vrijdag 30 maart 2012
De keuken die teveel water te slikken kreeg, is er nog niet. En eigenlijk weten we niet of ie nog komt.
En ik kan wel zeggen dat we ons uit de slag trekken met de noodkeuken die hier staat. Dat ik een bos tulpen kocht om de boel op te fleuren en geniet van mijn koffie uit een mooi, nieuw tasje. Dat het niet erg is dat er geen dampkap is, want met het mooi weer zet je makkelijk een raam open. Feit is dat we met stomheid geslagen zijn en boos. Heel boos. En dat we onze avonden vullen met rekenen en tellen en heel hard hopen dat dat dubbeltje dat op zijn kant balanceert in de goede richting naar beneden valt.
donderdag 22 maart 2012
Gisteren stond er een 'ruik je het al? het is lente'-potje in de planning. Tot er een mail binnenrolde die alle prille lentekriebels de kop indrukte. Delete vrolijk lentepostje. In plaats daarvan kolkte mijn hoofd over van twijfels en watnu's? en dat aan het begin van een dag met een belangrijke vergadering en vele uren treinen.
Als geluk bij een ongeluk was er iemand ziek, waardoor de drukke namiddag ver van huis veranderde in een lege namiddag thuis. Ik palmde de tuinzetel in met het vastbesloten plan een gat in de namiddag te lezen, maar dat hoofd bleef kolken. Iets of iemand moest er aan geloven. Het werd de verwilderde klimopplant aan het tuinhuis. De zesjaaroude doorn in het oog verloor het in drie uur tijd van mij en de tuinschaar.
Een geluk bij een ongeluk, noemde mijn Lief het.
dinsdag 20 maart 2012
maandag 19 maart 2012
#wijvenweek – dromendag
Disclaimer: af en toe gooit er iets roet in de loop der dingen, waardoor je ’s avonds om 20 u. al languit op apegapen in de zetel ligt, in plaats van wijvenweekpostjes te schrijven (of te strijken, dat ook). U hebt er dus nog drie te goed en die volgen in de loop van deze week. Kwestie om even te etaleren dat ik een wijf ben die de dingen op haar tempo doet. Het gebeurt wel, soms moet je gewoon even geduld hebben.
In mijn dromen schrijf ik verhalen voor de kost, woon ik afhankelijk van mijn stemming in een houten huisje aan de rand van een Noorse fjord of in Frans bosrijk gehucht op een boogscheut van de kust. In mijn dromen neem ik mijn kinderen mee op wereldreizen, ben ik een creatieve mama die nooit de woorden ‘weet je wat, kijken jullie even naar een filmpje’ uitspreekt. In mijn dromen fiets ik naar mijn werk, kan ik na even in de keuken rommelen een lekkere maaltijd op tafel zetten. In mijn dromen maak ik oogstrelende mooie dingen. In mijn dromen zijn de weekends gevuld met oeverloze tijd voor familie en vrienden. In mijn dromen heb ik tijd om te lezen en loop ik fluitend de 5 km zonder een druppel zweet te laten. In mijn dromen ga ik koffie drinken met mijn mama ...
Maar in plaats daarvan neem ik mijn dromen mee mijn leven in en timmer elke dag een heel klein stukje verder aan een willekeurig stukje. (alleen dat lopen zonder zweet zal er nooit inzitten denk ik)
donderdag 15 maart 2012
'En dan snap ik niet dat ze nog al dat geld in projecten pompen in het buitenland, wat is het nut daarvan? We zouden beter een beetje beter voor onszelf zorgen.' Het komt uit de mond van een collega die tijdens het eten de krant doorneemt.
Ik zeg er niet veel van, maar vanbinnen raast het aan herinneringen. Opnieuw zie ik hoe het was in Rwanda. In die kleine garage waar jongens en meisjes een opleiding kregen. In het tehuis waar aids-weesjes opgevangen werden. In de ziekenhuizen waar zieken niet meer met drie in één bed moesten liggen, maar elk hun eigen plek hadden. Ik weet wat er met dat geld gedaan wordt.
Maar ergens in mij is de preker gaan schuilen. Mijn alle beetjes helpen-speech, wordt steevast gepareerd door een 'druppel op de hete plaat'- opmerking en een 'allemaal zakkenvullers'-verzuchting. Ik vertel aan wie wil luisteren, maar bovenal probeer ik mijn verschil te maken.
Hoe? Elke maand stort ik een klein stukje van mijn loon door naar een ngo. Ik voel dat niet. Het is hoogstens een boek dat ik niet kan kopen en een koffie die ik niet kan drinken. Maar ik heb met mijn eigen ogen gezien wat er met dat geld gedaan wordt. Het gaat naar ziekenhuizen zodat vrouwen kunnen bevallen in menswaardige omstandigheden. Het stelt mensen in het Zuiden in staat om zieken de medicijnen te geven die ze nodig hebben. Het gaat naar scholen. Het stimuleert solidariteit en zorgt ervoor dat vakbonden worden opgericht en dat ziekenkassen een kans krijgen.
En als iedereen - op regelmatige basis - zijn steentje, hoe klein ook, zou bijdragen geloof ik rotsvast dat dat een wereld van verschil zou maken. Zo veel meer dan tussen de soep en de patatten verzuchten dat we beter voor onszelf moeten zorgen. Als we het kunnen moeten we zorgen voor wie het nodig heeft en of dat hier in ons Belgenland of in het Zuiden is, maakt mij geen ene moer uit.