woensdag 18 april 2012

Leeshonger

Na de avondrush richting huis, koken, eten, bad en bedritueel is er een klein stukje van de dag dat van mij is. Helemaal van mij alleen. En meestal kan ik niet kiezen wat ik er mee wil doen. Een toer gaan lopen, achter de naaimachine kruipen, in de zetel tegen Lief aan nestelen, in bad dobberen of lezen. Deze week was het makkelijk. Deze week stond 'The fault in our stars' op mijn Kobo. En dan lees je zo'n zinnen:

“I wanted to know that he would be okay if I died. I wanted to not be a grenade, to not be a malevolent force in the lives of people I loved.”
*
“Some infinities are bigger than other infinities.”
*
“Sometimes, you read a book and it fills you with this weird evangelical zeal, and you become convinced that the shattered world will never be put back together unless and until all living humans read the book. And then there are book which you can't tell people about, books so special and rare and yours that advertising your affection feels like a betrayal.”
*
“Sometimes people don’t understand the promises they’re making when they make them,” I said.
Isaac shot me a look. “Right, of course.But you keep the promise anyway. That’s what love is. Love is keeping the promise anyway. Don’t you believe in true love?”
Dus, ik kan je veel vertellen over 'The fault in our stars' van John Green.
Maar dat ga ik niet doen.
Lees het en maak dat je tijd genoeg hebt om te kunnen doorlezen.

vrijdag 13 april 2012

Morgen

Morgen zit ik daar waar minstens de helft van alle bloggende vrouwen zal zitten. Alleen, of toch zonder Lief en kinderen. En ik heb een brede glimlach op mijn gezicht. De ene helft van de glimlach is bestemd voor morgen. Een hele dag tussen gelijkgestemd volk. Volk dat ook zot is van stof en draad. Die weten waar je het over hebt als je zucht dat je de nieuwe Petit Pan zo mooi vind.
De andere helft van de glimlach is bestemd voor het feit dat ik morgen daar alleen ben, zonder kinderen. Want hoe graag ik ze ook zie,er is een grens aan hoeveel kleurplaten er samen gekleurd worden, hoeveel keer we samen een rondje naar het speelplein fietsen en hoeveel keer er hoge hoge duplotorens gebouwd worden. Er is een grens aan mamaplakken en dreigen met boekvernietiging als moeder iets anders durft doen aan de keukentafel dan kleuren. Die grens lag ergens deze morgen. Zo ergens na de vijfde Minnie Mouse en Rox die ik mee moest helpen inkleuren.

Dus morgen loop ik tussen gelijkgestemd volk en ga ik iets maken, hoogstwaarschijnlijk voor mijn kinderen.

vrijdag 6 april 2012

Los

Ik werd gisterenavond begroet door een ventje met een brede glimlach waar een groot gapend gat zijn rij tanden onderbrak.
Je ziet er zo anders uit', speelde ik verbaasd.
'Mijn tandje is eruit', glom KleineVent.

Wat ik niet mocht doen - de wiebelende tand een verlossend duwtje geven -  mocht het beste vriendje wel.
Naar het schijnt - sportkampmeesters zijn betrouwbare bronnen - vertrok de een met pijn aan zijn lip naar het toilet en ging de tweede mee om hem te troosten. Even later kwamen ze terug, de één met een gat in zijn glimlach, de ander triomfantelijk met de bewuste tand in de lucht. In mijn verbeelding zie ik Beste Vriendje zijn mouwen opstropen en iets mompelen à la 'ik ga jou helpen'.
Maar goed na het uitvallen van de tand volgt het bewaren van de tand en tandenfee-ritueeltje. De tand ging in een mooi envelopje met daarop waar en wanneer en het envelopje ging in het tandendoosje. Doosje op de kast en briefje voor de tandenfee onder het kussen.
De volgende morgen troffen we een dartele KleineVent aan met de gevonden cent in zijn knuisten. We troffen ook een boze KleineMeid aan, alle tanden nog recht op een rij, zonder cent.
En in een onbewaakt moment werd het tandendoosje geschaakt en envelopjes leeggeschud. Weg voortandje van linksboven. Op handen en knieën zocht ik naar het verdwenen tandje. En gek, hoe groot dat gat in dat mondje ook lijkt, in werkelijkheid is het maar een klein brokje wit. Een te klein brokje wit.
'Ik vind em niet', zuchtte ik.
'Mama, dat is toch niet erg. Ik krijg toch een nieuwe tand', haalde KleineVent laconiek zijn schouders op.

Het is duidelijk wie wil groeien en wie wil vasthouden.

woensdag 4 april 2012

Probleem

Ik zal niet de eerste enthousiastelinge zijn die zich aan haar naaimachine vastkluisterde in het fijne gezelschap van Mme en ElzaD. hun boek. (Ik zal ook niet de laatste zijn, vermoed ik) Maar het mag dus gezegd worden dat mede dankzij Mme en ElzaD. hun boek (en het opnieuw beneden wonen zodat nachtelijk naaimachinegeratel de slaap van de medebewoners slechts in minimale mate verstoord) ik mijn avonden weer helemaal opsoupeer aan stoeien met patronen, stof en draad. De letters die gelezen worden zijn schaars, de programma's die ik volg zijn op 1 vinger te tellen, het aantal kledingstukken dat gestreken wordt is schaars, de toren te strijken was helt vervaarlijk naar links.
Niets maakt mijn avond zo goed als beginnen met een lap stof en een metertje paspel en door er dingen als stolpplooi en engelse naad erbij op te tellen de avond af te sluiten met een mooi nieuw item voor mijn kledingkast.
Alleen jammer dat ik in mijn stoffenkeuze ietwat gedurfder ben dan in het aankopen van doorsnee basics.

Dus hier het echte probleem: wat staat enigszins mooi bij een helgroene rok?

maandag 2 april 2012

De laatste

De laatste Japper hier in huis is gevallen. Na de nodige tongacrobatieën van KleineVent volgde ook KleineMeid haar broer in de alternatieve naamgeving. Of het kan zijn dat de combinatie S-P gewoon heel erg moeilijk is voor een kleutermondje.
KleineMeid hoefde echter geen aanmoediging om zichzelf te verbeteren. Geen aanduiding van truien of andere. Vorige week kwam ze aan mijn rok trekken:
'Mama, is niet japper. Wel Jassss perrr' en met die aankondiging vervolgde de kleine mevrouw haar wegen en verdwenen de veelvuldige jappers uit onze dag.

Ik hou me vast aan de botejammen, de kjaboutes en juf majie's in de komende weken en vraag me af wanneer die gaan verdwijnen.