramd werd.
woensdag 3 oktober 2012
vrijdag 28 september 2012
Regenboog
Het was een dag met donkere wolken gisteren. Een dag waar ik om 12.06 al hevig verlangde naar de welbeproefde combinatie zetel-boek-dekentje. In het staartje van de avondspits hoorde ik een klein stemmetje druk praten. KleineMeid die, eens te water gelaten, niet meer uit bad te krijgen is had alle badspeeltjes op de badrand geschikt.
'En nu is het tijd voor de sjow!'
'Allemaal mooi in de rij... en .... springen!!!.
Oh, durf je niet?
Neen echt niet?
Hier stap maar op mijn handje. Ik zal je helpen.
Sjo, lekker in het water. Dat was zo moeilijk toch niet?
En jij, durf jij ook niet?
Hier stap maar op mijn handje. Ik zal je helpen.'
Badeendje na badeendje werd liefdevol te water gelaten.
En ik keek door een kiertje naar een klein meisje met een groot hart, zelfs voor plastieken badeendjes. Mijn regenboog op donder-dagen.
Het was een dag met donkere wolken gisteren. Een dag waar ik om 12.06 al hevig verlangde naar de welbeproefde combinatie zetel-boek-dekentje. In het staartje van de avondspits hoorde ik een klein stemmetje druk praten. KleineMeid die, eens te water gelaten, niet meer uit bad te krijgen is had alle badspeeltjes op de badrand geschikt.
'En nu is het tijd voor de sjow!'
'Allemaal mooi in de rij... en .... springen!!!.
Oh, durf je niet?
Neen echt niet?
Hier stap maar op mijn handje. Ik zal je helpen.
Sjo, lekker in het water. Dat was zo moeilijk toch niet?
En jij, durf jij ook niet?
Hier stap maar op mijn handje. Ik zal je helpen.'
Badeendje na badeendje werd liefdevol te water gelaten.
En ik keek door een kiertje naar een klein meisje met een groot hart, zelfs voor plastieken badeendjes. Mijn regenboog op donder-dagen.
donderdag 27 september 2012
't mag wat makkelijker, soms
Altijd als ik denk dat het een makkelijke dag wordt, geeft de Wet van Murphy me lachend lik op stuk. Durf ik denken aan een gezellig middag thuis rommelen en koekjes bakken, eindig ik met een krijsende KleineMeid, een bloedende lip en een KleineVent die zijn oren op school heeft laten liggen. En koekjes, die ook.
Laat ik dus maar even zwijgen over de afwijking van de decibelnormen lang beide kanten.
Maar goed, dat was gisteren. Dit is vandaag. En vandaag gaat beter.
Denk je.
Tot je de straat uitrijdt en de hoek omdraait.
Om te botsen op een file. Een hele lange. Zo eentje waarvan je het einde niet ziet.
En dan zit er niets anders op dan eindeloos rijtje schuiven om voorbij het station op de autostrade te raken, met een omweggetje om de carpoolcollega op te pikken. Een nutteloos ommetje, want eenmaal op de carpoolparking bleek dat de carpoolcollega een beetje vergeten was dat er gecarpoold werd. Dat waren dus drie nagels die ik voor niets afbeet.
Maar hé, daar 200 meter verder is de oprit van de autostrade en is de verlossing in zicht. Jammer genoeg blijkt de straat afgesloten en mogen we met z'n allen rechtsomkeerd maken en in een 10km lange rij een omleiding volgen. Dus eet ik maar - collectief met de vier bestuurders voor me en de zes achter me - van frustratie mijn stuur op.
Het enige wat me tegenhield om om te keren was het feit dat ik er langer zou over doen om opnieuw thuis te raken dan op mijn werk.
Wat mag er van jou soms wat makkelijker gaan?
Altijd als ik denk dat het een makkelijke dag wordt, geeft de Wet van Murphy me lachend lik op stuk. Durf ik denken aan een gezellig middag thuis rommelen en koekjes bakken, eindig ik met een krijsende KleineMeid, een bloedende lip en een KleineVent die zijn oren op school heeft laten liggen. En koekjes, die ook.
Laat ik dus maar even zwijgen over de afwijking van de decibelnormen lang beide kanten.
Maar goed, dat was gisteren. Dit is vandaag. En vandaag gaat beter.
Denk je.
Tot je de straat uitrijdt en de hoek omdraait.
Om te botsen op een file. Een hele lange. Zo eentje waarvan je het einde niet ziet.
En dan zit er niets anders op dan eindeloos rijtje schuiven om voorbij het station op de autostrade te raken, met een omweggetje om de carpoolcollega op te pikken. Een nutteloos ommetje, want eenmaal op de carpoolparking bleek dat de carpoolcollega een beetje vergeten was dat er gecarpoold werd. Dat waren dus drie nagels die ik voor niets afbeet.
Maar hé, daar 200 meter verder is de oprit van de autostrade en is de verlossing in zicht. Jammer genoeg blijkt de straat afgesloten en mogen we met z'n allen rechtsomkeerd maken en in een 10km lange rij een omleiding volgen. Dus eet ik maar - collectief met de vier bestuurders voor me en de zes achter me - van frustratie mijn stuur op.
Het enige wat me tegenhield om om te keren was het feit dat ik er langer zou over doen om opnieuw thuis te raken dan op mijn werk.
Wat mag er van jou soms wat makkelijker gaan?
maandag 24 september 2012
vrijdag 21 september 2012
Annemoon
Of we zussen zijn, vragen mensen vaak.
'Neen', is het antwoord. 'Maar zo voelt het wel', denk ik er meestal bij.
Zij is diegene die er altijd al was, al van in de tijd dat Barbies pasten in onze leeftijdscategorie en door de jaren heen zijn we aan elkaar blijven plakken.
Zij kent alle Kruimels die ik al geweest ben, kent mijn fouten, mijn twijfels en weet feilloos waar mijn valkuilen liggen.
Ik weet wie er achter haar gulle lach zit. Ik ken de bange kanten van haar grote hart.
Zij is de schouder waar ik kan breken. En op mijn schouder heb ik een speciale plaats voor haar.
Zij is vaak die andere hand op dezelfde buik.
En altijd - wanneer het leven hard tussen ons door fietst - weet ik dat het wel goed komt.
Zij is een constante in mijn leven. Ik wens iedereen zo’n vriendin toe als zij.
Of we zussen zijn, vragen mensen vaak.
'Neen', is het antwoord. 'Maar zo voelt het wel', denk ik er meestal bij.
Zij is diegene die er altijd al was, al van in de tijd dat Barbies pasten in onze leeftijdscategorie en door de jaren heen zijn we aan elkaar blijven plakken.
Zij kent alle Kruimels die ik al geweest ben, kent mijn fouten, mijn twijfels en weet feilloos waar mijn valkuilen liggen.
Ik weet wie er achter haar gulle lach zit. Ik ken de bange kanten van haar grote hart.
Zij is de schouder waar ik kan breken. En op mijn schouder heb ik een speciale plaats voor haar.
Zij is vaak die andere hand op dezelfde buik.
En altijd - wanneer het leven hard tussen ons door fietst - weet ik dat het wel goed komt.
Zij is een constante in mijn leven. Ik wens iedereen zo’n vriendin toe als zij.
Abonneren op:
Posts (Atom)