donderdag 30 april 2009

Weg

Daar is het weer. Dat gevoel.
Het gevoel van waar is mijn auto? Mijn toilettas en wat kleren? Waar is de kaart en als ik aan de deur sta, moet ik dan links of rechts om er te geraken?
Dan wil ik de ruimte boven de vier wielen volstouwen. Met al wie ik graag zie en het weinige dat ik denk nodig te hebben. Dan wil ik rijden, naar daar waar het te koud is voor een mooie zonnige vakantie. Naar daar waar de namen onuitspreekbaar zijn en de lucht hemelsblauw. Waar er gekleurde houten huisjes staan en je nog kan spreken van wijdse vlakten. Dan wil ik naar daar waar ik ooit de mooiste zomervakantie van mijn jeugd beleefde. En dan denk ik, nog even tot zij wat ouder zijn.

Taaltenen vs mamahart

Woutje heeft mij geslaat. Ik heb Woutje geschoppelt. En ik heeft getekent en gestempelet. Een heel konijntje, maar niet op de oogjes. Ik mag niet in de oogjes plikken.

Mijn taaltenen krullen zich bij zoveel creatieve vervoegingen, mijn mamahart merkt trots op hoe hij de woordenschat opzuigt als een spons.

woensdag 22 april 2009

Luid
Het gaat er luid aan toe hier. En op repeat.
Ik hoop dat mijn collega's me nog leuk vinden wanneer ze na vandaag voor de twaalvenvijftigste keer Shhhhh door hun oren geramd krijgen.
Maar soms moet het luid gaan. En soms heb ik veel van hetzelfde nodig.
Anders wordt het niet stil in mijn hoofd en je wil niet weten hoe dat voelt.
Vanaf nu elke woensdag
Ze is aan het spelen vertelt hij door de telefoon. Ik hoor hoe zijn glimlach zich van oor tot oor uitstrekt. Ze blaast belletjes en mept als een volleerde bokser tegen haar mobile. Ze gaan nog samen wandelen in de ochtendzon. Vanmiddag trekt hij met de grote en de kleine naar de speeltuin, want het wordt zo’n mooi weer.
Ik ben blij voor hen, maar merk ook dat ik mijn toetsen iets hardhandiger bespeel dan anders wanneer ik terug voor mijn scherm zit.

dinsdag 21 april 2009

En u?

Ik voel me een beetje 'u vraagt, wij draaien' vandaag.