Klein
In het krieken van de morgen kruipt er elke dag opnieuw een klein ventjeslijf tegen mij aan. Als het nog donker is en stil, moeten wij altijd even aan elkaar plakken. Zonder zussen, klokken en schoolbellen die in acht genomen moeten worden. Half slaperig rolt er altijd uit wat er in dat hoofdje omgaat.
'Ik wil niet meer naar de omnisport.'
'Hoezo?', mompelde ik slaperig in zijn nek.'
'Niemand wil mij in zijn groep omdat ik niet sterk ben.'
Ik voelde mijn hart verkruimelen onder zijn woorden. KleineVent heet hier niet zo omdat die naam gewoon is blijven plakken. Hij is nog altijd een kleine vent. De kleinste en lichtste van zijn klas. Ik geef mijn kieskeurige genen en zijn eetlust van een musje (deels) de schuld.
Ik wou hem nog dichter tegen me trekken en onder mijn vel verstoppen waar er geen woorden zijn die zijn hart kunnen raken.
In plaats kriebelde ik zijn buik.
'Weet je, dan zorgen we ervoor dat jij sterk wordt.'
Hoe we dat gaan doen, dat weet ik nog niet. Korstjes opeten en een stukje banaan proeven zorgen er alvast voor dat je mama verslaat met een potje armworstelen.
vrijdag 14 december 2012
woensdag 12 december 2012
maandag 10 december 2012
kikker, open, sluit
Een half jaar kon ik elke zaterdagmorgen kamp opslaan op de tribune van het zwembad. Om week na week een klein mannetje met halflege bandjes in het zwembad te zien springen. Met zijn hoofd ternauwernood boven water werkte hij zich keer op keer een weg tot het punt dat de zwemjuf aanwees.
Maar mijn frisse tegenzin om week na week een uur te zitten zweten op een hard bankje was niets in vergelijking met de tegenzin van de aspirant-zwemmer. Meermaals zat hij met zijn armen gekruist op de zwembadtegeltjes, vastbesloten geen been of arm te verroeren. Na elk baantje kon de zwemjuf haar beste pleidooi bovenhalen om uit te leggen waarom hij nu nog niet op de glijbaan mocht.
Zwembad werd een synoniem voor wil niet.
Zwemles was een garantie voor tranen.
Vrijdag stond ik op het punt om de handdoek in de ring te gooien. Voor de vierde week op rij moest ik een huilend ventje van mijn been losweken en zachthandig in de armen van de zwemlerares drijven.
Een beetje ten einde raad zakte ik op mijn knieën. 'Luister, ventje. Deze les is de laatste les van dit jaar. Hierna hoef je niet meer te oefenen. Dat brevet moet vandaag niet. Na deze les laten we het rusten. Dat brevetje komt ooit wel eens.' Met een sippe lip en veel tegenstribbelen liet hij zich meetronen naar het zwembad.
Ik was nog maar net op de tribune toen ik KleineVent vastberaden naar de blok zag lopen, met een grote plons in het zwembad zag springen en keek verbaasd toe hoe hij met een vastberaden trek rond zijn mond de hele lengte zwom.
En zo leerde dat kleine mannetje van ons, me weer een grote les.
Een half jaar kon ik elke zaterdagmorgen kamp opslaan op de tribune van het zwembad. Om week na week een klein mannetje met halflege bandjes in het zwembad te zien springen. Met zijn hoofd ternauwernood boven water werkte hij zich keer op keer een weg tot het punt dat de zwemjuf aanwees.
Maar mijn frisse tegenzin om week na week een uur te zitten zweten op een hard bankje was niets in vergelijking met de tegenzin van de aspirant-zwemmer. Meermaals zat hij met zijn armen gekruist op de zwembadtegeltjes, vastbesloten geen been of arm te verroeren. Na elk baantje kon de zwemjuf haar beste pleidooi bovenhalen om uit te leggen waarom hij nu nog niet op de glijbaan mocht.
Zwembad werd een synoniem voor wil niet.
Zwemles was een garantie voor tranen.
Vrijdag stond ik op het punt om de handdoek in de ring te gooien. Voor de vierde week op rij moest ik een huilend ventje van mijn been losweken en zachthandig in de armen van de zwemlerares drijven.
Een beetje ten einde raad zakte ik op mijn knieën. 'Luister, ventje. Deze les is de laatste les van dit jaar. Hierna hoef je niet meer te oefenen. Dat brevet moet vandaag niet. Na deze les laten we het rusten. Dat brevetje komt ooit wel eens.' Met een sippe lip en veel tegenstribbelen liet hij zich meetronen naar het zwembad.
Ik was nog maar net op de tribune toen ik KleineVent vastberaden naar de blok zag lopen, met een grote plons in het zwembad zag springen en keek verbaasd toe hoe hij met een vastberaden trek rond zijn mond de hele lengte zwom.
En zo leerde dat kleine mannetje van ons, me weer een grote les.
vrijdag 7 december 2012
Reden
De sneeuw was de reden. Om niet in de auto te stappen en een uur of meer richting werk te rijden.
Om mijn kinderen in dikke kleren te verpakken en gelaarsd en gemutst samen naar school te wandelen.
