De héhé
(met dank aan Marie voor de woorden)
Gisteren zat ik op een boot, aangemeerd ergens in een uithoek in de Westhoek (een beetje een tautologie, zo).
De regenwolken waren een provincie verder hun ding gaan doen, de zon scheen, ik had een glas wijn in mijn hand en leunde tegen de reling van de boot. Blote voeten, wind en het geluid van klotsend water. En ergens op mijn tong proefde ik het begin van het héhé-gevoel dat Marie vorig jaar zo treffend omschreef.
Vorig jaar zag ik hem niet, mijn héhé-gevoel. Nooit had ik het gevoel dat het echt vakantie was. Vakantie waarin ik alles kon loslaten en gewoon genieten. Er waren bbq's geweest, boeken waar ik verdwenen was, af en toe wat zon, maar daarboven hing altijd het grote to-do punt 'de verbouwing'. Elke grijze kampeerdag moest ik mezelf wat bijeenrapen en overstappen op het regenprogramma.
Daar op die boot in de Westhoek heb ik hem even op zijn schouder getikt en verteld dat ik hem mis. Want ik wil met Lief en kinderen terug naar die boot. Ik verlang naar zon, zand en zonsondergangen. Ik heb boeken nodig. Boeken die buiten gelezen worden, tot het te donker is om te lezen. Ik verlang naar waterdruppels op beweeglijke kinderlijven. Ik wil zand van tussen tenen borstelen, bruine benen insmeren met zonnecréme. Ik wil een zak vullen met het hoogstnoodzakelijke voor de dag en erop uit trekken. Ik wil twee paar kinderogen zien dichtvallen in de auto en dan luisteren naar deze meneer. Ik verlang naar avonden met vrienden en een nasmeulende bbq. Ik wil dansen in de buitenlucht, op de fiets springen om nog een ijsje te halen, gras tussen mijn tenen voelen.
Ik wil geen date met mijn héhé-gevoel. Ik kijk uit naar het moment dat hij hier staat met zijn koffertje, klaar om een hele zomer bij ons te blijven, want ik mis hem.
vrijdag 22 juni 2012
maandag 18 juni 2012
vrijdag 15 juni 2012
Klaagzang
In het balkje onderaan mijn laptopscherm wacht er een vervelende taak. Zo'n exemplaar dat ik al dagen en dagen uit de top drie van mijn to-lijst knikkerde en helemaal naar achter in de rij verwees. Maar vandaag haalt hij het grove geschut boven: een klein rood vlaggetje waarop staat vrijdag 15 juni 16:00. Ook gekend als het deadline-vlaggetje. Tegen beter weten in pluk ik hem maar uit de rij en kijk hem recht in de ogen. Maar in mijn hoofd blijft het wazig. Ik lijk wolken in plaats van hersenen te hebben. Of tientallen eekhoorntjes die me afleiden bij het minste. Ik roffel om mijn toetsenbord in het ritme typ-delete-typ-delete.
Als ik na een uur opkijk staat er nog steeds niet op mijn scherm, behalve een geduldig pinkende cursor. En ja dat driftig zwaaiende rode vlaggetje dat nu we voor een gezonde dosis paniek begint te zorgen.
Ik drink koffie.
Sjees de trap enkele keren op en af.
Check mijn mail nog eens om enige vorm van productiviteit te veinzen.
Maar net zoals op mijn scherm komt er niets meer in me op dan een geduldig pinkende cursor.
Help me, Norah, fluister ik en druk op play van de computerjukebox.
De paniek zakt
Het kolken verdwijnt.
Enkele wolken trekken op.
Mijn vingers doen een dansje op het toetsenbord. En kijk, uit het niets daar staan zowaar wat letters op een rij die zowaar iets zinnigs te zeggen hebben. Nog even en die taak kan zijn vlaggetje steken waar ...
Dankje Norah.
In het balkje onderaan mijn laptopscherm wacht er een vervelende taak. Zo'n exemplaar dat ik al dagen en dagen uit de top drie van mijn to-lijst knikkerde en helemaal naar achter in de rij verwees. Maar vandaag haalt hij het grove geschut boven: een klein rood vlaggetje waarop staat vrijdag 15 juni 16:00. Ook gekend als het deadline-vlaggetje. Tegen beter weten in pluk ik hem maar uit de rij en kijk hem recht in de ogen. Maar in mijn hoofd blijft het wazig. Ik lijk wolken in plaats van hersenen te hebben. Of tientallen eekhoorntjes die me afleiden bij het minste. Ik roffel om mijn toetsenbord in het ritme typ-delete-typ-delete.
Als ik na een uur opkijk staat er nog steeds niet op mijn scherm, behalve een geduldig pinkende cursor. En ja dat driftig zwaaiende rode vlaggetje dat nu we voor een gezonde dosis paniek begint te zorgen.
Ik drink koffie.
Sjees de trap enkele keren op en af.
Check mijn mail nog eens om enige vorm van productiviteit te veinzen.
Maar net zoals op mijn scherm komt er niets meer in me op dan een geduldig pinkende cursor.
Help me, Norah, fluister ik en druk op play van de computerjukebox.
De paniek zakt
Het kolken verdwijnt.
Enkele wolken trekken op.
Mijn vingers doen een dansje op het toetsenbord. En kijk, uit het niets daar staan zowaar wat letters op een rij die zowaar iets zinnigs te zeggen hebben. Nog even en die taak kan zijn vlaggetje steken waar ...
Dankje Norah.
Abonneren op:
Posts (Atom)

