Vakantiemodus
Echt eerlijk vind ik het niet. Een lijf dat al in vakantiemodus zit. Een hoofd dat klaar is voor dagen vol 'niets moet - alles mag'. En daar tegenover een agenda die de komende drie weken propvol zit en niet met de leuke dingen uit het leven. Er is nog een deadline, er komt nog een razenddrukke projectweek.
Kan interessant worden, met dat lijf van mij dat al op modus 'doucement' en 'lentement' staat.
maandag 2 juli 2012
vrijdag 29 juni 2012
Laatste
1 september 2011
Hand in hand stappen ze de straat uit. Zij voor haar allereerste eerste dag. Ik herinner me de bruine voetjes in afgetrapte sandaaltjes. Een roos bollenrokje rond blote beentjes en een glimmend nieuwe boekentas.
Hij zal voor één jaar bij de grootste horen. Op zijn rug een boekentas die al sporen van 2,5 jaar kleutercarrière vertoont.
Aan ons hebben ze geen boodschap. Hij zou wel voor haar zorgen. Want daar zijn de toiletjes, dat is jouw juf en je koek eet je daar op het bankje.
29 juni 2012
Samen hollen ze de straat uit. Met mijn sleutels tussen mijn tanden en twee boekentasjes aan mijn arm, ren ik ze achterna.
Op het muurtje lopen doet ze al alleen.
Op het muurtje lopen is voor kleine kleuters, vind hij.
In de speelzaal gunnen ze elkaar geen blik meer waardig. Zij heeft een hele schare vriendinnetjes waarmee ze joelend van de glijbaan schuift. Hij nestelt zich naast zijn vriendjes en samen bekijken ze pokemonkaarten.
Ik plant een zoen op twee blonder wordende hoofdjes en loop de speelzaal uit. De bel gaat en luid de dag in. Zij gaat in de rij staan, klaar voor haar eerste laatste dag. Hij voor zijn laatste laatste dag in het kleuter.
1 september 2011
Hand in hand stappen ze de straat uit. Zij voor haar allereerste eerste dag. Ik herinner me de bruine voetjes in afgetrapte sandaaltjes. Een roos bollenrokje rond blote beentjes en een glimmend nieuwe boekentas.
Hij zal voor één jaar bij de grootste horen. Op zijn rug een boekentas die al sporen van 2,5 jaar kleutercarrière vertoont.
Aan ons hebben ze geen boodschap. Hij zou wel voor haar zorgen. Want daar zijn de toiletjes, dat is jouw juf en je koek eet je daar op het bankje.
29 juni 2012
Samen hollen ze de straat uit. Met mijn sleutels tussen mijn tanden en twee boekentasjes aan mijn arm, ren ik ze achterna.
Op het muurtje lopen doet ze al alleen.
Op het muurtje lopen is voor kleine kleuters, vind hij.
In de speelzaal gunnen ze elkaar geen blik meer waardig. Zij heeft een hele schare vriendinnetjes waarmee ze joelend van de glijbaan schuift. Hij nestelt zich naast zijn vriendjes en samen bekijken ze pokemonkaarten.
Ik plant een zoen op twee blonder wordende hoofdjes en loop de speelzaal uit. De bel gaat en luid de dag in. Zij gaat in de rij staan, klaar voor haar eerste laatste dag. Hij voor zijn laatste laatste dag in het kleuter.
donderdag 28 juni 2012
Poot mij maar ergens neer. Ergens waar het stil is. Waar de lucht blauw is en de zon schijnt.
Meer heb ik niet nodig. Of ja, toch. Wat gras en bloemen rond me. Wat vogels in de verte en misschien het geluid van water.
Ja, hier is perfect. Poot me hier maar neer en laat me even. Hier heb ik zuurstof, hier heb ik lucht, licht en zon.
Of ik hier heel de tijd gewoon maar zal zitten? Helemaal niet. Ik heb redelijk wat opruimwerk te doen in mijn hoofd. Sorteren, weet je wel. Wat doet er toe en wat niet. Het laatste laat ik achter daar bij die boom. De wind zal er zijn gang wel mee gaan.
Misschien lees ik wel even. Of misschien lig ik gewoon.
En dan? Dan keer ik terug en pik ik weer op waar ik de draad even losliet. Alleen een beetje lichter en met meer zuurstof in mijn longen.
Meer heb ik niet nodig. Of ja, toch. Wat gras en bloemen rond me. Wat vogels in de verte en misschien het geluid van water.
Ja, hier is perfect. Poot me hier maar neer en laat me even. Hier heb ik zuurstof, hier heb ik lucht, licht en zon.