Omdat ene lijstje aan te pakken. Zo'n lijstje dat er ligt voor het geval er tijd en puf is. Wat er de laatste maand nooit was. En zo stuurde ik na drie uur wat artikels voor het schoolkrantje van mijn kroost door, vond ik eindelijk het winterdeel van het dekbed terug (in een valies onderaan een stapel in de zolder-kelder, hoe komt die daar nu?). Sloopte ik eigenhandig een kamp en een knikkerbaan en verbouwde in één moeite de speelhoek van diens bouwheren.
Wat rommelen in ons huis en mijn lijst maakt mijn gemoed weer wat rustiger, losse touwtjes in mijn hoofd hebben hun plek gevonden.
Rest mij niets anders te doen dan voor de kachel te ploffen met een restje boek en een nieuwe Flow.
Ik zeg, dankje sneeuw
De sneeuw was de reden. Om niet in de auto te stappen en een uur of meer richting werk te rijden.
Om mijn kinderen in dikke kleren te verpakken en gelaarsd en gemutst samen naar school te wandelen.
Omdat ene lijstje aan te pakken. Zo'n lijstje dat er ligt voor het geval er tijd en puf is. Wat er de laatste maand nooit was. En zo stuurde ik na drie uur wat artikels voor het schoolkrantje van mijn kroost door, vond ik eindelijk het winterdeel van het dekbed terug (in een valies onderaan een stapel in de zolder-kelder, hoe komt die daar nu?). Sloopte ik eigenhandig een kamp en een knikkerbaan en verbouwde in één moeite de speelhoek van diens bouwheren.
Wat rommelen in ons huis en mijn lijst maakt mijn gemoed weer wat rustiger, losse touwtjes in mijn hoofd hebben hun plek gevonden.
Rest mij niets anders te doen dan voor de kachel te ploffen met een restje boek en een nieuwe Flow.
Ik zeg, dankje sneeuw
donderdag 6 december 2012
De vloer
Ik mis mijn vloer. En dan vooral het feit dat ik er vrijuit op mag lopen.
Dat kan sinds vorige week niet meer.
En dat heeft allemaal te maken met een man met een rode mijter en gouden staf.
En al het nieuws dat hij door onze schoorsteen en voordeur naar binnen stouwde.
Kom maar even binnen in onze woonkamer. Daar rechts is onze zetel. Ja, dat is echt een zetel. Ja ik weet het, het lijkt op een kamp. Eentje die het resultaat is van twee uur minitieus fundamenten leggen met kussens, muren bouwen met poangzeteltjes en daken leggen met fleecedekentjes. Er schijnt binnenin een zee aan ruimte te zijn, met een keuken, twee slaapkamers en zicht op een brandend haardvuur. Ik geloof ze op hun woord, want naar het schijnt ben ik ook te groot om binnen te mogen in het kamp.
Dat brengt ons naar de andere kant van de woonkamer, waar een knikkerbaan staat. Eentje die over de hele breedte van de woonkamer loopt. Het resultaat van twee uur geconcentreerd bouwen, verbouwen en herschikken. Het spreekt voor zich dat dit niet gesloopt wordt zonder sloopvergunning.
Voorbij de keuken staat een circus en een manege. Bevolkt door kleine mannetjes met gelijkaardige kapsels en starre glimlachen op hun plastieken gezichtje. Ze staan in slagorde in en rond het circus, bij en in de manage. En zonder verbale toestemming verzetten ze geen voet.
Volgend jaar vraag ik nog een extra stukje huis voor mezelf.
O neen wacht, dat kreeg ik vorig jaar al.
Ik mis mijn vloer. En dan vooral het feit dat ik er vrijuit op mag lopen.
Dat kan sinds vorige week niet meer.
En dat heeft allemaal te maken met een man met een rode mijter en gouden staf.
En al het nieuws dat hij door onze schoorsteen en voordeur naar binnen stouwde.
Kom maar even binnen in onze woonkamer. Daar rechts is onze zetel. Ja, dat is echt een zetel. Ja ik weet het, het lijkt op een kamp. Eentje die het resultaat is van twee uur minitieus fundamenten leggen met kussens, muren bouwen met poangzeteltjes en daken leggen met fleecedekentjes. Er schijnt binnenin een zee aan ruimte te zijn, met een keuken, twee slaapkamers en zicht op een brandend haardvuur. Ik geloof ze op hun woord, want naar het schijnt ben ik ook te groot om binnen te mogen in het kamp.
Dat brengt ons naar de andere kant van de woonkamer, waar een knikkerbaan staat. Eentje die over de hele breedte van de woonkamer loopt. Het resultaat van twee uur geconcentreerd bouwen, verbouwen en herschikken. Het spreekt voor zich dat dit niet gesloopt wordt zonder sloopvergunning.
Voorbij de keuken staat een circus en een manege. Bevolkt door kleine mannetjes met gelijkaardige kapsels en starre glimlachen op hun plastieken gezichtje. Ze staan in slagorde in en rond het circus, bij en in de manage. En zonder verbale toestemming verzetten ze geen voet.
Volgend jaar vraag ik nog een extra stukje huis voor mezelf.
O neen wacht, dat kreeg ik vorig jaar al.
Abonneren op:
Posts (Atom)