dinsdag 6 september 2011

Kwijt

Het is weg. Echt weg.
Geloof me, ik heb overal gekeken. In het bed, onder het bed. Voor de zekerheid schudde ik de dekens nog eens extra uit, maar los van een verdwaalde sok, vond ik niets. Ik heb gekeken in de kasten, onder de zetel, in het bad. Tot aan het haakje met het prentje van een poesje waar haar jasje nu hangt heb ik gezocht. Ik heb geïnformeerd bij de juf, maar zij verzekerde me dat ze echt het juiste exemplaar mee naar huis terug gaf. Ik geloof haar niet, het is echt weg. De peuter in KleineMeid.

woensdag 31 augustus 2011

1 september

Het schijnt dat ik morgen een zakdoek moet meenemen.
Om mijn tranen te drogen. Of de tranen van mijn jongste.
Of om vrolijk mee te wuiven terwijl die laaste welgezind de klas binnenwalst.
In elk geval, er zit een net gestreken, frisse, witte zakdoek in mijn zak.
Wedden dat ik ze zal vergeten?

dinsdag 30 augustus 2011

Fuiven op de achterbank

Het zit er bijna op, wekelijks 100 km rijden met twee fuifnummers op de achterbank. Respectievelijk bijna 3 en net 5 gingen ze zes weken lang gezamenlijk los met de volumeknop op het maximum. Compleet uit je bol gaan als je bijna 3 en net 5 bent, dat doe je met klassiekers als 'samen op de moto', 'op op, alles is op' en 'de samsonrock'.
Er was geen lievemoederen aan. Iets anders dan het olijke duo Samson en Gert mocht er niet uit de boxen knallen. Dus introduceerde ik meteen ook maar de klassiekers 'Het kasteel van koning Samson' en 'Er zit meer in een liedje dan je denkt'.
De net 5 jarige vindt me nu de coolste mama die er is.
De bijna 3 jarige was alleen maar blij met nog meer liedjes waar je wild met je armen kunt wuiven.
En stiekem genoot ik wel van het luid meebrullen met klassiekers uit mijn jeugdjaren, voor alle duidelijkheid in de beslotenheid van de auto.
Nog even en de dagen dat dat ik dit de hele morgen neurie, zijn weer voorbij.
Misschien zijn de collega's vooral daar voor blij.

maandag 29 augustus 2011

Ik doe even niet mee

Lief buigt zich over de plannen en zet stipjes met zijn balpen.
'Moesten we nu het lichtpunt niet hier steken, maar wel hier', mompelt hij en kijkt me vragend aan. Ik knipper met mijn ogen. Ligt het aan het tijdstip dat middernacht nadert, aan het feit dat we net nog twee kasten leeggemaakt hebben en al wat mocht blijven een tijdelijk ander logeeradres in ons huis gaven of aan het feit dat mijn maandlenzen aan vernieuwing toe zijn. Ik weet het niet, maar ik zie geen stipjes meer. Ik zie verspringende bolletjes en dansende lijnen. En ik onderdruk heel hard de neiging om poppetjes te tekenen in het zeteltje op ons plan.

Aangezien er in feite nog helemaal nog niets verbouwd is, laat staan nog maar een stuk gras omgewoeld is, zal ik nog wel op mijn woorden terugkeren. Maar waar we nu inzitten vind ik tot nu toe de vervelendste fase van verbouwen.
Zitten wachten tot er gaten in de tuin gegraven worden, beton gestort, ramen uitgebroken. Zitten en niets doen. Ofwel. Je halve benedenverdieping evacueren naar andere delen van het huis. Met de wetenschap dat de volgende helft volgt. En het eindeloze gepeins en gedenk over welke kabel langs waar te trekken. Vooruit denken, want nu moeten we wat fout is in ons huis rechttrekken. Noem het gerust mijn zesde afwijking.

Ik geef geen moer om hoe diep de fundering moet zijn, welke diameter de buizen minstens moeten zijn en op welke manier de waterleiding tot in de keuken moet komen. Gelukkig heb ik een man die zich daar met graagte druk om maakt en hebben we een architect die zijn job kent.
Dus prikken we de plaats van het lichtpunt en stort ik mijn in de zetel, terwijl Lief zich verdiept in de wondere wereld van de waterbuizen.

donderdag 11 augustus 2011

't mag beginnen
"Ik heb genoeg gewacht en beslist. Wat mij betreft mag het beginnen", mopperde ik gisterenavond tegen mijn Lief.
Anderhalf jaren geleden hakten we tijdens de pauze van Avatar de knoop door. We gingen niet alleen de keuken vervangen, maar meteen de hele benedenverdieping onder handen nemen en - waarom ook niet - een stuk aanbouwen. Een half jaar liepen we met die doorgehakte knoop in onze zak. Een jaar geleden kwam er een architect bij en binnen een maand of wat staat er een kraantje in onze tuin om funderingen te graven.

Op de één of andere manier voelt het een beetje zoals dit. Of een stilte voor de storm. Er is geen achteruit meer. Er staan verdomd ambetante maanden in ons verschiet, met hopelijk een mooi resultaat op het eind. En hoezeer ik nog probeer te genieten van een rustige avond op een intact terras aan een huis zonder boorgaten en slijpstof, ik ben het wachten beu.
Laat maar komen dat stof, gruis, vuil. Dan zal ik tenminste weten waar ik nu nog verondersteld ben van te genieten.