dinsdag 15 november 2011

MijnMakker

Hij is niet van mij. Ik - daarentegen - ben wel van hem. Al drie jaar lang.
En niet alleen mij heeft hij met zijn grote blauwe ogen in de ban. Ook mijn dochter is helemaal verslingerd aan de liefste driejarige krullenbol die er is.
Het grootste bewijs? De KleineMeid die nu al tien dagen al bij de ochtendstond aan het zingen is van 'angzalzeeven', veranderde haar tekst prompt toen ik vertelde dat niet zij maar MijnMakker vandaag de kroon mag opzetten.
De nieuwe soundtrack in de ochtend was gezet, zo hartstochtelijk dat het nog naklinkt in mijn oren. 'ang sjal enne even. ang sjal enne even. ang sjal enne even in de lorija. In de ooooo-riiiii-jaaa. Iiiiiiiiiin de oooooo-riiiii-JA!'

Lang zal je leven. MijnMakker. Met nog heel veel mooie jaren.

maandag 14 november 2011

Suiker

Ik bestelde een koffie in het mooiste sprookjespark van Nederland terwijl ik keek hoe KleineMeid rondjes draaide op één van de pleintjes en luidkeels zong van 'Ej was eens een pjookjeboom'. Samen met de koffie kreeg ik wat melk en een suikerzakje in mijn hand. En bij het zien van dat suikerzakje verstomde het pjookjeboomgezang ietwat in mijn oren.

Kijk het zit zo. Op een dag besliste mijn mama dat ze iets wou verzamelen. Want zowel GroteKleineBroer, mijn vader en ik hielden er een soortement van verzameldrang op na en ze wou niet achterblijven. Later die dag besliste dat ze suikerklontjes zou verzamelen.
Ze heeft het lang uitgehouden. Lang nadat mijn pinverzameling stof lag te happen en mijn broers matchboxcollectie onvindbaar bleek in één van de vele zolderkasten verzamelde mijn mama nog steeds suikerklontjes.
Al die jaren, koffie na koffie kon je er zeker van zijn dat het risico bestond dat je deze suikerloos mocht drinken. Heel zeker als het een klontje was dat ze nog niet in haar verzameling had. Een twijfelgeval als ze het klontje in kwestie wel al had, maar graag nog een dubbele wou. Mede-koffiedrinkers zuchtten soms opgelucht als het suikertje kwam in een banaal wit papiertje. Of helemaal als de suiker gewoon op tafel stond. In één of ander strooiflesje.

En zo stond ik vorige week in het mooie sprookjespark. Met één van de mooiste suikerzakjes in mijn handen die ik de laatste jaren gezien had. En ik weet dat - had ze naast me gestaan - ik de opdracht zou gekregen hebben om de serveuse even af te leiden zodat ze een stuk of vijf suikertjes kon meegrissen. Of misschien zou ze het gewoon op de vrouw af gevraagd hebben.

's Avonds plakte ik het lege suikerzakje in mijn notaboek. Want ik spaar geen suikerzakjes of suikerklontjes. Maar ik weet dat, moest ze er nog zijn, ik er zeker een stuk of vijf weggegrist had of misschien netjes gevraagd had, om later aan haar te geven.

vrijdag 4 november 2011

3

Een kinderhand is snel gevuld. Die van mijn dochter helemaal. Het ovenverse driejarig kleutergeweld straalde deze morgen zowat uit haar pyjama bij onze driestemmige versie van lang zal ze leven. (Ietwat toononvast, hier en daar wat mompelende klanken omdat één van de drie zangers eigenlijk nog maar één oog half open gekregen had. Maar goed, om half zeven zijn we vergevingsgezind op dat vlak.)
Eenmaal beneden danst de nieuwbakken driejarige een rondje bij het zien van een trosje balonnen, klapt ze enthousiast in haar handen wanneer ze de vlaggenslingers in het vizier krijgt en gilt onze trommelvliezen aan flarden als ze haar kroon opmerkt.
Het feit dat er nog een cadeau stond terwijl er niemand anders een cadeautje kreeg sloeg haar met verstomming. Voor heel even. Toen trok ze het pak naar zich toe, grijnsde 'ikke jarig' en versnipperde de verpakking als een echte pro.

Haar kinderhand zal het nog zwaar te verduren krijgen de komende twee dagen propvol verjaardagsfeest.