Nacht-terrorist
Zij slaapt 46 trappen hoger en zelfs zonder babyfoon is ze te horen. Ik loop voor de zevende maal die avond naar boven. Boos, rood en woest maaiend schreeuwt ze de avond in stukken, maar mijn trukendoos is leeg.
‘Ik weet het niet meer, meisje en jij kan het nog niet zeggen. Maar ik heb een voorstel.’
Voorzichtig vis ik een brullend lijfje uit het bedje. Samen nestelen we ons in de zetel die zich ondertussen naadloos naar mijn lijf vormt.
‘Wat denk je van wiegen?’Het feit dat ze stil is vat ik op als instemming. Dus we wiegen, wiegen, wiegen.
Ze is moe. Ze is op en bij mijn hart komt ze tot rust.
Ik ben moe. Ik ben op. Ik ben op het einde. Ik laad me op aan haar rustige ademhaling. Want het wordt een lange nacht.
maandag 19 oktober 2009
donderdag 15 oktober 2009
Wakker worden
Doe ik tegenwoordig met de vraag; 'wie was dat?'.
Was het een 'Mama! Ik ben wakker'?
Waarom roept ie trouwens nooit papa?
Of was het een 'Vrrrrrr'
Vrij vertaald: 'Ik ben wakker, ben rechtgesparteld en probeer nu of ik mezelf kan vastzuigen aan de rand van mijn bedje.'
Dat zetten ze ook niet op de doos.
Doe ik tegenwoordig met de vraag; 'wie was dat?'.
Was het een 'Mama! Ik ben wakker'?
Waarom roept ie trouwens nooit papa?
Of was het een 'Vrrrrrr'
Vrij vertaald: 'Ik ben wakker, ben rechtgesparteld en probeer nu of ik mezelf kan vastzuigen aan de rand van mijn bedje.'
Dat zetten ze ook niet op de doos.
woensdag 7 oktober 2009
Keukentafel
Ik schrob, poets, schraap en zucht. En met die zucht beschrijft het schuursponsje een mooie boog richting gootsteen. De resten zwarte vingerverf moeten dan maar tot het einde van keukentafel’s dagen in de groeven vast zitten. Net zoals die keer dan een mini KleineVent een lepel te pakken kreeg en enthousiast gillend tientallen kleine putjes in het blad mepte.
Is het al zo lang? Dat de keukentafel al de sporen van ons leven toont? Ik krul mijn vingertoppen in een klein dansje over het tafelblad. Die groef daar. Die is van die keer dat mijn vader op de tafel stond in een tevergeefse poging een lamp op te hangen. En dat strookje lak dat daar mist. Dat is van mijn boekbinddagen en het incident van de wegslippende naald.
En U? Heeft u ook zo’n keukentafel of ander meubel waarop uw leven af te lezen is?
Ik schrob, poets, schraap en zucht. En met die zucht beschrijft het schuursponsje een mooie boog richting gootsteen. De resten zwarte vingerverf moeten dan maar tot het einde van keukentafel’s dagen in de groeven vast zitten. Net zoals die keer dan een mini KleineVent een lepel te pakken kreeg en enthousiast gillend tientallen kleine putjes in het blad mepte.
Is het al zo lang? Dat de keukentafel al de sporen van ons leven toont? Ik krul mijn vingertoppen in een klein dansje over het tafelblad. Die groef daar. Die is van die keer dat mijn vader op de tafel stond in een tevergeefse poging een lamp op te hangen. En dat strookje lak dat daar mist. Dat is van mijn boekbinddagen en het incident van de wegslippende naald.
En U? Heeft u ook zo’n keukentafel of ander meubel waarop uw leven af te lezen is?
maandag 5 oktober 2009
Het is herfst
Met alle macht blaast de wind het laatste restje zomer de tuin uit. Mijn grootste holt met rode herfstwangen de blaadjes achterna. Mijn kleinste duikt diep weg, in de doek, onder mijn jas. We zouden kastanjes rapen en bladeren vangen. Maar de lucht is te grijs, de wind te koud en het humeur te dwars.
In plaats daarvan koop ik een nieuw jaar in een rood jasje. Steken we kaarsjes aan en warmen we ons aan bezoek dat diezelfde gure wind ons huis binnen blaast.
Met alle macht blaast de wind het laatste restje zomer de tuin uit. Mijn grootste holt met rode herfstwangen de blaadjes achterna. Mijn kleinste duikt diep weg, in de doek, onder mijn jas. We zouden kastanjes rapen en bladeren vangen. Maar de lucht is te grijs, de wind te koud en het humeur te dwars.
In plaats daarvan koop ik een nieuw jaar in een rood jasje. Steken we kaarsjes aan en warmen we ons aan bezoek dat diezelfde gure wind ons huis binnen blaast.
donderdag 1 oktober 2009
Het is wat, dat moederhart...
Twee handjes tegen het raam. Uit elke ooghoek bingelde een dikke, blinkende traan. Ik zweer het u. Ik liet me fluitend opsluiten in een kooi vol spinnen die veertig meter boven de grond bengelde, terwijl een prikgrage verpleegsters me onder handen nam als dat ook maar iets geholpen had aan zijn verdriet.
Het is me wat, dat moederhart.
Abonneren op:
Posts (Atom)