Of ik hier heel de tijd gewoon maar zal zitten? Helemaal niet. Ik heb redelijk wat opruimwerk te doen in mijn hoofd. Sorteren, weet je wel. Wat doet er toe en wat niet. Het laatste laat ik achter daar bij die boom. De wind zal er zijn gang wel mee gaan.
Misschien lees ik wel even. Of misschien lig ik gewoon.
En dan? Dan keer ik terug en pik ik weer op waar ik de draad even losliet. Alleen een beetje lichter en met meer zuurstof in mijn longen.
maandag 25 juni 2012
Comateus
Sinds februari leek die verbouwing van ons in een coma gesukkeld. Na al het afbraakwerk, alle overijverige stofwolken en eindeloze emmers afval die we buitendroegen en enkele gloriemomenten zoals het eerste dansje op de nieuwe vloer en witte muren in plaats van rode, stofferige exemplaren.
Grote schuldige: de keuken. Of beter, de afwezige keuken. Zonder keuken namelijk geen opbergplaats, waardoor ik nog dagelijks in grote verhuisdozen spit op zoek naar pakweg een krukkentrekker of taartschep. Zonder keuken ook geen afwerking, want - laat ons eerlijk zijn - die moet toch een beetje passen bij de keuken. Die er dus niet is. Zonder keuken ook geen verdere investeringen, zoals bijvoorbeeld een pelletkachel. Iets met spaarrekeningen en de wens om deze niet rood te laten kleuren.
Los van een occasionele schijnbeweging in de vorm van een elektricien die het laatste stopcontactje komt aansluiten of de timmerman die een losgeraakte plank teruf vasttimmerde, sluimerde de verbouwing verder in haar winterslaap/coma.
Tot vrijdag. Vrijdag was de dag dat ons huis volgestapeld werd met tientallen pakketten. Zaterdag en zondag deed mijn lief - met behulp van lieve vrienden - de truc met de schroevendraaier en vulde hij ons huis gestaag met kasten. Keukenkasten die helemaal nog niet in de buurt van de keuken staan. Ze troepen vrolijk samen rond het bureau en walsten over de speelruimte van de kleinsten, maar ze staan er om niet meer te vertrekken.
Nog twee weken moeten we laveren tussen een bos van deurloze keukenkasten en dan komt de professional die ze kordaat op hun plek zal zetten. Dan kunnen ook de oven en koelkast die nu in onze slaapkamer staan (don't ask) ook naar daar waar ze horen en zijn we bijna klaar om het hoofdstuk verbouwing te sluiten.
'Ik zal blij zijn als ik niets meer met dat huis te maken zal hebben', zuchtte mijn Lief gisterenavond toen hij de schroevendraaier in de gereedschapskist keilde.
Ik keek hem gefronst aan en ging er veiligheidshalve vanuit dat 'niets meer te maken met dat huis' iets impliceert in de trant van tuinzetel-pintje-muziek in de oren en rusten.
Sinds februari leek die verbouwing van ons in een coma gesukkeld. Na al het afbraakwerk, alle overijverige stofwolken en eindeloze emmers afval die we buitendroegen en enkele gloriemomenten zoals het eerste dansje op de nieuwe vloer en witte muren in plaats van rode, stofferige exemplaren.
Grote schuldige: de keuken. Of beter, de afwezige keuken. Zonder keuken namelijk geen opbergplaats, waardoor ik nog dagelijks in grote verhuisdozen spit op zoek naar pakweg een krukkentrekker of taartschep. Zonder keuken ook geen afwerking, want - laat ons eerlijk zijn - die moet toch een beetje passen bij de keuken. Die er dus niet is. Zonder keuken ook geen verdere investeringen, zoals bijvoorbeeld een pelletkachel. Iets met spaarrekeningen en de wens om deze niet rood te laten kleuren.
Los van een occasionele schijnbeweging in de vorm van een elektricien die het laatste stopcontactje komt aansluiten of de timmerman die een losgeraakte plank teruf vasttimmerde, sluimerde de verbouwing verder in haar winterslaap/coma.
Tot vrijdag. Vrijdag was de dag dat ons huis volgestapeld werd met tientallen pakketten. Zaterdag en zondag deed mijn lief - met behulp van lieve vrienden - de truc met de schroevendraaier en vulde hij ons huis gestaag met kasten. Keukenkasten die helemaal nog niet in de buurt van de keuken staan. Ze troepen vrolijk samen rond het bureau en walsten over de speelruimte van de kleinsten, maar ze staan er om niet meer te vertrekken.
