Geluk tussen naald en draad
Een jaar geleden waren wij met een groep vrienden weg in de Westhoek. En midden het groen, dieren en de stilte zag ik een meisje dat ik herkende en nog eentje en nog eentje. Of, in alle eerlijkheid, ik herkende niet de meisjes, maar wel hun kleren.
Ze hoorden bij een mama die ik al enkele maanden volgde ik op het www.
Toen ik die meisjes aan een hek zag hangen (Ik denk dat ik twintig meter verder stond, toen de foto bovenaan haar blog gemaakt werd) , voelde ik een vervelende steek in mijn maag. Een die zei: 'dat wil ik ook kunnen, dingen maken.'
Tijdens de wandeling - af en toe gestoord om een kind uit de gracht te plukken of uit de boom te halen - vroeg ik me af waarom ik me zo voelde. Ik kon het toch? Ik had alle materiaal van geërfde naaimachine tot stof toch in huis?
Het punt was dat ik er niets mee deed. Ik ging naar de naailes, deed netjes wat de juf me zei en borg na de les mijn machine weer op.
Die avond trok ik om tien uur mijn naaimachine vanonder de trap en waagde mij aan een cirkelrokje. De volgende dag hees ik mijn dochter erin en voelde iets opborrelen dat in alles het tegenovergestelde was van die steek. Het was trots, contentement, blijheid en potverdikke verslavend.
We zijn een jaar verder en ik voel me een stukje meer mezelf
juist omdat ik het kan,
maar nog meer omdat ik er nu ook iets mee doe.
En neen, nog steeds geen foto's van wat ik fabriceer. Dat is niet wat Kruimels is, maar die zoemende naaimachine is wel een deel van mijn geluk geworden.
Dus dankje, polkadot-dochters om net op dat moment aan het hek te hangen.
vrijdag 13 mei 2011
dinsdag 10 mei 2011
Wat een mens zich afvraagt in de ochtendspits
Leg mij eens uit wat dat is met die handtas.
Sinds wanneer worden die dingen in de plooi van onderarm/bovenarm gedragen? Een handvat is toch voor de hand en een schouderriem voor de schouder, dacht ik altijd? Waarom is het plots in om er bij te lopen als een kelner die niet weet dat ie zijn plateau kwijt is?
Zoiets vraag ik mij af als ik fijne tienermeisjes zie lopen met een oversized, volgepropte handtas schijnbaar nonchalant bungelend aan hun onderarm.
En steevast krijg ik een plaatsvervangende kramp.
Leg mij eens uit wat dat is met die handtas.
Sinds wanneer worden die dingen in de plooi van onderarm/bovenarm gedragen? Een handvat is toch voor de hand en een schouderriem voor de schouder, dacht ik altijd? Waarom is het plots in om er bij te lopen als een kelner die niet weet dat ie zijn plateau kwijt is?
Zoiets vraag ik mij af als ik fijne tienermeisjes zie lopen met een oversized, volgepropte handtas schijnbaar nonchalant bungelend aan hun onderarm.
En steevast krijg ik een plaatsvervangende kramp.
maandag 9 mei 2011
Shoppen
In een gestolen uur belandde ik in een klein tweedehandswinkeltje boordevol mooie kleren. Voor het eerst sinds lang slenterde ik rond, streelde de kleren. Ik wikte, keurde en hing hier en daar iets over mijn arm om te passen. Naast twee andere vrouwen was ik de enige klant. De vrouwen, een zestigjarige moeder en een dertigjarige dochter, vulden de winkel met hun opmerkingen. Of - in alle eerlijkheid - de moeder liet vooral van zich horen.
'Nog een rok? Maar meisje toch, je hebt er al zoveel.'
...
'Neen, in zo'n broek zie je er veel te dik uit.'
...
'Heb je al gezien wat dat kost? En dat voor gedragen spul.'
'Niet gedragen, mama, stockverkoop.'
'Om het even. Het is al lang en breed uit de mode.'
'Mama, laat me nu even.'
'Wanneer ga jij dat dragen? Die kleren met al die frullen. En wie moet dat weer wassen. Kom we zijn naar huis.'
'Komaan ma, ik wil nog even rondkijken.'
'Je draagt die dingen toch amper. En ik vind hier niets. Kom breng me naar huis. Ik moet nog strijken.'
'Moe, ik wil nog even rondkijken.'
'Ik wacht buiten wel. Tot zo!'
De vrouw draaide zich naar mij om en wierp me een 'Moeders!' blik toe.
Ik glimlachte even. Niet wetend hoe ik de 'ik weet het jammer genoeg niet'-blik moest overbrengen met mijn gezicht.
In een gestolen uur belandde ik in een klein tweedehandswinkeltje boordevol mooie kleren. Voor het eerst sinds lang slenterde ik rond, streelde de kleren. Ik wikte, keurde en hing hier en daar iets over mijn arm om te passen. Naast twee andere vrouwen was ik de enige klant. De vrouwen, een zestigjarige moeder en een dertigjarige dochter, vulden de winkel met hun opmerkingen. Of - in alle eerlijkheid - de moeder liet vooral van zich horen.
'Nog een rok? Maar meisje toch, je hebt er al zoveel.'
...
'Neen, in zo'n broek zie je er veel te dik uit.'
...
'Heb je al gezien wat dat kost? En dat voor gedragen spul.'
'Niet gedragen, mama, stockverkoop.'
'Om het even. Het is al lang en breed uit de mode.'
'Mama, laat me nu even.'
'Wanneer ga jij dat dragen? Die kleren met al die frullen. En wie moet dat weer wassen. Kom we zijn naar huis.'
'Komaan ma, ik wil nog even rondkijken.'
'Je draagt die dingen toch amper. En ik vind hier niets. Kom breng me naar huis. Ik moet nog strijken.'
'Moe, ik wil nog even rondkijken.'
'Ik wacht buiten wel. Tot zo!'
De vrouw draaide zich naar mij om en wierp me een 'Moeders!' blik toe.
Ik glimlachte even. Niet wetend hoe ik de 'ik weet het jammer genoeg niet'-blik moest overbrengen met mijn gezicht.
Abonneren op:
Posts (Atom)