dinsdag 27 september 2011

Dankwoordje na de ochtendspits

De ochtendspits is de laatste tijd nog zelden een mooie rechte lijn van start tot finish.
Het is een hordeloop - met horden die zich groter en kleiner maken op het moment dat je afzet om te springen - met bochten en zelf U-turns - waardoor je opeens de hele andere kant opholt dan de bedoeling was.

Maar elke dag raak ik er - op één of andere manier, en vroeg of laat - toch weer. Daarom zijn enkele bedankingen op zijn plaats.

Dankje KleineVent, de combinatie die ik aanhad toch niet zo mooi. Die beker melk was het ideale excuus om weer boven in mijn kleerkast te duiken.

Dankje deur met uitstekende spijker. De jas die ik droeg was al minstens twee jaar oud. Met de scheur ter hoogte van mijn elleboog heb ik eindelijk een reden om een nieuwe te gaan kopen.

Dankje KleineMeid, ik weet zeker dat de juffen van de voorschoolse opvang blij zijn dat hun gang weer gedweild is. Maar weet dat niemand, echt niemand, jou vraagt om je languit in de doorgang te werpen en elk pluisje met je natte neus op te snuiven. Het is geen vereiste.

Dankje meneer in de blauwe auto om keihard op uw remmen te staan. Ik zag u echt niet. Uw woest gewuif neem ik schuldbewust met me mee. Ik was al blij dat u niet toeterde. Ik ben ook blij dat u mij niet omver reed.

En gelukkig is hij er ook, tijdens de 50 kilometer lange adempauze 's morgens. Zo dat ik weer naar adem kan happen en me klaar maken voor de volgende langeafstandsloop.

maandag 19 september 2011

Vakjargon ofte Latijn

Bijna drie jaar geleden lag ik in de verloskamer omringd door een twaalftal mensen. Van de gynecoloog met stagaire tot pediater ook met stagaire, een handvol vroedvrouwen en daar ergens tussen ook nog mijn Lief. Het staat me nog altijd haarscherp voor de geest hoe KleineMeids intrede op deze wereld gepaard ging met een stoet deskundigen die de verloskamer in en uit renden. Mijn lijf werd overgenomen door anderen die wisten wat er aan de hand was. Mijn kind werd verzorgd door anderen die wisten wat goed was voor haar. Ik kon alleen maar liggen en proberen wat begrijpbaar Nederland opmaken uit het vakjargon dat boven onze hoofden heen en weer geslingerd werd.

Vandaag zaten we aan tafel met alle deskundigen die ons huis onder handen zullen nemen. Van aannemer, over elektricien tot ramenmaker. Ze hebben het over passen, nulpassen, oversteken en spouwen. Ik probeer er iets van Nederlands in te herkennen en dwing mezelf om ze te vertrouwen.
Op dat moment draait de aannemer zich naar mij toe. 'Woensdag komen ze met de kraan om de containers en regenputten over het dak te heffen. Ik zou liefst hebben dat je niet thuis bent met de kinderen.'
'Geen probleem, ik hou ze wel binnen.'
'Neen, ik bedoel echt niet thuis zijn. Met die containers die over het dak moeten... . Ik mag er niet aan denken dat er iets verkeerd gaat.'
Hij spreekt geen vakjargon. Ik begrijp hem goed genoeg. En ik voel me weer zoals bijna drie jaar geleden. Alleen moet ik nu niet mijn lijf en kind aan deskundigen toevertrouwen, ditmaal is het enkel ons hele hebben en houden.

donderdag 15 september 2011

Deadline

Met pijn in het hart knipte ik de stengel van de passiflora door. De ranken en bloemen bleven ongehinderd aan het muurraster hangen. De bak met wortel sleepte ik naar achter in de tuin. Samen met de buxussen, lavendel, mini-kruidentuin, bbq, ... De halve wijnton-streepje-vijvertje werd geleegd. De waterbaan werd -onder luid protest van de jongste- afgebroken en de tuinmeubelen sleepte ik -onder luid protest van mijn andere ik- de kelder in.
Vreemd om de tuin winterklaar te maken, net op het moment dat het lijkt alsof een indian summer om de hoek loert. Maar als het nog maar vier dagen duurt alvorens er een aannemer en bobcat in de tuin verschijnen, dan red je wat er te redden valt.

Moe, bezweet en onder het stinkend slijk - dat alleen maar vanuit de halve wijnton-streepje-vijver kon komen - bekijk ik de leegte wat ooit ons terras was en ooit meer woonruimte moet worden. Geen handig moment van Lief om te bellen met de aankondiging: "Ik heb de aannemer gehoord. Er is een probleem met de vergunning voor de kraan. Hij begint pas volgende week woensdag in plaats van nu maandag."
Bos

"Als je heel stil bent, kun je misschien de kabouters horen", fluistert hij met zijn wijsvinger op zijn lippen.
De jongste knikt wijs om dan plotsklaps uit te barsten in een oorverdovende versie van inetosaaraateenuisje.
Ik verwacht een mokerslag met één van de twaalf verzamelde stokken, maar de kabouterfluisteraar knikt zijn zusje toe. "Ja, dat liedje horen ze graag."
En zo gaan we op kabouterjacht. Hij op de toppen van zijn tenen. Ik met gebogen knieën. "Ahja, mama, zo denken ze dat jij ook een kindje bent. En van kindjes zijn ze niet bang, alleen van grote mensen." Hij kan het weten, want hij is een wandelende kabouterencyclopedie. De jongste die de rij sluit is ondertussen overgestapt op ietiraatietiraat. Geen nood, sust de kabouterexpert. "Dat horen de kabouters ook graag. Mama, neen niet rechtstaan. Je moet je klein maken. Anders worden ze bang."

Of hoe een boswandeling, nooit gewoon een boswandeling is.

maandag 12 september 2011

Herinneren

Zullen ze het nog weten, vraag ik me vaak af.
Zal zij later nog weten hoe ze enthousiast naar elke auto zwaaide die voorbij reed.
Zal hij nog weten hoe hij steevast ‘Vijf! En jij?’ antwoordde op de vraag ‘Hoe oud ben je’.
Wat zullen ze bijhouden van de jaren waarin ze zo intens groeien?
Zijn eerste stap is hij al lang kwijt. Ik betwijfel of hij het ooit zelf snapte wat hij deed. Daarentegen staat het op mijn netvlies gebrand. Een klein mannetje - met een gezicht strak van concentratie – dat de spijlen van zijn park loslaat en vastberaden vier stappen zet.
Zal zij weten dat ze kon dansen voor ze kon stappen. Hoe ze kruipend de ster van een kinderdiscodansvloer werd.

Ik prop mijn hoofd vol, om later te herinneren voor drie.

dinsdag 6 september 2011

Kwijt

Het is weg. Echt weg.
Geloof me, ik heb overal gekeken. In het bed, onder het bed. Voor de zekerheid schudde ik de dekens nog eens extra uit, maar los van een verdwaalde sok, vond ik niets. Ik heb gekeken in de kasten, onder de zetel, in het bad. Tot aan het haakje met het prentje van een poesje waar haar jasje nu hangt heb ik gezocht. Ik heb geïnformeerd bij de juf, maar zij verzekerde me dat ze echt het juiste exemplaar mee naar huis terug gaf. Ik geloof haar niet, het is echt weg. De peuter in KleineMeid.