Nog twee weken moeten we laveren tussen een bos van deurloze keukenkasten en dan komt de professional die ze kordaat op hun plek zal zetten. Dan kunnen ook de oven en koelkast die nu in onze slaapkamer staan (don't ask) ook naar daar waar ze horen en zijn we bijna klaar om het hoofdstuk verbouwing te sluiten.
Ik keek hem gefronst aan en ging er veiligheidshalve vanuit dat 'niets meer te maken met dat huis' iets impliceert in de trant van tuinzetel-pintje-muziek in de oren en rusten.
vrijdag 22 juni 2012
De héhé
(met dank aan Marie voor de woorden)
Gisteren zat ik op een boot, aangemeerd ergens in een uithoek in de Westhoek (een beetje een tautologie, zo).
De regenwolken waren een provincie verder hun ding gaan doen, de zon scheen, ik had een glas wijn in mijn hand en leunde tegen de reling van de boot. Blote voeten, wind en het geluid van klotsend water. En ergens op mijn tong proefde ik het begin van het héhé-gevoel dat Marie vorig jaar zo treffend omschreef.
Vorig jaar zag ik hem niet, mijn héhé-gevoel. Nooit had ik het gevoel dat het echt vakantie was. Vakantie waarin ik alles kon loslaten en gewoon genieten. Er waren bbq's geweest, boeken waar ik verdwenen was, af en toe wat zon, maar daarboven hing altijd het grote to-do punt 'de verbouwing'. Elke grijze kampeerdag moest ik mezelf wat bijeenrapen en overstappen op het regenprogramma.
Daar op die boot in de Westhoek heb ik hem even op zijn schouder getikt en verteld dat ik hem mis. Want ik wil met Lief en kinderen terug naar die boot. Ik verlang naar zon, zand en zonsondergangen. Ik heb boeken nodig. Boeken die buiten gelezen worden, tot het te donker is om te lezen. Ik verlang naar waterdruppels op beweeglijke kinderlijven. Ik wil zand van tussen tenen borstelen, bruine benen insmeren met zonnecréme. Ik wil een zak vullen met het hoogstnoodzakelijke voor de dag en erop uit trekken. Ik wil twee paar kinderogen zien dichtvallen in de auto en dan luisteren naar deze meneer. Ik verlang naar avonden met vrienden en een nasmeulende bbq. Ik wil dansen in de buitenlucht, op de fiets springen om nog een ijsje te halen, gras tussen mijn tenen voelen.
Ik wil geen date met mijn héhé-gevoel. Ik kijk uit naar het moment dat hij hier staat met zijn koffertje, klaar om een hele zomer bij ons te blijven, want ik mis hem.
(met dank aan Marie voor de woorden)
Gisteren zat ik op een boot, aangemeerd ergens in een uithoek in de Westhoek (een beetje een tautologie, zo).
De regenwolken waren een provincie verder hun ding gaan doen, de zon scheen, ik had een glas wijn in mijn hand en leunde tegen de reling van de boot. Blote voeten, wind en het geluid van klotsend water. En ergens op mijn tong proefde ik het begin van het héhé-gevoel dat Marie vorig jaar zo treffend omschreef.
Vorig jaar zag ik hem niet, mijn héhé-gevoel. Nooit had ik het gevoel dat het echt vakantie was. Vakantie waarin ik alles kon loslaten en gewoon genieten. Er waren bbq's geweest, boeken waar ik verdwenen was, af en toe wat zon, maar daarboven hing altijd het grote to-do punt 'de verbouwing'. Elke grijze kampeerdag moest ik mezelf wat bijeenrapen en overstappen op het regenprogramma.
Daar op die boot in de Westhoek heb ik hem even op zijn schouder getikt en verteld dat ik hem mis. Want ik wil met Lief en kinderen terug naar die boot. Ik verlang naar zon, zand en zonsondergangen. Ik heb boeken nodig. Boeken die buiten gelezen worden, tot het te donker is om te lezen. Ik verlang naar waterdruppels op beweeglijke kinderlijven. Ik wil zand van tussen tenen borstelen, bruine benen insmeren met zonnecréme. Ik wil een zak vullen met het hoogstnoodzakelijke voor de dag en erop uit trekken. Ik wil twee paar kinderogen zien dichtvallen in de auto en dan luisteren naar deze meneer. Ik verlang naar avonden met vrienden en een nasmeulende bbq. Ik wil dansen in de buitenlucht, op de fiets springen om nog een ijsje te halen, gras tussen mijn tenen voelen.
Ik wil geen date met mijn héhé-gevoel. Ik kijk uit naar het moment dat hij hier staat met zijn koffertje, klaar om een hele zomer bij ons te blijven, want ik mis hem.
Abonneren op:
Posts (Atom)